Scheepsnamen

Naamplaat

De vraag was om een naamplaat te maken voor een zeilboot. De plakletters waren beschikbaar, evenals de kleurlak en het hout. Om te beginnen uit watervast multiplex een naambord gezaagd, de randen en de kopse kanten wat afgerond, vervolgens het geheel in de rode menie gezet waarna een laag grijze grondverf, voordat de marineblauwe aflak werd gezet. Na weer een drag drogen konden de letters erop en kon het naambord naar de boot, klaar voor gebruik.

Scheepsnaam vermeld op een reddingboei aan boord van driemast topzeilschoener Willem Barentsz.
Naambord voor zeiljacht

Sinds mensenheugenis dragen schepen namen, soms verwijzend naar een beschermheilige zoals de Santo Maria van Christoffel Columbus, soms is de scheepsnaam een afkorting met een kwinkslag zoals Denzo wat staat voor Dag En Nacht, Zondag Ook. Een scheepsnaam kan ook een samenvoeging zijn van namen van mensen, zoals de Joma, staande voor Joop en Marie. Een andere vorm is de scheepsnaam die een intentie weergeeft: Hoop op Zegen, Vertrouwen, Deo Volente. Of De Gebroeders. De zeeslepers van Smit & Co droegen van origine de namen van zeeën, zoals de Zwarte-, de Witte-, de Rode- en de Gele Zee en de Noordzee, Oostzee en Barentszee, of van rivieren, de Elbe, de Orinoco, de Hudson. Later kwamen de Smit Rotterdam, Smit London, Smit Houston en de Smit New York. Bureau Wijsmulller koos voor provincienamen, de Noord-Holland, de Friesland, de Gelderland, Rederij Doeksen maakte naam met schepen als de Holland en de Friesland. Loodsboten dragen namen gelinkt aan sterren geschikt voor de navigatie, Polaris, Procyon, Pollux.  De namen van reddingboten verwijzen soms naar redders uit het verleden zoals Dorus Rijkers, of verwijzen naar gulle gevers of een financieel fonds, zoals de Zeemanspot. Bij de Koninklijke Marine kiest men bij de fregatten voor zeehelden zoals Tromp, De Ruyter, Kortenaer, Van Speijk. Nederlands vliegdekschip was ooit de Karel Doorman. de bevoorradingsschepen waren de Poolster en de Zuiderkruis, de onderzeeërs zijn de  Walrus, Dolfijn, Bruinvis en de Zeeleeuw. Ook het koningshuis kan worden vereerd met namen, zoals bijvoorbeeld de Prinses Margriet, voorheen het opleidingschip van de zeevaartscholen (prinses Margriet is ook de beschermvrouwe van de koopvaardij). Maar soms wordt er volstaan met cijfer en lettercombinatie, zoals de ZaGri 1 wat staat voor Zand en Grind 1, een verwijzing naar de lading van het schip. In de visserij gaat kan het dubbelop gaan, bijvoorbeeld de duurzame viskotter Urker viskotter UK 225 ‘Auke Senior’.

Daarbij is het ook een wettelijk voorschrift dat schepen minstens een kenmerk of een naam dragen, opdat deze herkenbaar, oproepbaar en aanspreekbaar zijn. Wat dat betreft zijn schepen net mensen. En per definitie is een schip vrouwelijk. Columbus had ook dat al heel goed door …

Kentekens van Schepen volgens het Binnenvaart Politie Reglement (BPR)
en het Rijnvaart Politie Reglement (RPR)

Kempenaar Patria, kentekens tegen de achterzijde van de stuurhut. Klik op afbeelding en ga naar ms Patria.

Kentekens grote schepenen volgens het BPR artikel 2.01

1 Een groot schip mag niet deelnemen aan de scheepvaart, indien niet op de romp of op duurzaam bevestigde borden of platen zijn aangebracht:

a. hetzij de naam van een schip die ook een kenspreuk kan zijn, hetzij de naam van een instelling waaraan het schip toebehoort of de gebruikelijke afkorting daarvan, al dan niet gevolgd door een nummer, aan beide zijden van het schip en bovendien, met uitzondering van een duwbak, op een zodanige plaats, dat deze aanduiding van achteren zichtbaar is;

b. de thuishaven van het schip en de letter of de lettercombinatie die volgens bijlage 1 van dit reglement het land aangeeft, waarin deze is gelegen, hetzij aan beide zijden van het schip hetzij aan de achterzijde.

