Zoutkamp

Zoutkamp

Reconstructie van een kalkoven in Zoutkamp

Het Lauwersmeer van nu waaraan Zoutkamp is gelegen was tot 25 mei 1969 nog de Lauwerszee in open verbinding met de Waddenzee. De watersnoodramp van 1953 was de aanleiding tot die afsluiting waarop het ontstane Lauwersmeer gaandeweg brak en zoet werd. Zoutkamp zelf is een eeuwenoude plaats met een bewogen geschiedenis. Het Groningse Zoutkamp ligt aan het begin van het Reitdiep. In 1418 werd het nog Soltcampum genoemd, kun je nagaan. Het was destijds de enige plaats aan min of meer open zee met een vaarweg naar de stad Groningen. Met andere woorden, handelswaar en levensmiddelen van en naar Groningen passeerden het strategisch gelegen Soltcampum (1418), Soltecampe (1576) en later genoemd Soltkampen of op zijn Fries Sâltkamp. Of Zoutkamp haar naam te danken heeft aan de zilte zeelucht, of verwijst naar uit zee gewonnen zout bruikbaar om vlees, vis en groenten te zouten om het langdurig voor bederf te bewaren, of dat er een verband ligt met het begrip soldij, het loon van soldaten, wie het weet mag het zeggen. Maar dit is zeker: Zoutkamp ademt iets van een vissersstad en vestingstad tegelijk.

Sluis bij de buitenhaven van Zoutkamp, niet de sluis die toegang geeft tot het Reitdiep

Dat komt wezenlijk door die strategische ligging van Zoutkamp aan het begin van het Reitdiep. Tijdens de tachtigjarige oorlog is er in 1589 zelfs een slag om Zoutkamp geweest. De Watergeuzen zetten in om het bestuur van Groningen onder te brengen bij de Republiek van de Zeven Provinciën, in plaats van te dansen naar de pijpen van de koning van Hispanje. En gedurende de Engels-Nederlandse zeeslagen, die handelsoorlog over het varen langs vrije handelsroutes over zee, werd er uit voorzorg in 1799 een batterij kanonnen aan de zeezijde van Zoutkamp geplaatst om een Engelse inval af te slaan. Maar ook kampten de Zoutkampers met de zee zelf. Berucht is de storm in de nacht 5 op 6 maart 1883, waarin de uitgezeilde vissersvloot van Paesens-Moddergat zo goed als geheel verging en waarbij drie en tachtig vissers alleen al uit het tweelingdorp omkwamen in één van de zwaarste voorjaarsstormen ooit. Honderdeenentwintig Nederlandse vissers kwamen om in die nacht, die na de winter voor het eerst na de winter waren uitgevaren om op schol te gaan vissen ten noordoosten van het Duitse Waddeneiland Borkum. Maar overvallen door storm en ontij vergingen er die nacht zeventien schepen uit Paesens-Moddergat, acht schepen uit Urk, drie uit Zoutkamp en één schip uit Den Helder. Bij Paesens-Moddergat aan de dijk staat er een blijvend monument voor wie zijn gebleven op zee en voor wie in rouw zijn achtergebleven.

Haven van Zoutkamp

Bij Zoutkamp liepen we ook aan tegen een gereconstrueerde kalkoven. Bij het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen aan het IJsselmeer en aan de haven van Huizen aan het Eemmeer staan er ook dergelijke kalkovens. In deze ovens werden van de zeebodem opgeviste schelpen zodanig verhit dat deze tot kalk uiteenvielen. Deze ongebluste kalk werd gebruikt om metselspecie en voor het pleisterenwerk van muren.

Geef een reactie