Zuid-Hollandse Eilanden

Havenkom van Oude-Tonge

Aan de zuidoostzijde van Goeree-Overflakkee ligt het plaatsje Oude-Tonge. Bij de Watersnoodramp van 1953 wordt in het bijzonder gedacht aan Zeeland. Maar Oude-Tonge gelegen in de provincie Zuid-Holland wordt het zwaarst getroffen dorp van deze ramp genoemd, met 305 slachtoffers in de stormnacht van 31 januari op 1 februari 1953. Bijna tien procent van de gemeenschap kwam in het dorp om het leven, waarbij gehele gezinnen werden geteld. En dat is te zien op de Begraafplaats Watersnood 1953 waar tientallen naamgenoten vermeld staan op de grafstenen. In totaal liggen er 312 personen waaronder ook kinderen en baby’s begraven op Begraafplaats Watersnood 1953, waarvan ook enkele lichamen vermeld als ‘onbekende vrouw’ of ‘onbekend meisje’. Ook een dienstplichtige militair die als hulpverlener om het leven kwam als gevolg van het geraakt worden door de schoepen van een helikopter ligt op deze begraafplaats begraven.

Monument op ‘Begraafplaats Watersnood 1953’ te Oude-Tonge. Het water, door God’s wil geschapen heeft velen voor Zijn troon geleid. Zo werd Zijn gave ons een teken, hun zij Zijn liefde in eeuwigheid. 1 febr. 1953
Begraafplaats Watersnood 1953 van Oude-Tonge
Achter de dijken de boerderijen van Oude-Tonge, waarvan de daken net boven de dijken uitkomen

Deltawerken

We beginnen onze tocht langs de Zuid-Hollandse eilanden en passeren de eerste twee Deltawerken: eerst de Krammersluizen waardoor het Volkerak een zoetwatermeer is geworden. De Krammersluizen zijn dan ook ingericht om geen uitwisseling plaats te laten vinden tussen het zoute water van de Krammer, het Zijpe en de Oosterschelde, en het zoete water van het Volkerak. Wij gaan doorsnede Jachtensluis van het complex, gelegen op een uur varen vanaf Oude-Tonge. Op weer een half uurtje varen gaan we via de sluis van Bruinisse van de Krammer de Grevelingen. Waarna we koers zetten richting de jachthaven van watersportvereniging Herkingen. Ondertussen doet de andere opvarende de tocht te voet, een afstand van 12 kilometer over land.

Zuid-Beveland tussen Oude-Tonge en Herkingen
De Jachtensluis in het Krammersluizen complex
De sluiskolk van Bruinisse tussen de Krammer en de Grevelingen

Grevelingen

WSV Herkingen

En daarop zeilden wij van Herkingen naar Den Osse. Bij WSV Herkingen zijn ze trots op het clubhuis. Twee maal zeiden de afzonderlijke havenmeesters dat we even boven moesten kijken. Dus dat hebben we maar gedaan en inderdaad, een prachtig uitzicht over de jachthaven. Daarna gevolgd door heerlijke zeildag, die begon met een flauw windje uit het noorden in de Geul van Herkingen, maar al na een uurtje halve wind zeilen trok de wind aan tot 4 Beaufort uit het noorden. Op het aan de windse rak een rif gezet om wat comfortabeler te zeilen, dit rif ook laten staan in de Geul van Bommenende. De bedoeling was om Brouwershaven aan te doen, maar de meldsteiger lag al vol met andere zeiljachten en bovendien hinderlijk aan lager wal. Daarop besloten nog even door te zeilen naar jachthaven Den Osse waar we door de vriendelijke havenmeester een mooie ligplaats aan de drijvende steiger kregen toegewezen met de kop in de wind.

Haveningang Den Osse
Strandpaviljoen bij Den Osse waar je lekker kunt eten

Van Den Osse naar Bruinisse

Verplaatsen kun je op verschillende manieren. Vandaag gingen wij ieder onze eigen gang om hetzelfde punt uit te komen: de één te voet van Den Osse langs Brouwershaven, Zonnemaire, Dreischor, Sirjansland en dan Bruinisse, een wandeltocht van 19,86 kilometer afgelegd in 3 uur en 41 minuten. De zeiltocht bedroeg 11,8 Zeemijl waarbij er ook trajecten van opkruisen tegen de wind in. De ander zeilend zuid langs de Hompelvoet, dan westelijk langs de Veermansplaat en dan richting Bruinisse. De zeiltocht nam 3 uur en 45 minuten in beslag, inclusief vertrekken en aankomst. Maar het belangrijkste is er plezier in hebben. Dat geldt voor allebei.

