ZEILEND MET EEN HURLEY 800
LANGS DE ZEEUWSE EILANDEN

Zuid-Hollandse Eilanden

Havenkom van Oude-Tonge

Aan de zuidoostzijde van Goeree-Overflakkee ligt het plaatsje Oude-Tonge. Bij de Watersnoodramp van 1953 wordt in het bijzonder gedacht aan Zeeland. Maar Oude-Tonge gelegen in de provincie Zuid-Holland wordt het zwaarst getroffen dorp van deze ramp genoemd, met 305 slachtoffers in de stormnacht van 31 januari op 1 februari 1953. Bijna tien procent van de gemeenschap kwam in het dorp om het leven, waarbij gehele gezinnen werden geteld. En dat is te zien op de Begraafplaats Watersnood 1953 waar tientallen naamgenoten vermeld staan op de grafstenen. In totaal liggen er 312 personen waaronder ook kinderen en baby’s begraven op Begraafplaats Watersnood 1953, waarvan ook enkele lichamen vermeld als ‘onbekende vrouw’ of ‘onbekend meisje’. Ook een dienstplichtige militair die als hulpverlener om het leven kwam als gevolg van het geraakt worden door de schoepen van een helikopter ligt op deze begraafplaats begraven.

Monument op ‘Begraafplaats Watersnood 1953’ te Oude-Tonge. Het water, door God’s wil geschapen heeft velen voor Zijn troon geleid. Zo werd Zijn gave ons een teken, hun zij Zijn liefde in eeuwigheid. 1 febr. 1953
Begraafplaats Watersnood 1953 van Oude-Tonge
Achter de dijken de boerderijen van Oude-Tonge, waarvan de daken net boven de dijken uitkomen

Deltawerken

We beginnen onze tocht langs de Zuid-Hollandse eilanden en passeren de eerste twee Deltawerken: eerst de Krammersluizen waardoor het Volkerak een zoetwatermeer is geworden. De Krammersluizen zijn dan ook ingericht om geen uitwisseling plaats te laten vinden tussen het zoute water van de Krammer, het Zijpe en de Oosterschelde, en het zoete water van het Volkerak. Wij gaan doorsnede Jachtensluis van het complex, gelegen op een uur varen vanaf Oude-Tonge. Op weer een half uurtje varen gaan we via de sluis van Bruinisse van de Krammer de Grevelingen. Waarna we koers zetten richting de jachthaven van watersportvereniging Herkingen. Ondertussen doet de andere opvarende de tocht te voet, een afstand van 12 kilometer over land.

Zuid-Beveland tussen Oude-Tonge en Herkingen
De Jachtensluis in het Krammersluizen complex
De sluiskolk van Bruinisse tussen de Krammer en de Grevelingen

Grevelingen

WSV Herkingen

En daarop zeilden wij van Herkingen naar Den Osse. Bij WSV Herkingen zijn ze trots op het clubhuis. Twee maal zeiden de afzonderlijke havenmeesters dat we even boven moesten kijken. Dus dat hebben we maar gedaan en inderdaad, een prachtig uitzicht over de jachthaven. Daarna gevolgd door heerlijke zeildag, die begon met een flauw windje uit het noorden in de Geul van Herkingen, maar al na een uurtje halve wind zeilen trok de wind aan tot 4 Beaufort uit het noorden. Op het aan de windse rak een rif gezet om wat comfortabeler te zeilen, dit rif ook laten staan in de Geul van Bommenende. De bedoeling was om Brouwershaven aan te doen, maar de meldsteiger lag al vol met andere zeiljachten en bovendien hinderlijk aan lager wal. Daarop besloten nog even door te zeilen naar jachthaven Den Osse waar we door de vriendelijke havenmeester een mooie ligplaats aan de drijvende steiger kregen toegewezen met de kop in de wind.

Haveningang Den Osse
Strandpaviljoen bij Den Osse waar je lekker kunt eten

Van Den Osse naar Bruinisse

Verplaatsen kun je op verschillende manieren. Vandaag gingen wij ieder onze eigen gang om hetzelfde punt uit te komen: de één te voet van Den Osse langs Brouwershaven, Zonnemaire, Dreischor, Sirjansland en dan Bruinisse, een wandeltocht van 19,86 kilometer afgelegd in 3 uur en 41 minuten. De zeiltocht bedroeg 11,8 Zeemijl waarbij er ook trajecten van opkruisen tegen de wind in. De ander zeilend zuid langs de Hompelvoet, dan westelijk langs de Veermansplaat en dan richting Bruinisse. De zeiltocht nam 3 uur en 45 minuten in beslag, inclusief vertrekken en aankomst. Maar het belangrijkste is er plezier in hebben. Dat geldt voor allebei.

Wandeltocht Schouwen Duiveland
Schouwen-Duiveland tussen Dreischor en Sirjansland
Zeilen op de Grevelingen

Ontstaansgeschiedenis van Bruinisse

Na een rondje Grevelingen zijn we weer aangekomen in Bruinisse. En daar kunnen we niet aan voorbij, want om op de Grevelingen te komen of dit grootste zoutwatermeer van Europa weer af te komen moeten we bij Bruinisse door de sluis. Maar over Bruinisse of in de volksmond Bru gesproken: in het jaar 1467 verleende landsheer hertog Philips van Bourgondië toestemming om de de schorren en de slikken aan de oostzijde van het eiland Duiveland te bedijken, om daarmee polder- en akkerland te winnen. Het droogvallende en onderlopende gebied waar tot die tijd eb en vloed vrij spel hadden zou destijds al bekend staan als Bruynisse – Beoostenduvelandt.

