Zeilen in Zeeland

Vanaf de Zuid-Hollandse eilanden zijn de Zeeuwse stromen in een paar uur aan te zeilen. Vanaf de Volkeraksluizen tussen het Hollands Diep en het zoete water van het Volkerak is het twee a drie uur varen naar de Krammersluizen, waarna je op het zoute water van het Zijpe en het Mastgat komt. Eenmaal door de Krammersluis kan na een half uur via de sluis van Bruinisse bereikt worden, de toegang naar de Grevelingen of beter gezegd het Grevelingenmeer, een voormalige zeearm. Het Grevelingenmeer is bijzonder water, het zou in oppervlak het grootste zoutwaterbekken van Europa zijn. Er zijn geen getijden meer vanwege de Grevelingendam en de Brouwersdam, maar het water is glashelder. In het voorjaar van 2022 maakten wij een zeiltocht over het Grevelingenmeer en zagen de bodem van het water naast ons. Alert op ondiepte wees de Echosounder ruim vijf meter waterdiepte aan. Naar tevredenheid liggen wij in de havens van Watersportverenigingen Bruinisse en Herkingen, buiten het seizoen is de gemeentehaven van Brouwershaven ons ook goed bevallen.

Sluis bij Bruinisse tussen het Zijpe en de Grevelingen
Liggende in Brouwershaven

Grevelingen

Je hoort weleens verhalen van zeilers die met windkracht acht en negen de woeste baren hebben bevaren. Ik vind het allemaal prachtig. Vaak verteld op een verjaardag en in het clubhuis. Laat ik het zo zeggen, met 5 Beaufort varen we alleen uit wanneer de route verantwoord is, bijvoorbeeld als deze ligt aan hogerwal en een dijk de wind wat tempert. Of als de route ruimschoots bezeild kan worden.  Kunnen we dan meer niet aan? Jawel, als het ons onderweg overkomt dan zijn we er klaar voor. Maar we zoeken het niet op.

Dubbel gereefd grootzeil en gedeeltelijk uitgerold voorzeil

Goed, gisteren en vandaag heerlijke maar stevige zeiltochten gemaakt. Met een dikke vier Beaufort. Gisteren aan de wind van Herkingen naar Scharendijke, één rif in het grootzeil en het voorzeil gedeeltelijk uitgerold. Het zeilde fantastisch onder een strak blauwe hemel in helder bruisend water. Een paar maal ruim zes Knopen op het log. Vandaag met ruime en halve wind van Scharendijke naar Bruinisse. Ook een dikke vier Beaufort met uitschieters die horen bij vijf Beaufort. Twee reven in het grootzeil en een deel van het voorzeil. Ook nu snelheden van vijf en zes Knopen. Mooi op tijd lagen we vast in de haven van Bruinisse. Want voor vanmiddag wordt er een zes Beaufort verwacht. Dat is een krachtige wind.

Oosterschelde

De Oosterschelde is anders dan het Grevelingenmeer wel getijdenwater, vanwege de Oosterscheldekering die onder gewone omstandigheden zeewater van de Noordzee doorlaat. Havens waar wij inmiddels eerder hebben gelegen zijn Burghsluis, Zierikzee, Colijnsplaat en Kats. De laatstgenoemde haven is een voormalige werkhaven, aangelegd voor de bouw van de Zeelandbrug in de jaren zestig. De haven is nu grotendeels ingericht als jachthaven met drijvende steigers, en naar ons idee prettige sanitaire voorzieningen aan de wal.

Jachthaven van Kats

Burghsluis 

Lichthuis vuurtoren Burgh-Haamstede
De windroos aan het plafond van het lichthuis van de vuurtoren van Burgh-Haamstede

Een hele leuke haven, Burghsluis, althans, dat vinden wij. Een mooi havenkantoor met daarnaast het lichthuis van een vuurtoren, in gebruik zijnde als vergaderruimte van de watersportvereniging. Het bankbiljet van 250 gulden, daar stond de vuurtoren van Burgh-Haamstede op afgedrukt. En laat nu het lichthuis van deze vuurtoren nu dus opgesteld zijn als vergaderruimte van WSV Burghsluis, na eerst een tijdje als havenkantoor gefungeerd te hebben. Heeft de vuurtoren van Burgh-Haamstede dan geen lichthuis meer? Jawel, maar een ander, een sterkere, om een draaiende radarantenne te kunnen dragen. Dat kon dit lichthuis uit 1882 niet dragen. Maar nu is het dus een vergaderruimte met een verrassing in zich: tegen het plafond is de originele windroos bewaard gebleven met de functionerende windwijzer. ‘Noord ten Westen’ duidt de windwijzer op de foto aan. De taak van de vuurtorenwachter van eens om dat in het logboek te noteren.

