Door de sluis

Schutten ofwel door de sluis

Het door een sluis gaan ofwel ‘schutten’ doet een beroep op de vaardigheid van zowel de degene aan het roer als degene die de meerlijnen aanpakt of vastmaakt. Wanneer een bepaalde sluis regelmatig wordt gepasseerd zal er na verloop van tijd routine worden opgebouwd, maar varende over verschillende wateren is de ervaring dat ook iedere sluis op een bepaalde manier is ingericht.

De noordelijke sluiskolk van de Johan Friso Sluizen, deze is natuurlijk aangelegd met zachte groene oevers achter het drijvende remmingswerk.

Inrichting van schutkolken

De ‘schutkolk’ is de ruimte van de sluis tussen de twee sluisdeuren, daar zijn hedendaagse sluizen bij met rechte betonnen wanden zoals de in aanbouw zijnde Zeesluis bij IJmduiden, maar ook achttiende-eeuwse gemetselde sluizen met een ovale vorm als sluiskolk zoals bijvoorbeeld in Monnickendam. De sluis van Leidschendam is weer van het model ‘kamersluis’ en de nieuwe Johan-Frisosluis in Stavoren is daarin weer een bijzondere combinatie van beton, staal en natuurlijke materialen. Hierbij op een rijtje hoe schutkolken kunnen zijn ingericht:

Met een hoge of een lage sluiswand,
met bolders op de rand of in een holte in de wand,
met meerpennen op hoge of op lage drijvers,
met lijnen bruikbaar voor kleine boten,
met rechthoekige kolk met smalle ingang (binnenfronten),
met het ovaal bovenaanzicht (ketelsluis),
met breder zijvak (kamersluis),
met deuren niet in elkaars verlengde (bajonetsluis),
met rechte betonnen wanden,
met schuine gemetselde wanden,
met natuurlijke oevers zoals riet of basalt,
met een smallere doorgang dan de kolk zelf,
ingericht voor beroepsvaart,
ingericht voor recreatievaart,
gebruikt door ‘beroeps’ en ‘recreatie’ gezamenlijk,
in combinatie met een vaste of beweegbare brug,
met draaideuren,
met schuifdeuren,
met hefdeuren,
met een droogvallende drempel,
met schuiven in de sluisdeuren,
met schuiven in de sluiswanden,
met handbediende deuren en schuiven,
met op afstand bediende deuren en sluizen,
met ‘zelfbediening’.

Tot zover de ‘varianten’ waar schipper en bemanning mee van doen hebben, waarbij er sprake kan zijn van veel of weinig beroering van het water in de schutkolk bij het naar boven schutten of veel of weinig zuiging bij het naar beneden schutten. Waarbij het gebruikelijk is dat er per schutting zoveel mogelijk schepen en vaartuigen tegelijk geschut worden, deels om de wachttijden voor scheepvaartverkeer aan beide zijden van de sluis te beperken, maar mogelijk ook om de sluis zo weinig mogelijk schutwater te laten ‘gebruiken’, wat van belang kan zijn om het water in gekanaliseerde rivieren op peil te houden, ten behoeve van de scheepvaart, het behouden van het grondwaterpeil of de beregening van landbouwgrond.

Aan degene aan het roer en bij de meerlijnen dus de kunst om in te spelen op deze factoren, zeker wanneer er minder vertrouwdheid is met een bepaalde sluis. Aansluiten bij de grotere en kleinere schepen, rekening houden met de manoeuvres van andere schepen voor, naast en achter je, met het schroefwater van andere schepen en eventueel met de wind, en met aanwijzingen van de sluismeester en het verdere sluispersoneel, in de regel behulpzaam bij het aanpakken van meerlijnen.

De kleine kolk van de Tjerk Hiddessluis bij Harlingen. Lijnen langs de wand van de wand vereenvoudigen het schutten door kleine schepen.

Rustig manoeuvreren

Het passeren van sluizen op zich is niet moeilijk, maar het komt aan op een heldere communicatie en werkwijze, een vooruitziende en alerte houding. Het ene vaartuig heeft nodig eerst ‘voor’ vast te maken, het andere ‘in het midden’ of juist ‘achter’. De draairichting van de schroef en het afmeren over stuurboord of bakboord maakt verschil, maar over het algemeen geldt: maak het schip niet ‘dol’ door met grote klappen de schroef voor of achteruit te laten draaien. Door beheerst te manoeuvreren, het overzicht te behouden en rekening te houden met anderen vaart iedereen wel. Net als in het echte leven.

Klik op afbeelding en ga naar ‘Schutten en Sluizen’

Geef een reactie