Ene Adriaan van Borsele Heer van Brigdamme (1425-1468) was een Zeeuwse edelman die Brigdamme, Popkensburg, Souburg, Zoutelande, Brouwershaven en Duiveland bestierde en die op 24 maart 1467 de neuzen van verschillende eigenaren van de gorzen dezelfde kant op te laten wijzen. En zo werd er gezamenlijk begonnen met de aanleg van een negentien kilometer lange dijk rond de drassige gronden. Voor een dagloon van 5 cent per man. Waarmee er 800 hectare korenland werd gewonnen. Maar dat maakte Adriaan van Borsele niet meer mee, wel zijn weduwe Anna van Bourgondië, vast en zeker familie van de eerder genoemde Philips. Deze Anna hertrouwde met Adolf van Cleef en liet het dorp Bruinisse uit zilte zeegrond verrijzen.

Bruinisse achter de dijk

De bevolking van Bruinisse kon daarmee gaan leven van zowel de landbouw als van de visserij. De mosselen of zoals men op Bru zegt de mossels en de oesters lagen er voor het oprapen. Maar ook haring, bliek en garnalen werden er volop gevangen. In de landbouw ging men voor vlas, gerst en hop ofwel voor kleding, voedsel en vertier. Anna van Bourgondië vond daarom dat de bewoners van Bruinisse best hun financiële steentje bij konden dragen in het bestraten van het dorp, de aanleg van een haven en het in stand houden van de kerk, niet die van de foto. Een belasting van een stuiver op een vat bier, zo wordt verteld. Daar gaan je vijf zuur verdiende centen weer …

Van Bruinisse naar Yerseke

De ons wat overweldigende jachthaven van Bruinisse

Na inmiddels een week onderweg te zijn bevinden we ons eindelijk op wat je noemen kunt de ‘Zeeuwse Stromen’. Weliswaar is de Grevelingen het grootste zoutwatermeer van Europa maar stromen doet het niet. Misschien een beetje bij het in- en uitwateren maar daarmee houdt het op. Maar vandaag hebben we bij Bruinisse de Grevelingen verlaten om via het Zijpe, het Mastgat, Keeten en de Oosterschelde naar Yerseke te varen. Zeeuwse Stromen en getijdewater. De stewards op de Grevelingensluis kondigden aan: ‘mensen, we gaan 108 centimeter zakken’. Het is maar dat we het wisten. In de Grevelingensluis maakten we vast aan een stoere sleepvlet van een groepje scouts. Leuke gasten, het zomerkamp zat er voor hen op.

Wachtsteiger Grevelingensluis

Nu was het vandaag om tien voor half twaalf laag water bij Bruinisse, en rond die tijd schutten wij, dus met opkomend water betekent dat wat tegenstroom. Maar een uurtje later bij het invaren van de geul ‘Witte Tonnen Vlije’ telden we al een Knoop stroom mee op het log. En zo groeten we gestaag verder met 6 Knopen over de grond. Kwart over twee meerden we af in de Prinses Beatrixhaven, keurig op een door de havenmeester aangewezen ligplaats aan een drijvende steiger via marifoonkanaal 74. Vanavond om kwart voor zes is het hoogwater. Dan kijken we ruimer over de dijk heen.

Het havenkantoor van de Prinses Beatrixhaven van Yerseke
WV Yerseke waar het op deze foto hoog water is

Van Yerseke naar Wolphaartsdijk

Vanmorgen om half elf vertrokken uit de Prinses Beatrixhaven te Yerseke, het is dan anderhalf uur voor laag water. Zo konden we nog net met het laatste stukje stroom mee richting de Zandkreeksluis varen om daar het Veerse Meer op te gaan. Er is veel regen voorspeld deze dag, rond de middag en in de avond een flinke bui. Ook onweer is niet uitgesloten. Het is warm broeierig weer en hopen daarom voor de hevigste regen binnen te zijn. Er is enige opwinding onderweg bij het zien van meerdere bruinvissen in de Oosterschelde ter hoogte van de Galgeplaat. Meerde dieren tegelijk duiken op en weer onder met hun rug en rugvin boven water. Dat daar overigens ruim veertig meter diep is, het echolood staat op zeker moment op dik zevenenveertig meter onder onze kiel. Het is daarbij nog springtij ook, extra laag water. Op de banken bij de ingang van de Zandkreeksluis  tegenover de Katse Plaat liggen tientallen zeehonden langs de waterkant. Leuk om te zien, we laten ze met rust.