Wandeltocht Schouwen Duiveland
Schouwen-Duiveland tussen Dreischor en Sirjansland
Zeilen op de Grevelingen

Ontstaansgeschiedenis van Bruinisse

Na een rondje Grevelingen zijn we weer aangekomen in Bruinisse. En daar kunnen we niet aan voorbij, want om op de Grevelingen te komen of dit grootste zoutwatermeer van Europa weer af te komen moeten we bij Bruinisse door de sluis. Maar over Bruinisse of in de volksmond Bru gesproken: in het jaar 1467 verleende landsheer hertog Philips van Bourgondië toestemming om de de schorren en de slikken aan de oostzijde van het eiland Duiveland te bedijken, om daarmee polder- en akkerland te winnen. Het droogvallende en onderlopende gebied waar tot die tijd eb en vloed vrij spel hadden zou destijds al bekend staan als Bruynisse – Beoostenduvelandt.

Ene Adriaan van Borsele Heer van Brigdamme (1425-1468) was een Zeeuwse edelman die Brigdamme, Popkensburg, Souburg, Zoutelande, Brouwershaven en Duiveland bestierde en die op 24 maart 1467 de neuzen van verschillende eigenaren van de gorzen dezelfde kant op te laten wijzen. En zo werd er gezamenlijk begonnen met de aanleg van een negentien kilometer lange dijk rond de drassige gronden. Voor een dagloon van 5 cent per man. Waarmee er 800 hectare korenland werd gewonnen. Maar dat maakte Adriaan van Borsele niet meer mee, wel zijn weduwe Anna van Bourgondië, vast en zeker familie van de eerder genoemde Philips. Deze Anna hertrouwde met Adolf van Cleef en liet het dorp Bruinisse uit zilte zeegrond verrijzen.

Bruinisse achter de dijk

De bevolking van Bruinisse kon daarmee gaan leven van zowel de landbouw als van de visserij. De mosselen of zoals men op Bru zegt de mossels en de oesters lagen er voor het oprapen. Maar ook haring, bliek en garnalen werden er volop gevangen. In de landbouw ging men voor vlas, gerst en hop ofwel voor kleding, voedsel en vertier. Anna van Bourgondië vond daarom dat de bewoners van Bruinisse best hun financiële steentje bij konden dragen in het bestraten van het dorp, de aanleg van een haven en het in stand houden van de kerk, niet die van de foto. Een belasting van een stuiver op een vat bier, zo wordt verteld. Daar gaan je vijf zuur verdiende centen weer …

Van Bruinisse naar Yerseke

De ons wat overweldigende jachthaven van Bruinisse

Na inmiddels een week onderweg te zijn bevinden we ons eindelijk op wat je noemen kunt de ‘Zeeuwse Stromen’. Weliswaar is de Grevelingen het grootste zoutwatermeer van Europa maar stromen doet het niet. Misschien een beetje bij het in- en uitwateren maar daarmee houdt het op. Maar vandaag hebben we bij Bruinisse de Grevelingen verlaten om via het Zijpe, het Mastgat, Keeten en de Oosterschelde naar Yerseke te varen. Zeeuwse Stromen en getijdewater. De stewards op de Grevelingensluis kondigden aan: ‘mensen, we gaan 108 centimeter zakken’. Het is maar dat we het wisten. In de Grevelingensluis maakten we vast aan een stoere sleepvlet van een groepje scouts. Leuke gasten, het zomerkamp zat er voor hen op.

Wachtsteiger Grevelingensluis

Nu was het vandaag om tien voor half twaalf laag water bij Bruinisse, en rond die tijd schutten wij, dus met opkomend water betekent dat wat tegenstroom. Maar een uurtje later bij het invaren van de geul ‘Witte Tonnen Vlije’ telden we al een Knoop stroom mee op het log. En zo groeten we gestaag verder met 6 Knopen over de grond. Kwart over twee meerden we af in de Prinses Beatrixhaven, keurig op een door de havenmeester aangewezen ligplaats aan een drijvende steiger via marifoonkanaal 74. Vanavond om kwart voor zes is het hoogwater. Dan kijken we ruimer over de dijk heen.

