Schip of boot

Schip of boot

Wanneer is een vaartuig nu een schip en wanneer noem je het een boot? Dat lijkt een eenvoudige vraag maar dat is het niet. Je zou denken dat een schip per definitie groot is en een boot klein, maar die stelregel gaat lang niet altijd op. Een aardige leidraad is dat een schip gesloten dekken heeft en zich daarin onderscheid van boten. Maar er zijn ook boten met gesloten dekken. En ook de stelling dat een schip bedoeld is voor zee en een boot voor binnenwateren blijkt geen maatstaf. Laten we zomaar eens wat boten en schepen op een rij zetten:

Beunschip, Containerschip, Droomschip, Duikschip, Evangelisatieschip, Hotelschip, Koelschip, Kraanschip, Lichtschip, Logementschip, Marineschip, Modelschip, Motorschip, Passagiersschip, Pantserschip, Sleepschip, Stoomschip, Troepentransportschip, Vissersschip, Vrachtschip, Zeilschip, Zeeschip

Bunkerboot, Draagvleugelboot, Duikboot, Duwboot, Fluisterboot, Huurboot, Kanonneerboot, Loodsboot, Modelboot, Motorboot, Notarisboot, Onderzeeboot, Partyboot, Raderboot, Reddingsboot, Roeiboot, Salonboot, Sleepboot, Speedboot, Speelgoedboot, Stoomboot, Veerboot, Vissersboot, Woonboot, Zeilboot

Rondvaartboot Simmerwille, voorheen evangelisatieschip Febe. Klik op afbeelding en ga naar ms Simmerwille.

Per definitie

De bovenstaande lijsten kunnen zeker nog aangevuld worden. Bijvoorbeeld met een ‘bijboot’ en een ‘opblaasboot’ en ook een ‘rubberboot’ kan worden genoemd. Ook blijkt dat oorlogsschepen eveneens ‘boten’ kunnen zijn, zoals de ‘onderzeeboot’, de ‘duikboot’ en de ‘kanonneerboot’. En een aardige is de term ‘zeeboot’ die onder binnenschippers wordt gebruikt, wanneer een ‘binnenschip’ afmeert langs een ‘zeeboot’. Daarbij: een ‘onderzeeboot’ is absoluut waterdicht aan alle kanten en zeker niet open! Terwijl een ‘beunschip’ weliswaar dubbelwandig is om drijfvermogen te behouden maar aan de bovenzijde open zonder luiken over het ruim.

Binnenvaart Politie Reglement en Rijnvaart Politie Reglement

Scheepvaartreglementen voor de binnenvaart spreken op een enkele uitzondering na over een ‘schip’, te onderscheiden in een ‘groot’ en ‘klein’. In de regel ‘wijkt klein voor groot’. Zo wordt er bijvoorbeeld in artikel 2.02 van het BPR gesproken over een ‘zeilschip kleiner dan 7 meter’ en ook over ‘snelle motorboten’.

Scheepvaart- en Maritieme berichten

Bij de Scheepvaartberichten via de VHF van de Nederlandse Kustwacht klinkt ‘Alle schepen, alle schepen, alle schepen, hier volgt een bericht voor …’ ook daarin worden alle  ‘motor-, zeil- en roeiboten’ en het luchtverkeer aangeroepen.

Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee

Het ‘Zeeaanvaringsreglement’ zoals het BVAZ wel eens gemakshalve wordt genoemd kiest voor de middenweg, spreekt zich niet uit over ‘schepen’ of ‘boten’ maar kiest voor de term ‘vaartuigen’  inclusief ‘watervliegtuigen’, hovercrafts’ en ‘draagvleugelboten’.

Voorschrift 3: Algemene begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Voorschriften, behalve waar het zinsverband anders vereist:

a) Omvat het woord “vaartuig” elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water.

b) Betekent de uitdrukking “werktuiglijk voortbewogen vaartuig” elk vaartuig voortbewogen door machines.

c) Betekent het woord “zeilvaartuig” elk vaartuig dat onder zeil is mits de voortstuwingsmachines, indien aangebracht, niet worden gebruikt.

d) Betekent de uitdrukking “vaartuig bezig met de uitoefening van de visserij” een vaartuig dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid beperken, maar omvat niet een vaartuig dat vist met sleeplijnen of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid niet beperken.

e) Betekent het woord “watervliegtuig” elk luchtvaartuig ontworpen om op het water te manoeuvreren.

f) Betekent de uitdrukking “onmanoeuvreerbaar vaartuig” een vaartuig dat wegens een buitengewone omstandigheid niet in staat is te manoeuvreren zoals vereist volgens deze Voorschriften en dat daardoor niet in staat is voor een ander vaartuig uit te wijken.

Zie verder de Internationale Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op zee.