Yerseke bij hoog water

Bij aankomst van de sluizen zijn we een paar minuten te laat voor de sluiswachter om nog met de schutting mee te mogen. Er is weliswaar ruimte genoeg in de kolk zo van verre te zien, maar de nog af te leggen afstand en daarmee de wachttijd voor wie er al in de sluis liggen is nog te groot, zal de sluiswachter hebben gedacht. Een westwaartse- en een oostwaartse schutting en een flinke regenbui verder brengen we een uur door aan de wachtsteiger, uiteindelijk liggen we vooraan in een volle sluis langszij een stalen motorkruiser uit Sliedrecht. We hebben de Marina van het stadje Kortgene in gedachten maar daar tegenover ligt de watersportvereniging van Wolphaartsdijk. De Marina ligt vol motorkruisers niet naar onze smaak, de watersportvereniging aan de zuidoever van het Veerse Meer laat overwegend masten van zeilboten zien. We wijzigen het oorspronkelijke plan en kiezen voor de verenigingshaven aan de zuidzijde. En vinden een mooie ligplaats tussen soortgelijke scheepjes. Eenmaal gemeerd volgt de voorzegde plensbui maar wij hebben dan de kuiptent al staan.

Het echolood duidt een diepte aan van 46 meter en een beetje
Oosterschelde tussen Yerseke en de Zandkreeksluis

Wolphaartsdijk

Wanneer je op de kaart van de Zeeuwse eilanden kijkt zouden wij ons nu in het midden van de provincie Zeeland bevinden. Ik weet niet of het exacte midden van Zeeland weleens bepaald is, maar het zou weleens heel dicht bij Wolphaartsdijk kunnen liggen. Gelegen aan de zuidoever van het Veerse Meer even ten noorden van Goes. Wat de geschiedenis van Wolphaartsdijk en omgeving betreft is dat een reeks van overstromingen. In 1287 ging het nog maar net goed maar in 1334 leed het dorp onder de de Clemensvloed, daarna kwam er een stormvloed in 1375, in 1377 op Sint Catharina’s dag nog een keer, in 1530 en in 1532 en daaropvolgend in 1552 de Sint Pontiaansvloed, de Allerheiligenvloed van 1570 en bijna een eeuw later in 1665 verdwenen de Westkerkepolder en de Westerlandpolder onder water.

‘Wolphaartsdijkseveer’ staat er nog op de gevel van dit sterrenrestaurant. Op de voorgrond de betonnen dijkverhogingen, ‘Muraltmuur’ genoemd.

Daarna braken er wat de waterhuishouding betreft betere tijden aan. Er werden nieuwe dijken aangelegd en polders drooggelegd. Wat niet heeft kunnen verhinderen dat ook Wolphaartsdijk getroffen werd door de Watersnoodramp van 1953. Veertien mensen kwamen om, vee verdronk, en de Oosterland-, Oud-Sabbinge-, Zuiderland- en Zuidvlietpolders liepen onder. Het Deltaplan heeft de omgeving drastisch veranderd, de Veerse Dam aan de zeezijde en de Kreekraksluizen aan de Oosterscheldezijde maakten van het Veerse Gat het Veerse Meer. Van de veerdienst die tot 1911 gevaren heeft van Middelburg naar Wolphaartsdijk en Kortgene, Katseveer en Zierikzee rest het verhuis aan de dijk. De betonnen dijkverhoging, de zogenaamde ‘Muraltmuur’ herinnert daarbij aan de eeuwigdurende strijd tegen het water.

Aan de overzijde van het Veerse Meer ligt Kortgene

Muraltmuur

Muraltmuren zijn een ontwerp van jonkheer ir. R.R.L. de Muralt die in de periode van 1903 tot 1913 hoofd Technische Dienst was van het waterschap Schouwen. Na de stormvloed van 1906 ontwikkelde hij een manier om tegen beheersbare kosten de dijken te verhogen zonder het dijklichaam te hoeven verbreden. In de 1906 en 1935 is er over een lengte van bijna 120 kilometer aan Muraltmuur aangelegd. Tijdens de watersnood van 1953 bleken deze echter nauwelijks het water te keren, aangezien het ontwerp bedoeld was om golfoverslag te voorkomen maar niet als waterkering. Het ontwerp was daartoe te zwak verankerd in het dijklichaam. De Muraltmuur bij Scharendijke is daarbij aangemerkt als Rijksmonument. Bij tal van dijkversterkingen in het kader van het Deltaplan zijn Muraltmuren verdwenen. Maar hier in Wolphaartsdijk ligt er nog een deel.

Muraltmuur bij Wolphaartsdijk

Veerse Meer, Zuid Beveland en Walcheren

Op de foto’s is het nauwelijks te zien maar er stond een behoorlijke hoeveelheid wind vandaag op het Veerse Meer. 4 Beaufort uit het zuidwesten volgens de weersverwachting, maar de windmeter duidde een aantal maal 30 Knopen wind. Oké, wij motorden tegen de wind in met 4 Knopen, soms minder, dus die trekken we er vanaf, maar dan staat er volgens de Schaal van Beaufort dus een dikke 6 Beaufort. En dat klopt ook wel met de aanblik van het brakke water van het Veerse Meer vandaag, schuimplekken en -strepen en hier en daar een brekende kam. Af en toe kwam er een stevige regenbui over voorafgegaan door een stevig aantrekken van de wind, en dan weer brak de zon door met stukken blauw tussen de wolken. Een weerspreuk zegt: ‘Komt wind voor regen , daar kunnen de zeilen tegen, komt regen voor de wind , berg dan je zeilen gezwind.’ Dus daar houden we ons maar aan vast. Daarbij zeggende dat de schipper en zijn hondje alleen aan boord waren, de vrouw heeft gelopen van Wolphaartsdijk naar Veere. Een hele prestatie, doe het maar eens na! Dorst ze niet te varen? Jawel, ze is niet bang. Maar we hebben allebei onze eigen passie die we bij deze combineren.