Het havenkantoor van de Prinses Beatrixhaven van Yerseke
WV Yerseke waar het op deze foto hoog water is

Van Yerseke naar Wolphaartsdijk

Vanmorgen om half elf vertrokken uit de Prinses Beatrixhaven te Yerseke, het is dan anderhalf uur voor laag water. Zo konden we nog net met het laatste stukje stroom mee richting de Zandkreeksluis varen om daar het Veerse Meer op te gaan. Er is veel regen voorspeld deze dag, rond de middag en in de avond een flinke bui. Ook onweer is niet uitgesloten. Het is warm broeierig weer en hopen daarom voor de hevigste regen binnen te zijn. Er is enige opwinding onderweg bij het zien van meerdere bruinvissen in de Oosterschelde ter hoogte van de Galgeplaat. Meerde dieren tegelijk duiken op en weer onder met hun rug en rugvin boven water. Dat daar overigens ruim veertig meter diep is, het echolood staat op zeker moment op dik zevenenveertig meter onder onze kiel. Het is daarbij nog springtij ook, extra laag water. Op de banken bij de ingang van de Zandkreeksluis  tegenover de Katse Plaat liggen tientallen zeehonden langs de waterkant. Leuk om te zien, we laten ze met rust.

Yerseke bij hoog water

Bij aankomst van de sluizen zijn we een paar minuten te laat voor de sluiswachter om nog met de schutting mee te mogen. Er is weliswaar ruimte genoeg in de kolk zo van verre te zien, maar de nog af te leggen afstand en daarmee de wachttijd voor wie er al in de sluis liggen is nog te groot, zal de sluiswachter hebben gedacht. Een westwaartse- en een oostwaartse schutting en een flinke regenbui verder brengen we een uur door aan de wachtsteiger, uiteindelijk liggen we vooraan in een volle sluis langszij een stalen motorkruiser uit Sliedrecht. We hebben de Marina van het stadje Kortgene in gedachten maar daar tegenover ligt de watersportvereniging van Wolphaartsdijk. De Marina ligt vol motorkruisers niet naar onze smaak, de watersportvereniging aan de zuidoever van het Veerse Meer laat overwegend masten van zeilboten zien. We wijzigen het oorspronkelijke plan en kiezen voor de verenigingshaven aan de zuidzijde. En vinden een mooie ligplaats tussen soortgelijke scheepjes. Eenmaal gemeerd volgt de voorzegde plensbui maar wij hebben dan de kuiptent al staan.

Het echolood duidt een diepte aan van 46 meter en een beetje
Oosterschelde tussen Yerseke en de Zandkreeksluis

Wolphaartsdijk

Wanneer je op de kaart van de Zeeuwse eilanden kijkt zouden wij ons nu in het midden van de provincie Zeeland bevinden. Ik weet niet of het exacte midden van Zeeland weleens bepaald is, maar het zou weleens heel dicht bij Wolphaartsdijk kunnen liggen. Gelegen aan de zuidoever van het Veerse Meer even ten noorden van Goes. Wat de geschiedenis van Wolphaartsdijk en omgeving betreft is dat een reeks van overstromingen. In 1287 ging het nog maar net goed maar in 1334 leed het dorp onder de de Clemensvloed, daarna kwam er een stormvloed in 1375, in 1377 op Sint Catharina’s dag nog een keer, in 1530 en in 1532 en daaropvolgend in 1552 de Sint Pontiaansvloed, de Allerheiligenvloed van 1570 en bijna een eeuw later in 1665 verdwenen de Westkerkepolder en de Westerlandpolder onder water.

‘Wolphaartsdijkseveer’ staat er nog op de gevel van dit sterrenrestaurant. Op de voorgrond de betonnen dijkverhogingen, ‘Muraltmuur’ genoemd.

Daarna braken er wat de waterhuishouding betreft betere tijden aan. Er werden nieuwe dijken aangelegd en polders drooggelegd. Wat niet heeft kunnen verhinderen dat ook Wolphaartsdijk getroffen werd door de Watersnoodramp van 1953. Veertien mensen kwamen om, vee verdronk, en de Oosterland-, Oud-Sabbinge-, Zuiderland- en Zuidvlietpolders liepen onder. Het Deltaplan heeft de omgeving drastisch veranderd, de Veerse Dam aan de zeezijde en de Kreekraksluizen aan de Oosterscheldezijde maakten van het Veerse Gat het Veerse Meer. Van de veerdienst die tot 1911 gevaren heeft van Middelburg naar Wolphaartsdijk en Kortgene, Katseveer en Zierikzee rest het verhuis aan de dijk. De betonnen dijkverhoging, de zogenaamde ‘Muraltmuur’ herinnert daarbij aan de eeuwigdurende strijd tegen het water.