Getijdenhaven van Burghsluis
Getijdehaven van Burghsluis

Het water lonkt

We hadden best in Goese Sas ofwel Het Sas kunnen blijven. Een mooi plekje, goede voorzieningen, vriendelijke mensen, restaurant voor de deur. Maar het water lonkt, de zee roept, en het tij was gunstig in de vroege morgen. Meerdere zeiljachten komen van Goes om naar buiten te schutten, waarop ook wij besluiten los te maken en aan te sluiten. Het is hoog water, er hoeft nauwelijks genivelleerd te worden, achter ons gaan de deuren dicht en voor ons vrijwel gelijk weer open. We schuiven naar buiten de Oosterschelde op, we passeren de Zandkreeksluis naar het Veerse Meer, meerdere jachten kiezen daar wel voor, we varen Kats voorbij, daar zijn we al geweest. Het gaat hard met de stroom mee, er staat geen wind maar met de motor langzaam vooruit lopen we dik vijf Knopen.

Zeelandbrug

De Zeelandbrug, even later gaan we er onderdoor.

We zetten koers naar de Zeelandbrug, richting de zuidelijke passeerboog, 12 meter staat er op de peilschaal, daar kunnen we niet onderdoor. Dan maar richting het beweegbare gedeelte van de brug. Het lukt om aansluiting te vinden bij andere wachtenden, maar bij de noordelijke passeerboog lezen we 14.40 meter af. Die kunnen we hebben! Langzaam bewegen we ons naar de onderdoorgang, maar wat is langzaam met de stroom in de kont. Dik twee Knopen lees ik op het log, de weg terug zou een gierende manoeuvre zijn. We laten het geburen, meten is weten maar toch … Ruim gaan we onder het hoogste gedeelte van de boog door. Maar het vertekend altijd als je naar boven kijkt.

Waar een orkaan waaide

Aanloop Burghsluis

Na de passage van de havenmond van Zierikzee kiezen we de vaarweg noordelijke om de Roggenplaat heen. Kort geleden hield hier een orkaan huis! Medeliggers kiezen vermoedelijk voor de Marina Roompot. Vandaar uit is het kort naar zee. Nog altijd de hulpmotor langzaam vooruit maar nu met ruim zes Knopen over de grond. Dat schiet op! Halverwege begint het wat te waaien uit het zuiden, geen orkaan maar een zachte bries. Voor het gemak laten we het grootzeil op de giek maar de rolfok staat met een  zucht. Bijna tikken we de zeven Knopen aan, aan de wind met de stroom van achteren. Even voor 11.00 uur lopen we Burghsluis binnen en leggen contact met de havenmeester, we krijgen een mooi plekje toegewezen aan de passantensteiger. Misschien nemen we straks wel een duik in de haven. Want het ons omringende water is gewoon warm. Een heerlijke sprong in het diepe.

Soms moet je gewoon gaan

Een paar dagen zijn we in Burghsluis blijven liggen. Alles vanwege het weer. Op de warmste dagen zijn we het water niet opgegaan vanwege behoefte aan schaduw. Er zou ook een probleem ontstaan wanneer de schipper bevangen zou worden door de hitte. Maar na de weeromslag hebben we regelmatig naar de lucht gekeken en geluisterd. Onstabiele lucht, dat was wel duidelijk. Dat kan veel wind opleveren. Met kans op onweer. En zo bleven we nog een dag liggen. Ook rekening houdend met het getij. Want met weinig wind doe je weinig tegen de stroom. En zo was er ook een dag bij dat een geschikt tij en tijdstip voorbij was gegaan. Een medezeiler kwam ‘s avonds wat later aan en zei: ‘soms moet je gewoon gaan’.

Zeilen in de Roompot

Ook wij wilden nu weleens gaan. Burghsluis is een haven die ons past. Beter dan een luxe haven. Maar we willen zeilen. Het vaarplan was uitgewerkt; door vandaag om half tien te vertrekken gaan we met de de vloed mee richting Zierikzee. De wind staat noordwestelijk dus die komt ruimschoots in. Daar aangekomen zal het tij keren, en kunnen we met de eb mee richting Roompot Marina. Met de noordelijk wind schuin van voren.