Buitencentrum Veere

Onderweg passeren we Buitencentrum Veere. Teruggerekend zesendertig jaar geleden heb ik hier een paar nachten doorgebracht, vanwege een PreSea-training ondergaan bij Maritiem Instituut De Ruyter, zeg maar de zeevaartschool aan de boulevard van Vlissingen. Ontschepen in een reddingsloep, te water gaan van een meter of wat in een overlevingspak, aan boord klauteren en rechtop zetten van een reddingsvlot, uit het water gevist worden met een host-line, ontsnappen uit een te water geraakte helikopter, geblindeerd persluchtmasker dragen en branden blussen met poeder, schuim en water, buiten en in binnenruimte. Een paar weken later examen gedaan voor scheepswerktuigkundige, en geslaagd. Zesendertig jaar geleden alweer, het is het Buitencentrum van de zeevaartschool ook aan te zien …

Veere aan het Veerse Meer
Wandeltocht van Wolphaartsdijk naar Veere, 20,3 kilometer

Aan het einde van de reis, en bijna aan het westelijke einde van het Veerse Meer aangekomen bij WSV Arne even voorbij Veere. Onderweg hebben we van alles gehad aan weersomstandigheden, zon, regen, wind, hagel, maar uiteindelijk gaan we voldaan aan de koffie.

Veere

Een wonderlijke uitstraling heeft Veere, zeker wanneer de verloren garnalen- en mosselvangst het eerste is dat in je opkomt. Want dat zou zomaar kunnen, dat de gedachten gaan naar de visserij vanuit Veere die ophield te bestaan bij de aanleg van de Veerse Dam als onderdeel van de Deltawerken. Veere was de thuishaven van vissersschepen uit Veere en Arnemuiden, u weet wel, van die klok die eens zal luiden. En ook dat is een verhaal op zich: Arnemuiden ligt letterlijk en figuurlijk landinwaarts. Maar ooit lag Arnemuiden aan de oostzijde van het eiland Walcheren. Maar in 1871 werd de Sloedam aangelegd die Walcheren met Zuid-Beveland verbond. Waarop de vissers van Arnemuiden hun haven en hun open verbinding met zee kwijt waren. Vandaar dat de vissersvloot van Arnemuiden in Veere kwam te liggen. Totdat de Grevelingendam ook daar een einde aan maakte, wederom was de weg naar zee afgesloten. Dus vandaar de vraag: die rijke uitstraling van Veere, hoe is dat te rijmen met een vissershaven gericht op garnalen en mosselen?

Het voormalige stadhuis van Veere

Voor het antwoord daarop moeten we terug naar de vijftiende eeuw. Wolfert VI van Borselen was ‘Heer van Veere’ en die huwde in 1444 met prinses Mary Stewarts, dochter van de Schotse koning Willem I. Maar Schotland had meer te leveren dan een prinses alleen: schapenwol en linnen en lederen huiden van schapen en Schotse hooglanders, zalm uit de Schotse meren en boter en vet. En zo kwam het dat Veere aan zee een welwillende en voor de hand liggende aanvoerhaven werd, geregeld door adelijke families onderling. En daar voer Veere wel bij, wanneer de Hollanders Schotse producten wilden hebben dan waren die tegen betaling te verkrijgen in Veere. Vandaar ook dat Schotse kooplieden zich hebben gevestigd aan de haven van Veere, en dat er een hele Schotse gemeenschap in Veere ontstond: de gelovige Schotten hadden in de Grote Kerk hun eigen kapel en hun eigen dominee en naast de kerk een eigen Schotse begraafplaats, de Schotten bemachtigden eigen huizen aan de haven, een gevelsteen met een lam erop herinnerd aan de Schotse wol. En nog een aardigheidje: in herberg De Swane konden de Schotten belastingvrij eten en logeren en bier en wijn gebruiken. In hetzelfde logement spraken de Schotten van 1541 tot 1616 ook hun eigen recht. Maar aan alles komt een einde, met de opkomst van de VOC kreeg Veere als handelsstad geduchte concurrentie. Maar dat is weer een ander verhaal.

Voormalig stadhuis van Veere
Haven van Veere

Wij slenterden vandaag door de straten van een toeristisch Veere, na de handel in schapenwol en de visserij heeft Veere een nieuwe inkomstenbron gevonden, namelijk die van het toerisme. In een sfeervol onderkomen deden wij ons tegoed aan twee rijkgevulde pannenkoeken, alvorens weer bootwaarts te gaan.