Aan de overzijde van het Veerse Meer ligt Kortgene

Muraltmuur

Muraltmuren zijn een ontwerp van jonkheer ir. R.R.L. de Muralt die in de periode van 1903 tot 1913 hoofd Technische Dienst was van het waterschap Schouwen. Na de stormvloed van 1906 ontwikkelde hij een manier om tegen beheersbare kosten de dijken te verhogen zonder het dijklichaam te hoeven verbreden. In de 1906 en 1935 is er over een lengte van bijna 120 kilometer aan Muraltmuur aangelegd. Tijdens de watersnood van 1953 bleken deze echter nauwelijks het water te keren, aangezien het ontwerp bedoeld was om golfoverslag te voorkomen maar niet als waterkering. Het ontwerp was daartoe te zwak verankerd in het dijklichaam. De Muraltmuur bij Scharendijke is daarbij aangemerkt als Rijksmonument. Bij tal van dijkversterkingen in het kader van het Deltaplan zijn Muraltmuren verdwenen. Maar hier in Wolphaartsdijk ligt er nog een deel.

Muraltmuur bij Wolphaartsdijk

Veerse Meer, Zuid Beveland en Walcheren

Op de foto’s is het nauwelijks te zien maar er stond een behoorlijke hoeveelheid wind vandaag op het Veerse Meer. 4 Beaufort uit het zuidwesten volgens de weersverwachting, maar de windmeter duidde een aantal maal 30 Knopen wind. Oké, wij motorden tegen de wind in met 4 Knopen, soms minder, dus die trekken we er vanaf, maar dan staat er volgens de Schaal van Beaufort dus een dikke 6 Beaufort. En dat klopt ook wel met de aanblik van het brakke water van het Veerse Meer vandaag, schuimplekken en -strepen en hier en daar een brekende kam. Af en toe kwam er een stevige regenbui over voorafgegaan door een stevig aantrekken van de wind, en dan weer brak de zon door met stukken blauw tussen de wolken. Een weerspreuk zegt: ‘Komt wind voor regen , daar kunnen de zeilen tegen, komt regen voor de wind , berg dan je zeilen gezwind.’ Dus daar houden we ons maar aan vast. Daarbij zeggende dat de schipper en zijn hondje alleen aan boord waren, de vrouw heeft gelopen van Wolphaartsdijk naar Veere. Een hele prestatie, doe het maar eens na! Dorst ze niet te varen? Jawel, ze is niet bang. Maar we hebben allebei onze eigen passie die we bij deze combineren.

Buitencentrum Veere

Onderweg passeren we Buitencentrum Veere. Teruggerekend zesendertig jaar geleden heb ik hier een paar nachten doorgebracht, vanwege een PreSea-training ondergaan bij Maritiem Instituut De Ruyter, zeg maar de zeevaartschool aan de boulevard van Vlissingen. Ontschepen in een reddingsloep, te water gaan van een meter of wat in een overlevingspak, aan boord klauteren en rechtop zetten van een reddingsvlot, uit het water gevist worden met een host-line, ontsnappen uit een te water geraakte helikopter, geblindeerd persluchtmasker dragen en branden blussen met poeder, schuim en water, buiten en in binnenruimte. Een paar weken later examen gedaan voor scheepswerktuigkundige, en geslaagd. Zesendertig jaar geleden alweer, het is het Buitencentrum van de zeevaartschool ook aan te zien …

Veere aan het Veerse Meer
Wandeltocht van Wolphaartsdijk naar Veere, 20,3 kilometer

Aan het einde van de reis, en bijna aan het westelijke einde van het Veerse Meer aangekomen bij WSV Arne even voorbij Veere. Onderweg hebben we van alles gehad aan weersomstandigheden, zon, regen, wind, hagel, maar uiteindelijk gaan we voldaan aan de koffie.

Veere

Een wonderlijke uitstraling heeft Veere, zeker wanneer de verloren garnalen- en mosselvangst het eerste is dat in je opkomt. Want dat zou zomaar kunnen, dat de gedachten gaan naar de visserij vanuit Veere die ophield te bestaan bij de aanleg van de Veerse Dam als onderdeel van de Deltawerken. Veere was de thuishaven van vissersschepen uit Veere en Arnemuiden, u weet wel, van die klok die eens zal luiden. En ook dat is een verhaal op zich: Arnemuiden ligt letterlijk en figuurlijk landinwaarts. Maar ooit lag Arnemuiden aan de oostzijde van het eiland Walcheren. Maar in 1871 werd de Sloedam aangelegd die Walcheren met Zuid-Beveland verbond. Waarop de vissers van Arnemuiden hun haven en hun open verbinding met zee kwijt waren. Vandaar dat de vissersvloot van Arnemuiden in Veere kwam te liggen. Totdat de Grevelingendam ook daar een einde aan maakte, wederom was de weg naar zee afgesloten. Dus vandaar de vraag: die rijke uitstraling van Veere, hoe is dat te rijmen met een vissershaven gericht op garnalen en mosselen?