Geschiedenis

Tot ver in de negentiende eeuw waren de grootste schepen zeilschepen, zowel de zeilende vrachtvaarders als de oorlogsbodems. Na de uitvinding van de stoommachine en de stoomturbine en de toepassing daarvan in vaartuigen waren het vooralsnog eerst de kleinere boten waarin stoommachines en -turbines werden geplaatst, aanvankelijk als experiment. Wanneer zeilschepen werden voorzien van stoommachines was dit aanvankelijk als hulpvoortstuwing. Nadat de techniek voldoende aan bedrijfszekerheid en vertrouwen had gewonnen werden de zeilen gaandeweg ‘hulpzeilen’. Een verklaring waarom men aanvankelijk sprak over een zeilschip van formaat en een stoomboot, nog niet al te groot. In verhouding zoals de stoomsleepboten die de zeilschepen na een lange reis over zee de haven insleepten.

ss Nederland, te water gelaten op 24 april 1881, een voorbeeld van een stoomschip met steunzeilen. Klik op afbeelding en ga naar ss Leerdam.

Maar er heeft ook een Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij bestaan, de in Amsterdam gevestigde KNSM, opgericht in 1856, een toonaangevende rederij met grote zeeschepen, betrokken ook bij de oprichting van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland met de ‘veerboten’ van Nederland naar Engeland. De KNSM is in 1981 opgegaan in de Vereenigde Nederlandse Scheepvaartmaatschappij de VNS.

Gezegden

Ook in Nederlandse gezegden worden de woorden ‘schip’ en ‘boot’ door elkaar heen gebruikt. Zo kan men ‘Tussen wal en schip vallen’ maar men kan ook ‘Buiten de boot vallen’. Beide gezegden duiden een penibele situatie aan. Men kan ‘Het schip ingaan’ en men kan ‘De boot missen’. Bij beiden is men ‘gedupeerd’.

Etymologie van het woord ‘boot’

Aardig is de oorsprong van het Nederlandse woord ‘boot’, en het Franse woord ‘bateau’ of het Italiaanse ‘batto’. De etymologie (woordkunde) verwijst naar het Oudfriese woord ‘bāt’. En dat een uitgeholde boomstam in het Oudfries een ‘beit’ of ‘bijt’ werd genoemd, een ‘uitgebeitelde boom’ wat weer een vroege vorm is van een ‘boot’, een uitgeholde boomstam. Ook verwijzend naar een ‘beitel’ en het werkwoord ‘beitelen’. Opmerkelijk: bij een sleepboot wordt de zware bolder waar de sleeptros op wordt vastgemaakt de ‘beeting’ genoemd, twee palen welke tot diep in het schip verankerd zijn en voorzien van een dwarsbalk. Ook is er het gezegde ‘Een vreemde eend in de bijt.’  Een ‘bijt’ wil zeggen een door mensen uitgehakt stuk ijs waar gevist kan worden. Ook bij een ‘bijt in het ijs’ is er gebeiteld en gespleten.

Etymologie van het woord ‘schip’

Het Duitse woord voor schip is ‘Schiff’, en daarmee zou het woord ‘schip’ verwant zijn aan ‘schep’ of ‘scheppen’. Enerzijds is een schip voor te stellen als de vorm van een schep waarmee men bijvoorbeeld graan of kolen schept, met enige voorzichtigheid kun je een schep als een scheepje laten drijven.  Maar ook hier is er de verwantschap met de holle boomstam, met schrapen en beitels ‘leeggeschept’. Het Scandinavische en Friese woord voor schip is ‘skip’ wat verwant is aan het woord ‘schiften’ ofwel ‘scheiden’ en het vernederlandste woord ‘skippen’ ofwel ‘overslaan’. Ook hier zijn raakvlakken denkbaar met de uitgeholde boomstam en eveneens met een ‘schijf’ zoals die ‘afgescheiden’ van een boomstam afkomstig kan zijn.

ms Westerdam, een schip van de Holland Amerika Lijn in 1948 in de vaart gekomen. Klik op afbeelding en ga naar ms Westerdam.

Wanneer boot en wanneer schip?

Het bovenstaande geeft de nodige antwoorden maar geen uitsluitsel over wat er nu per definitie een schip of een boot is. In zekere zin zijn ‘boot’ en ‘schip’ synoniemen van elkaar, verschillende woorden met dezelfde of vergelijkbare betekenis. Want niet iedere ‘opblaasboot’ is van rubber. En zowel een ‘duikboot’ als een ‘onderzeeboot’ kunnen onderwater, maar een ‘duikschip’ is weer bestemd om vanaf te duiken. ‘Een schip zo zeewaardig als de bemanning’, zoals blijkt dat er kleine bootjes zijn die oceanen zijn overgestoken. Waarbij de binnenschipper zijn schip langszij een ‘zeeboot’ af kan meren, maar een zeeman ziet ‘loodsboten, sleepboten en reddingboten’ normaliter als vaartuigen die behulpzaam zijn aan het grote schip. En een kind kan zomaar zien ‘een hele grote boot’.

Disclaimer: Bovenstaande voorschriften zijn zo betrouwbaar mogelijk geciteerd uit ter beschikking staande reglementen, maar aan de citaten kunnen geen rechten of plichten worden onttrokken.

Geef een reactie