Roompot Marina

Mooi dat het zo uitkwam! Weliswaar trok de wind wel aan, met ruime wind merk je dat niet zo, we waren met vol tuig vertrokken, maar aan de wind, en dan ook nog de stroom mee dubbel op. Daarom gelijk niet één maar twee reven in het grootzeil gezet, en het voorzeil voor de helft weggerold. In twee lange slagen zeilden we Roompot Marina aan, met één korte slag om hoogte te halen. Met zeven knopen over de grond ging het voortvarend. Soms moet je gewoon gaan.

Kats

De haven van Kats op het Zeeuwse Noord-Beveland is vanaf het water van de Oosterschelde goed te vinden. Mits het zicht goed is welteverstaan. Vanwege de twee flinke portaalkranen aan de oever die er al decennia staan als herkenningspunten aan de wal. Het zijn de kranen die geconstrueerd zijn voor de bouw van de ruim vijf kilometer lange Zeelandbrug over de Oosterschelde. Evenals de haven van Kats zelf, aangelegd als werkhaven voor de bouw van de Zeelandbrug. Het plaatsje Kats zelf ligt op ongeveer twintig minuten lopen vanaf de haven. Het merendeel van de havenkom is nu in gebruik als jachthaven met drijvende steigers vanwege het getij. Onder de kranen staan vervallen nissenhutten waar ook werkzaamheden voor de Zeelandbrug werden verricht. Soms worden de portaalkranen zevenenvijftig jaar na dato nog gebruikt voor andere hijsklussen.

Drijvende steigers in de haven van Kats
Werkhaven van Kats met portaalkranen

Tholense Gat

Donderdag zijn we van Kats naar Tholen gevaren, en vrijdag zijn we van Tholen naar Het Sas gezeild. Na een zorgvuldige planning, want Tholen ligt aan het Bergse Diep en de Schelde Rijn Verbinding, een druk vaarwater naar Antwerpen. Maar ook varende op gunstige wind en stroom. Naar Tholen toe hebben we motorvarend gedaan, vanwege gebrek aan wind. Met weinig toeren liepen we voor de stroom rond de 4,5 Knopen bij een gunstig brandstofverbruik.

Oesterdam

Vanaf de Oosterschelde bereik je via de Bergsediepsluis het Tholense Gat, een zoommeer waar een vakantiepark aan het water aan het verrijzen is. Daartegenover vaar je langs de oorspronkelijke dijk van het eiland Tholen. Duidelijk zie je de overgang naar de Oesterdam. Via de Schelde Rijn Verbinding staat het Tholense Gat in verbinding met het Volkerak, gezamenlijk een waterberging vormend mochten de Grote Rivieren buiten hun oevers dreigen te treden. Het aardige is dat de Bergsediepsluis (we bevinden ons vlak bij Bergen op Zoom) op afstand wordt bediend. En dat ging redelijk vlot.

Tholen

Tholen was aardig maar nodigde ons niet uit om er lang te blijven. Het gunstige moment om de Oosterschelde weer op te gaan lag de volgende ochtend rond 7.00 uur. De Bergsediepsluis wordt bediend van 0.00 uur tot 23.59 uur, dus dat is geen belemmering. De wekker om 6.00 uur gezet maar om 5.00 uur waren we wakker, dus mooi op tijd om klaar te maken voor vertrek: ontbijten, de hond uit de voeten, sleutels van het hek van de ligplaats in de brievenbus. Dat laatste, zulke dingen ontnemen mij toch het gevoel van vrijheid. Dan liever op het open water.

Bergsediepsluis

De meeuwen sliepen nog op het begin van de wachtsteiger. Waarom zouden we ze storen in hun slaap? We maken vast aan het einde van de wachtsteiger en verzoeken om een schutting. Vrijwel direct gaan de lichten op rood-groen, de sluis wordt klaargemaakt. Bij Tholen passeerden we overigens ook een opvallend fietsbrug, deze staat voor de scheepvaart altijd open, dubbel groen aan beide zijden. Wil je nu als voetganger of fietser naar de overzijde, dan druk je op een knop en gaat de brug voor de wandelaar open. En gaan de lichten voor de scheepvaart op rood. Aardige benadering van een brug: ‘Wat was er nu eerder, het water of de weg?’ Dus als wegverkeer moppert op een bootje dat de brug wil passeren:‘Wat was er nu eerder, het water of de weg?’