Veere
Veere

Wandelen door Wolphaartsdijk

Wolphaartsdijk naar het westen gezien
Wolphaartsdijk naar het oosten gezien, vrijwel op hetzelfde moment

Weinig tekst deze keer, behalve dan dat we uitzonderlijk wisselvallig weer hebben gehad met heldere luchten voor ons en stortregens achter ons en wij er tussenin. De luchtfoto’s zijn vrijwel op hetzelfde moment genomen. Maar Wolphaartsdijk is een goede plek om te zijn en het weekeinde door te brengen. Tijdens de wandeltocht een tussenstop hebben gemaakt in De Griffioen, gevestigd in het voormalige gemeentehuis van Wolphaartsdijk maar waar nu een buurtcentrum gecombineerd met een herberg. Vriendelijke en gastvrije beheerders troffen we daar zoals de hele omgeving vriendelijkheid ademt. Bij deze een paar foto’s, plaatjes spreken voor zich.

Micro Magic

Micro Magic
Micro Magic

Langs de Zeelandbrug naar Zierikzee

Schutten door de Zandkreeksluis

Een enerverende zeildag vandaag met van alles wat. Begonnen met ruimschoots zeilen op alleen het voorzeil van Wolphaartsdijk naar de Zandkreeksluis, daar op een klein hoekje van de voordriehoek het scheepje gaande gehouden tijdens de paar minuten wachten voor de sluis. Na de Zandkreeksluis fok en grootzeil gezet en ruimschoots de Zandkreek uit, bij de laatste groene boei bakboord uit, aan de wind wind en de stroom mee langs Kats. Waar de wind aantrok en de stroom toenam en de golven kort en knobbelig werden.

Zeilend de Zandkreek uit

De schipper had gerekend op wat luwte om een reef te zetten maar dat pakte anders uit, we besluiten het gelijk goed te doen met een dubbele reef, gezet in een zee met korte golfslag: wind tegen stroom. Daarna koers gezet richting de zuidoever van de Zeelandbrug, Schouwen Duiveland. Waar halverwege een bericht over de VHF wordt ontvangen van een aanvaring tussen twee zeiljachten en een mast overboord. We volgen de communicatie op VHF 67 en passeren op ruime afstand inderdaad een ontmast zeiljacht. Uit het marifoonverkeer begrijpen we dat er geen gewonden zijn en dat de bemanningen het weten te klaren maar het doet wel beseffen hoe belangrijk het is dat de boel overeind blijft. Bij de aankomst van de Zeelandbrug kunnen we kiezen: of wachten op een opening in het bewegende deel, of onder het aangewezen vaste deel. De peilschaal duidt ruim 15 meter doorvaarthoogte, knobbelig zeetje of niet, daar passen wij in het midden onderdoor. Inmiddels ligt het grootzeil al op de giek en is het voorzeil ingerold, de motor doet het werk en we gaan er onderdoor, om na een twintig minuten het Havenkanaal van Zierikzee in te varen. We vinden een ligplaats bij de watersportvereniging van Zierikzee en ruimen de boot op. Rust in het schip en de bemanning.

Een paar uur later, het water is gerezen
Avondlicht in Zierikzee

Van Zierikzee naar Burghsluis

Een mooie zeil- en wandeltocht tegelijk, beiden van Zierikzee naar Burghsluis. De wandeltocht liep Oosterscheldedijk, langs natuurgebieden van de Flauwerspolder en de Oosterschelde en Plompe Toren van het verdwenen dorp Koudekerke op Schouwen-Duiveland en dan langs de dijk met zicht op de Oosterscheldekering. De zeiltocht begon met het vertrek uit Zierikzee door te varen naar de mond van het Havenkanaal met zicht op de Zeelandbrug, dan aan de wind zeilend door de Roompot richting de geul tussen het Nunnenplaatje en de Roggenplaat, opkruisen tot aan Flauwershaven en dan weer aan de wind langs Plompe Toren tot aan Burghsluis. De wind is noordwest 2 en we hebben de hele reis 1 tot een halve knoop de stroom mee, we zijn met hoogwater uit Zierikzee vertrokken met het afgaande tij mee. Anderhalf uur eerder dan de wandelaarster is de schipper in Burghsluis, bij aankomst van de loopster is het scheepje aan kant en staat de koffie klaar.

We verlaten Zierikzee via het Havenkanaal
Zeelandbrug gezien vanuit Zierikzee
Stuurautomaat aan het roer
Oosterschelde, mogelijk zijn ‘wij’ het scheepje in de verte links op de foto
Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland, schelpenpad
Schouwen-Duiveland

Plompe Toren

Een opmerkelijk baken langs de Oosterscheldedijk, dit stenen bouwsel dat eens de kerktoren van Koudekerke is geweest. Aan het einde van de vijftiende eeuw lag de Oosterscheldedijk drie a vier kilometer zuidelijker daar waar nu de Oosterschelde stroomt. Ooit bevonden zich hier veertien welvarende dorpen waar de mensen leefden van de landbouw en van de visserij, waaronder Koudekerke op Schouwen-Duiveland. Maar de zee geeft en de zee neemt, het was een onhoudbare zaak om de dijken in stand te houden, voortdurend werden ze ondermijnd door het langsstromende water. Soms zag men het aankomen en werd er alvast landinwaarts een ‘binnendijk’ aangelegd, om na verloop van tijd desnoods het land aan de zee terug te geven. Maar ‘Zeeuwen zijn zûûnig’ leert een gezegde en dat blijkt ook wel uit hoe men omging met de huizen en de kerken gelegen in zo’n gebied tussen een afkalvende zeedijk en een binnendijk in: dakpan voor dakpan en steen voor steen en plank voor plank werden huizen en de kerk afgebroken om weer elders achter de dijken nieuwe huizen en nieuwe kerken te bouwen. Maar van Koudekerke hebben de Zeeuwen de kerktoren laten staan om voortaan te dienen als baken aan zee. Bekend staande als ‘Plompe Toren’ op Schouwen-Duiveland.