2 De kentekens, bedoeld in het eerste lid, moeten zijn aangebracht in lichte kleur op donkere ondergrond of in donkere kleur op lichte ondergrond in goed leesbare en onuitwisbare Latijnse letters en Arabische cijfers met een hoogte voor de naam van tenminste 20 cm en voor de overige aanduidingen van tenminste 15 cm en met een breedte en een stamdikte die in goede verhouding tot de hoogte staan.

Naam op de boeg van de Maurice, maar ook kentekens op de luiken van het ruim en op de den.

Kentekens kleine schepen volgens het BPR Artikel 2.02

1 Een klein schip mag niet deelnemen aan de scheepvaart, indien hierop niet zijn aangebracht:

a. hetzij de naam van het schip die ook een kenspreuk kan zijn, hetzij de naam van de instelling waaraan het schip toebehoort of de gebruikelijke afkorting daarvan, al dan niet gevolgd door een nummer, aan de buitenzijde van het schip in lichte kleur op donkere ondergrond of in donkere kleur op lichte ondergrond in goed leesbare en onuitwisbare Latijnse letters en Arabische cijfers; en

b. de naam en de woonplaats van de eigenaar op een in het oog vallende plaats aan de binnen- of de buitenzijde van het schip.

2 Op een bijboot van een schip behoeft echter, aan de binnen- of de buitenzijde, slechts een zodanig kenteken te zijn aangebracht, dat daaruit kan worden opgemaakt wie de eigenaar is.

3 Het eerste lid is niet van toepassing op snelle motorboten, waarop het registratieteken bedoeld in artikel 8.02 is aangebracht, en op een door spierkracht voortbewogen schip noch op een zeilschip met een lengte van minder dan 7 m.

De naam op een open zeilboot welke korter is dan 7 meter. Volgens het BPR is bij dit ‘schip’ het aanbrengen van de naam niet verplicht. Volgens het RPR dient er minstens een officieel kenteken te zijn aangebracht.

Kentekens Kleine Schepen volgens het RPR Artikel 2.02

1 Op een klein schip moet een officiëel kenteken worden aangebracht. Dit kenteken moet een hoogte hebben van ten minste 10 cm en het moet vooraan aan beide zijden van het schip zijn aangebracht, in lichte kleur op donkere ondergrond of in donkere kleur op lichte ondergrond.

2 Aan kleine schepen kan bij bijzondere voorschriften van de bevoegde autoriteit vrijstelling worden verleend van het kenteken bedoeld in het eerste lid. In dit geval moeten op deze kleine schepen de volgende kentekens worden aangebracht:

a. de naam of de kenspreuk.

De naam moet worden aangebracht aan de buitenzijde van het schip in goed leesbare en onuitwisbare Latijnse letters. Bij het ontbreken van de naam of de kenspreuk van het schip moet worden aangegeven de naam van de instelling, waaraan het schip toebehoort of de gebruikelijke afkorting daarvan, al dan niet gevolgd door een nummer. De tekens moeten in lichte kleur op donkere ondergrond of in donkere kleur op lichte ondergrond worden aangebracht;

b. de naam en de woonplaats van de eigenaar.

De naam en de woonplaats moeten op een goed waarneembare plaats aan de binnen- of buitenzijde van het schip worden aangebracht.

3 Op een bijboot van een schip behoeft echter, aan de binnen- of buitenzijde, slechts een zodanig kenteken te zijn aangebracht dat daaruit kan worden opgemaakt wie de eigenaar is.

Voor verdere informatie: zie BPR en RPR

Disclaimer: Bovenstaande voorschriften zijn zo betrouwbaar mogelijk geciteerd uit ter beschikking staande reglementen, maar aan de citaten kunnen geen rechten of plichten worden onttrokken.

Klik op afbeelding en ga naar onderhoud

Geef een reactie