Grootzeil
Zeilen op stromend water

Rond 7.00 uur varen we de Oosterschelde weer op, we zetten de zeilen en gaan met de stroom mee aan de wind richting Zeelandbrug. Met in gedachten: ‘we zien wel hoever we komen, voordat het tij zich keert’. Bij Wemeldinge valt de wind weg. Gelijktijdig hebben we ruimte te maken voor druk scheepvaartverkeer van en naar het Kanaal door Zuid Beveland. Wij willen geen blamage bij de Verkeerspost of bij een binnenvaarder. Daarom gaan de zeilen naar beneden en wordt de motor gestart. Goese Sas wordt een hele leuke bestemming. Waar we besluiten minstens twee nachten te blijven.

Goese Sas waarachter het kanaal naar Goes
Goese Sas

Frans Naerebout

Heeft u weleens van Frans Naerebout gehoord? Naerebout was Zeeuw in hart en nieren en een man van het water. Geboren in Veere op 30 augustus 1748 als telg in een vissermansgezin. Nu heeft Veere een rijke historie en rijke dagen gekend met handel overzee, maar Naerebout was visser. En daarom verkoos hij ook bijverdienste, door zich als loods, als gids in de Zeeuwse wateren op te werpen. Het verhaal gaat dat op 25 juli de Oost-Indiëvaarder Woestduyn uit Middelburg op een bank strandde bij Zoutelande, vlak bij Vlissingen. De Verenigde Oostindische Compagnie had destijds in Vlissingen wel een vaartuig klaarliggen voor dit soort calamiteiten, maar de lieden van de VOC vonden het te spannend om uit te varen. Van je collega’s moet je het maar hebben. Echter, Frans Naerebout en zijn broer Jacob en nog zeven anderen hadden wel de moed, en redde daarmee 71 opvarenden van de Woestduyn. De vloed verhinderde nog langer bij de Woestduyn te blijven, maar bij het volgende laagwater werden er nog eens 16 zeelieden gered door Naerebout.

Goesche Sas

Loodsdienst

Deze heldendaad was niet onopgemerkt gebleven, ons kent ons op het eiland Walcheren, en zo kwam Naerebout in dienst bij de Oostindische Compagnie waar hij loodsdiensten verrichtte, maar daarnaast ook reddingswerk.  Verteld wordt dat Naerebout  in 1788 zeilschip de Zuiderbank wegloodste van de kust van West Kapelle, en aan boord bleef tot aan Plymouth, de eerst aangelopen haven. ‘Wat blijft Frans lang weg’ zullen ze thuis vast gedacht hebben. In 1795 zou iets dergelijks gebeurd zijn met het zeilschip de Voorland. Toen kon Naerebout pas afstappen op Kaap de Goede Hoop. Zuid Afrika. Dat waren nog eens loodsreizen!

Goese Sas

Maar om een lang verhaal kort te maken, op een zeker moment liep de handel van Vlissingen en de VOC terug, en daarmee de loodsdienst op de rede van Vlissingen en Veere. Frans Naerebout zocht zijn bijverdienste in de garnalenvisserij, en werd lichtopsteker op Oost-Beveland, aan de Wilhelminapolder. Vuurtorenwachter zeg maar. En daarnaast havenmeester en sluismeester van Goese Sas. Waar hij op 29 augustus 1818 als zeventigjarige overleed. De mythe rond Frans Naerebout verteld dat hij uiteindelijk een karig bestaan leidde, wonende in een houten huis bij het lichtbaken. Dat op zeker moment verzwolgen is door de Oosterschelde. Desondanks, Naerebout ligt begraven in de Grote- of Maria Magdalena Kerk van Goes. Zoals we al zeiden, een man van het water: visser, redder, loods, lichtwachter, haven- en sluismeester.

De oude Goese Sas

En laten wij nu met ons bootje liggen in Goese Sas, pal naast de oude sluis.

Veerse Meer

Evenals het Grevelingenmeer is ook het Veerse Meer een afgedamde zeearm. Nabij de afsluiting met de Noordzee ligt Veere, meer oostelijk oostzijde van het Veerse Meer ligt Wolphaartsdijk en daartegenover Kortgene. Het Veerse Meer is vanaf de Oosterschelde te bereiken via de Zandkreeksluis. Wij liggen graag in de gastvrije jachthaven van WSV Wolphaartsdijk. Het water van het Veerse Meer is ook zout gebleven.

Wolphaartsdijk naar het westen gezien
In het zonnige Zeeland kan het ook regenen
Wolphaartsdijk met aan de overzijde Kortgene
Haven van Veere
WSV De Arne bij Veere
Zandkreeksluis
Wachten aan de drijvende steiger van de Zandkreeksluis