We passeren Plompe Toren
Aangekomen in Burghsluis
Haven van Burghsluis

Vuurtoren Burgh Haamstede

Als vuurtorenwachter in vroeger tijd had je een druk bestaan, dat uit meer bestond dan het elektrische  licht aan doen bij het invallen van de schemer en weer uitdoen in de morgen. Er is een tijd geweest dat er dagelijks een raderwerk opgewonden moest worden om de lenzen rond het licht te laten draaien. Ook was het de taak van de vuurtorenwachter om de ‘Fresnel-lenzen’ te polijsten zodat de lichtbundel helder en scherp bleef. Dit gold ook voor de ramen rondom zowel aan de binnen- als de buitenzijde. Een vuurtorenlamp kon stuk gaan of een zekering doorsmelten, dan moest er direct een nieuwe lamp of zekering geplaatst worden. Of de noodgenerator aangeslingerd, als het elektriciteitsprobleem buiten de vuurtoren lag. Ook dat behoorde tot de taak van de vuurtorenwachter, de noodstroomgenerator paraat houden. Maar de vuurtorenwachter hield ook uitkijk, in de eerste plaats over zee, naar schepen op drift of uit de koers, de vuurtorenwachter kon dan de loods-, sleep- of reddingsdienst alarmeren. Maar de vuurtorenwachter keek ook uit over de duinen, om te alarmeren bijvoorbeeld bij een duinbrand of een verdwaalde. En op zeker moment kwam daar de ‘uitluistertaak’ bij over de scheepsradio. En het doen van meteorologische waarnemingen zoals bewolking en de windrichting. Al met al had een vuurtorenwachter het nodige te doen, de ogen en oren, stem en handen van de kust zijn. Ware het niet dat de meeste vuurtorens van Nederland tegenwoordig onbemand zijn, dankzij de voortschrijdende techniek.

Lichthuis vuurtoren Burgh-Haamstede

Het bankbiljet van 250 gulden, daar stond de vuurtoren van Burgh-Haamstede op afgedrukt. En laat het lichthuis van deze vuurtoren nu opgesteld zijn als vergaderruimte van WSV Burghsluis, na eerst een tijdje als havenkantoor gefungeerd te hebben. Heeft de vuurtoren van Burgh-Haamstede dan geen lichthuis meer? Jawel, maar een ander, een sterkere, om een draaiende radarantenne te kunnen dragen. Dat kon dit lichthuis uit 1882 niet dragen. Maar nu is het dus een vergaderruimte met een verrassing in zich: tegen het plafond is de originele windroos bewaard gebleven met de functionerende windwijzer. ‘Noord ten Westen’ duidt de windwijzer op de foto aan. De taak van de vuurtorenwachter van eens om dat in het logboek te noteren.

De windroos aan het plafond van het lichthuis van de vuurtoren van Burgh-Haamstede

Koudekerke en de Plompe Toren

Vandaag een dag blijven liggen in Burghsluis, een haven zoals waar we graag zijn: een gemoedelijke sfeer in een natuurlijke omgeving en een ligplaats waar je de boot gerust achter kunt laten. De haven van Burghsluis is ook een getijdehaven zodat de aanblik met het uur veranderd: zo staat het water hoog tegen de beschoeiing van de dijk en heb je ogenschijnlijk steigerpalen van gewoon formaat, een paar uur later heb je een walkant vol zeewier waar watervogels zich tegoed doen aan schelpdieren en pieren, en is het water tussen de drijvende steiger en de dijk versmald, torenen de steigerpalen meters hoog boven de boten uit. Het is een mooie zonnige dag met weinig wind, een goede gelegenheid om in de benen te komen, zeker voor de schipper die al genoeg op zijn bootje heeft gezeten. De wandeling wordt beloond met de beklimming van de Plompe Toren en een prachtig uitzicht over de Oosterschelde en Schouwen-Duiveland. En waar eens huizen en een kerk heeft gestaan, mensen in Koudekerke hebben gewoond en ter kerke zijn gegaan.