Het voormalige stadhuis van Veere

Voor het antwoord daarop moeten we terug naar de vijftiende eeuw. Wolfert VI van Borselen was ‘Heer van Veere’ en die huwde in 1444 met prinses Mary Stewarts, dochter van de Schotse koning Willem I. Maar Schotland had meer te leveren dan een prinses alleen: schapenwol en linnen en lederen huiden van schapen en Schotse hooglanders, zalm uit de Schotse meren en boter en vet. En zo kwam het dat Veere aan zee een welwillende en voor de hand liggende aanvoerhaven werd, geregeld door adelijke families onderling. En daar voer Veere wel bij, wanneer de Hollanders Schotse producten wilden hebben dan waren die tegen betaling te verkrijgen in Veere. Vandaar ook dat Schotse kooplieden zich hebben gevestigd aan de haven van Veere, en dat er een hele Schotse gemeenschap in Veere ontstond: de gelovige Schotten hadden in de Grote Kerk hun eigen kapel en hun eigen dominee en naast de kerk een eigen Schotse begraafplaats, de Schotten bemachtigden eigen huizen aan de haven, een gevelsteen met een lam erop herinnerd aan de Schotse wol. En nog een aardigheidje: in herberg De Swane konden de Schotten belastingvrij eten en logeren en bier en wijn gebruiken. In hetzelfde logement spraken de Schotten van 1541 tot 1616 ook hun eigen recht. Maar aan alles komt een einde, met de opkomst van de VOC kreeg Veere als handelsstad geduchte concurrentie. Maar dat is weer een ander verhaal.

Voormalig stadhuis van Veere
Haven van Veere

Wij slenterden vandaag door de straten van een toeristisch Veere, na de handel in schapenwol en de visserij heeft Veere een nieuwe inkomstenbron gevonden, namelijk die van het toerisme. In een sfeervol onderkomen deden wij ons tegoed aan twee rijkgevulde pannenkoeken, alvorens weer bootwaarts te gaan.

Veere
Veere

Wandelen door Wolphaartsdijk

Wolphaartsdijk naar het westen gezien
Wolphaartsdijk naar het oosten gezien, vrijwel op hetzelfde moment

Weinig tekst deze keer, behalve dan dat we uitzonderlijk wisselvallig weer hebben gehad met heldere luchten voor ons en stortregens achter ons en wij er tussenin. De luchtfoto’s zijn vrijwel op hetzelfde moment genomen. Maar Wolphaartsdijk is een goede plek om te zijn en het weekeinde door te brengen. Tijdens de wandeltocht een tussenstop hebben gemaakt in De Griffioen, gevestigd in het voormalige gemeentehuis van Wolphaartsdijk maar waar nu een buurtcentrum gecombineerd met een herberg. Vriendelijke en gastvrije beheerders troffen we daar zoals de hele omgeving vriendelijkheid ademt. Bij deze een paar foto’s, plaatjes spreken voor zich.

Buurtcentrum De Griffioen in Wolphaartsdijk
Wolphaartsdijk
Buurt in Wolphaartsdijk
De tekst spreekt voor zich

Micro Magic

Micro Magic
Micro Magic

Langs de Zeelandbrug naar Zierikzee

Schutten door de Zandkreeksluis

Een enerverende zeildag vandaag met van alles wat. Begonnen met ruimschoots zeilen op alleen het voorzeil van Wolphaartsdijk naar de Zandkreeksluis, daar op een klein hoekje van de voordriehoek het scheepje gaande gehouden tijdens de paar minuten wachten voor de sluis. Na de Zandkreeksluis fok en grootzeil gezet en ruimschoots de Zandkreek uit, bij de laatste groene boei bakboord uit, aan de wind wind en de stroom mee langs Kats. Waar de wind aantrok en de stroom toenam en de golven kort en knobbelig werden.