Koudekerke op Schouwen-Duiveland

Mooie uitzichten van de Plompe Toren

Oosterschelde gezien in de richting van de Zeelandbrug
Burghsluis met op de achtergrond de Oosterschelde stormvloedkering

Langs de Roggenplaat en door de Roompot

Boei H6 bij de Roggenplaat tegenover de Flauwerspolder

Op zich geen bezienswaardigheden vandaag of het waarnemen van opmerkelijke dieren, maar gewoon een dag zeilen in alle rust en in alle vroegte. Alhoewel niet de gewoonte tijdens de vakantie vanmorgen de wekker gezet om 6.00 uur, het tijdstip van laag water bij de stormvloedkering van de Oosterschelde. Door rond die tijd te gaan varen begint de Oosterschelde weer vol te lopen en hebben we vanuit Burghsluis de stroom mee richting de Zeelandbrug. De wekker is niet gegaan, om half zes was de schipper wakker om ‘zeeklaar’ te maken, beginnend met het zetten van een thermoskan sterke koffie en het uitlaten van de hond. Daarna volgen de verdere handelingen van huiken van de zeilen en nog wat rituelen. De wind is noord-oost en dat betekent opkruisen tegen de wind in tussen de rode en groene boeien. Vastlopen zou niet erg zijn, het water zal alleen maar rijzen. Maar voorkomen is beter, een bootje moet drijven. Opvallend dat het op sommige plekken bijna vijftig meter diep is, langs de oevers en de Roggenplaat binnen een paar minuten aflopend tot onder de tien meter. Nog altijd behoorlijk diep vaarwater maar intuïtief denk je ‘we gaan maar overstag’. Wat later in de ochtend wordt de rest van de bemanning wakker die we helpen met ontwaken door het inschenken van een stevige kop koffie. Om daarna over te gaan tot het gezamenlijke ontbijt. Tot aan de Roompot kruisen we met steeds langere slagen van door het vaarwater om dan langs de Zeelandbrug de Oosterschelde over te steken naar Colijnsplaat waar we zullen overnachten. Rond de middag knopen we het bootje vast aan de steiger. Het was wederom een mooie dag op het water.

Zeilen in de Roompot

Colijnsplaat

Jachthaven van Colijnsplaat

Sint Annaland

Wat ons is opgevallen: het lijkt wel alsof men op de Zeeuwse eilanden niet echt herinnerd wil worden aan de Watersnoodramp van 1953. Weliswaar kun je er niet omheen, zoals Begraafplaats Watersnood 1953 in het Zuid-Hollandse Oude-Tonge, of het monument ‘Houwe Jongens’ op Colijnsplaat, of de Deltawerken in de ruimste zin van het woord, maar het lijkt wel of de Zeeuwen zelf de Watersnoodramp stilzwijgend in zich meedragen. Wij waren eens op vakantie aan de Moezel in Duitsland. En op menig huis stonden merktekens: in dit jaar stond het rivierwater zo hoog, en in dat jaar zo hoog. Maar tevergeefs hebben wij ernaar gezocht op de Zeeuwse eilanden. Op deze uitzondering na: op een ‘Geschenkwoning’ behorende aan het streekmuseum van Sint Annaland.

Met de stroom mee gaan we onder de Zeelandbrug door

Geschenkwoningen

In de Scandinavische landen kende men het principe van ‘prefab’ al. In bosrijke omgevingen werden onderdelen van huizen gefabriceerd die in delen naar afgelegen plekken werden vervoerd om die daar in elkaar te zetten. De woningen door Nederland ontvangen waren bestaande ontwerpen die in de landen van herkomst in grote lijnen al eerder waren gebouwd. Na de Watersnoodramp van 1953 kwamen andere landen Nederland te hulp. Er kwamen financiële en materiële donaties, maar de Scandinavische landen rijk aan hout en ook Oostenrijk verleenden hulp door het schenken van complete bouwpakketten van houten woningen. Vanaf eind 1953 werden er honderden geprefabriceerde ‘geschenkwoningen’ geplaatst in verschillende dorpen en steden in Zeeland maar ook in Zuid-Holland. In Sliedrecht aan het Februariplantsoen staan 10 woningen geschonken door Oostenrijk. In Zuid Beijerland 19 aan de Koning Haakonstraat uit Noorwegen. 16 Zweedse woningen staan er in de Zweedse Wijk in Puttershoek. En zo zijn er nog meer plaatsen met deze bijzondere gebaren van hulpverlening na een ramp.

Geschenkwoning 1953 die aanvankelijk in Stavenisse heeft gestaan
Zeeuws dorp achter de dijk: Sint Annaland

Laatste Mijlen

‘Al ziet men kerk en huizen staan, nog is de reis dan niet gedaan’. Een oud zeemansgezegde, wat er op neer komt dat wanneer de zeeman de kust aanloopt, dat je er dan nog niet bent. Het zeegat ingaan wil niet zeggen ‘veilig vaarwater’ ingaan. Juist daar liggen de ondieptes en kunnen er sterke stromingen staan. En al lonken de huizen en het thuiskomen, het kan nog wachten zijn op gunstig tij, op de loods, op een vrije kade, op formaliteiten zoals het afmonsteren. En is er nog het nodige te doen aan zorgen voor het schip. ‘Al ziet men kerk en huizen staan …’

Goed, ter afsluiting van deze reis een mooi plaatje van Bruinisse, genomen vanaf het water van het Zijpe. Harde wind heeft ons een dag in Sint Annaland gehouden wat op zich geheel niet erg was want we hebben ontdekt dat je er heerlijk ijs kunt eten en dat de jachthaven van Sint Annaland een heel aantrekkelijke haven is vol vriendelijke mensen. Maar om voor de aangekondigde zware regen- en onweersbuien van vandaag en de voorspelde krachtige wind van morgen binnen te zijn, zijn we vanmorgen om half zeven gaan varen voor de laatste zeemijlen naar de thuishaven.