Zeilend de Zandkreek uit

De schipper had gerekend op wat luwte om een reef te zetten maar dat pakte anders uit, we besluiten het gelijk goed te doen met een dubbele reef, gezet in een zee met korte golfslag: wind tegen stroom. Daarna koers gezet richting de zuidoever van de Zeelandbrug, Schouwen Duiveland. Waar halverwege een bericht over de VHF wordt ontvangen van een aanvaring tussen twee zeiljachten en een mast overboord. We volgen de communicatie op VHF 67 en passeren op ruime afstand inderdaad een ontmast zeiljacht. Uit het marifoonverkeer begrijpen we dat er geen gewonden zijn en dat de bemanningen het weten te klaren maar het doet wel beseffen hoe belangrijk het is dat de boel overeind blijft. Bij de aankomst van de Zeelandbrug kunnen we kiezen: of wachten op een opening in het bewegende deel, of onder het aangewezen vaste deel. De peilschaal duidt ruim 15 meter doorvaarthoogte, knobbelig zeetje of niet, daar passen wij in het midden onderdoor. Inmiddels ligt het grootzeil al op de giek en is het voorzeil ingerold, de motor doet het werk en we gaan er onderdoor, om na een twintig minuten het Havenkanaal van Zierikzee in te varen. We vinden een ligplaats bij de watersportvereniging van Zierikzee en ruimen de boot op. Rust in het schip en de bemanning.

Jachthaven in het Havenkanaal van Zierikzee
Een paar uur later, het water is gerezen
Avondlicht in Zierikzee

Van Zierikzee naar Burghsluis

Een mooie zeil- en wandeltocht tegelijk, beiden van Zierikzee naar Burghsluis. De wandeltocht liep Oosterscheldedijk, langs natuurgebieden van de Flauwerspolder en de Oosterschelde en Plompe Toren van het verdwenen dorp Koudekerke op Schouwen-Duiveland en dan langs de dijk met zicht op de Oosterscheldekering. De zeiltocht begon met het vertrek uit Zierikzee door te varen naar de mond van het Havenkanaal met zicht op de Zeelandbrug, dan aan de wind zeilend door de Roompot richting de geul tussen het Nunnenplaatje en de Roggenplaat, opkruisen tot aan Flauwershaven en dan weer aan de wind langs Plompe Toren tot aan Burghsluis. De wind is noordwest 2 en we hebben de hele reis 1 tot een halve knoop de stroom mee, we zijn met hoogwater uit Zierikzee vertrokken met het afgaande tij mee. Anderhalf uur eerder dan de wandelaarster is de schipper in Burghsluis, bij aankomst van de loopster is het scheepje aan kant en staat de koffie klaar.

We verlaten Zierikzee via het Havenkanaal
Zeelandbrug gezien vanuit Zierikzee
Rustig zeilen op de stuurautomaat
Oosterschelde, mogelijk zijn ‘wij’ het scheepje in de verte links op de foto
Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland, schelpenpad
Schouwen-Duiveland

Plompe Toren

Een opmerkelijk baken langs de Oosterscheldedijk, dit stenen bouwsel dat eens de kerktoren van Koudekerke is geweest. Aan het einde van de vijftiende eeuw lag de Oosterscheldedijk drie a vier kilometer zuidelijker daar waar nu de Oosterschelde stroomt. Ooit bevonden zich hier veertien welvarende dorpen waar de mensen leefden van de landbouw en van de visserij, waaronder Koudekerke op Schouwen-Duiveland. Maar de zee geeft en de zee neemt, het was een onhoudbare zaak om de dijken in stand te houden, voortdurend werden ze ondermijnd door het langsstromende water. Soms zag men het aankomen en werd er alvast landinwaarts een ‘binnendijk’ aangelegd, om na verloop van tijd desnoods het land aan de zee terug te geven. Maar ‘Zeeuwen zijn zûûnig’ leert een gezegde en dat blijkt ook wel uit hoe men omging met de huizen en de kerken gelegen in zo’n gebied tussen een afkalvende zeedijk en een binnendijk in: dakpan voor dakpan en steen voor steen en plank voor plank werden huizen en de kerk afgebroken om weer elders achter de dijken nieuwe huizen en nieuwe kerken te bouwen. Maar van Koudekerke hebben de Zeeuwen de kerktoren laten staan om voortaan te dienen als baken aan zee. Bekend staande als ‘Plompe Toren’ op Schouwen-Duiveland.

We passeren Plompe Toren
Aangekomen in Burghsluis
Haven van Burghsluis

Wordt vervolgd