Bruinisse gezien vanaf het Zijpe

Laatste mijlen die voortvarend zijn gedaan overigens, met de wind en de stroom mee en het laatste stukje de stroom tegen, we waren in alle vroegte de eersten die de Krammersluizen passerenden, riep de sluiswachter ons toe. Na de laatste mijlen op zoet water meerden we voorbeeldig af op de ligplaats. De Zeeuwse Gastenvlag hing nog in het want maar dat was niet meer aan de orde. Na het schip aan kant te hebben gebracht blikten we terug op een goede reis en een behouden aankomst.

Krammersluis

IJsselmeer, Waddenzee en de Friese Meren in vergelijk met de Zeeuwse Stromen

Tientallen jaren hebben wij gezeild op het IJsselmeer, de Waddenzee en de Friese Meren. Voor de volledigheid horen daar ook het Markermeer en de Randmeren bij. Voor het eerst hebben wij dit jaar een zeilvakantie gehouden op de Zuid-Hollandse- en Zeeuwse wateren: het Volkerak en de Krammer, de Grevelingen, de Oosterschelde en het Veerse Meer. Waarbij we een aantal overeenkomsten en verschillen hebben opgemerkt tussen het zeilen in het noorden of in het zuiden van ons land. In willekeurige volgorde onze bevindingen:

De afstanden van aanlegplaats tot aanlegplaats zijn over het algemeen in Zeeland korter dan aan het IJsselmeer en de Waddenzee. Zeker wanneer je het tij mee hebt kun je binnen een paar uur zeilen / varen in de volgende haven zijn.

Op het IJsselmeer en het Markermeer vaar je veelal op open onbeschut water. Weliswaar zouden de Markerwadden of omliggende dijken wat luwte of vlak water kunnen bieden, maar in de Zeeuwse wateren zoals het Veerse Meer of het Zuid-Hollandse Volkerak is daarin beduidend beschutter. Al kan ‘wind tegen stroom’ ook een korte golfslag doen ontstaan.

Burghsluis met op de achtergrond de Oosterschelde stormvloedkering

Grote delen van de Zeeuwse wateren zijn zout of brak. En dat houdt in een andere biodiversiteit dan op het IJsselmeer en het Markermeer. Lees: geen muggen, wel kwallen. Van die laatste hebben wij overigens in het geheel geen last gehad. Prachtig om in de Oosterschelde ook bruinvissen en zeehonden waar te nemen.

In de Zeeuwse wateren troffen wij een aantal verenigingshavens aan waar men merkbaar trots op de haven was en bovendien uitzonderlijk gastvrij. Weliswaar weten wij van een aantal havens aan het IJsselmeer waar we weleens een bijboot achter konden laten alvorens het Wad op te gaan, en waar we gratis fietsen konden lenen, maar een aantal maal stonden koffie en thee in de Zeeuwse havens klaar in het clubhuis. Waar we hartelijk werden uitgenodigd.

Het IJsselmeer biedt gelegenheid tot het zeilen van lange rakken en kruisslagen, waarbij onderweg zelfs wat geoefend kan worden met een sextant als je dat interesseert. Dat is in Zeeland wel anders, je vindt niet zomaar een vrije horizon in het zuiden. Evenals op de Waddenzee zijn er plekken waar je droog kunt vallen zoals we zagen op de platen voor Sint Annaland. Maar de Waddenzee lijkt ons meer stille ‘droogvalplekken’ te bieden. We zagen bij Sint Annaland ook meerboeien net buiten de vaargeul. Mooi initiatief!

Haven van Veere

Het IJsselmeer en de Waddenzee hebben hun eigen karakteristiek met van oorsprong historische havens zoals Muiden, Durgerdam, de havens aan de Gouwzee, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Makkum, Workum, Stavoren en Lemmer. En natuurlijk Harlingen en West-Terschelling aan de Waddenzee. Zoals ook de afzonderlijke Waddeneilanden hun eigen karakter hebben. Met zeehavens als Harlingen, West-Terschelling en Oudeschild. In Zeeland meer kleinere dorpen en mooi aangelegde jachthavens in voormalige werk- en vluchthavens.

Het varen op getijdewateren in de voormalige zeegaten heeft een eigen dynamiek, maar is minder bepalend dan bijvoorbeeld aan de Waddenzee en in de Waddenzeehavens. Zelf rekenden wij wel met het tij en planden we ons vertrek zoveel mogelijk met het getij mee. Maar het was geen absolute noodzaak, er is altijd wel een traject waarop de stroom een deel mee en een deel tegen is. Maar het varen op stromend water geeft net als op de Waddenzee ook een eigen dynamiek en een extra dimensie. Die wij wel waarderen.

Hebben wij het IJsselmeer en de Waddenzee gemist? Ja, maar dan vooral het bekende en het vertrouwde. Hebben wij van de Zeeuwse Stromen genoten? Ja, en dan vooral van het verrassende onbekende.