Veerdienst over de Lek

Veerdienst Schoonhoven Groot Ammers

(Vrijvarende) veerpont ‘Zilverstad’ varende op de Lek tussen Schoonhoven en Groot Ammers

Technische gegevens

Motorveerpont Zilverstad
Ontwerper Cor D. Rover
Scheepswerf Thecla Bodewes Shipyards te Kampen
Bouwjaar 2017
In dienst genomen 26 juli 2017
Lengte over alles 45,00 meter
Lengte laadoppervlak 32,00 meters
Breedte over alles 14,80 meter
Diepgang beladen 1,60 meter
Voortstuwing 4 X 300 pk Scania vijfcilinder
Vier HRP Trusters
Laaddek ruimte voor 26 personenauto’s
Capaciteit voor 225 voetgangers
Draagvermogen 165 ton

Zusterschip motorveerpont Stad Schoonhoven

Ontwerp Cor D. Rover
Scheepswerf Kooiman BV te Zwijndrecht
Bouwjaar 2006
Lengte over alles 44.00 meter
Lengte laadoppervlak 31.00 meter
Breedte over alles 14,55 meter
Voortstuwing 4 X 300 pk Scania vijfcilinder (2015)
Vier HRP Trusters
Laaddek ruimte voor 25 personenauto’s
Draagvermogen 178,848 ton

Veerpont

Een veerpont, dat woord stamt af van het Franse woord ‘ponton’ met de betekenis van ‘brug’ of ‘pont’ eventueel een ‘drijvende brug’ of een ‘drijvende aanlegsteiger’. Het Franse woord ‘ponton’ is voortgekomen uit Latijn als zijnde een plat vaartuig. Etymologisch kan het woord verwant zijn aan het Latijnse begrip pontō maar dat niet met zekerheid, want het Latijn kent ook de woorden pōns en pontis met de betekenis van ‘brug’, ook weer gelinkt aan het Griekse pátos dat betekent ‘pad’. Het Sanskrit kent daarbij herbeoordeling pánthā wat ‘gaan’ en ‘arriveren’ betekent. Kortom, een veerpont verbindt de wegen aan de oevers met elkaar, in de regel betreft het een korte oversteek over het water, als alternatief voor een brug om over te gaan.

Vrijvarende veerpont

Een veerpont kan op verschillende manieren worden voortbewogen. De vrijwarende veerpont kan worden voortgestuwd met vaste schroeven al dan niet in straalbuizen of combinatie met roerbladen, maar ook 360 graden wendbare schroeven komen voor, zoals een Schottel-aandrijving. Een andere vorm van voortstuwing is de Voith-Schneider installatie met een ultieme wendbaarheid. Een vrijwarende pont is ook niet gebonden aan de veeersteigers of veerstoepen, maar kan zelfstandig naar elders varen bijvoorbeeld wanneer deze uit de vaart is of wanneer deze op een andere veerdienst wordt ingezet. Tot zover de vrijvarende veerpont.

Kabelpont

Er zijn ook niet-vrijvarende veerponten, zoals de kabelpont. Hierbij is er een sterke kabel uitgelegd van de ene oever naar de andere oever. Deze kabel loopt over de veerpont heen, vaak over rollen. Door met een werktuig aan de kabel te trekken wordt de veerpont voortbewogen, dit kan met een dieselmotor, een elektromotor of met de hand. Ook kan de veerpont zo zijn ingericht dat de pont weliswaar langs de kabel beweegt maar voortgestuwd wordt door een scheepsschroef die de pont heen en weer beweegt van oever naar oever. Dit soort kabelponten zijn bruikbaar op stilstaand water zoals in een kanaal of een gekanaliseerde rivier. Vanwege de kabel die over het vaarwater heen gespannen wordt wanneer de kabelpont zich naar de overkant trekt dient passerende scheepvaart ruim achterlangs en zeker niet voorlangs een kabelpont te varen.

Gierpont

Dit zou een uitvinding zijn van de Nijmegenaar Hendrik Heulk, die de gierpont voor het eerst in 1657 op de Waal uitprobeerde. Ook de gierpont is een niet-vrijvarende kabelpont. Maar bij de gierpont is er bovenstrooms een stevige kabel of ketting geankerd in het midden van de rivier, in V-vorm aan de pont vastgezet. De pont drijft aan deze kabel dwars op de stroom, door het aantrekken of opvielen van de einden van de V kan de veerpont enigszins schuin in de stroom worden gezet vergelijkbaar met het blad van een scheepsschroef waarmee de veerpont door de waterstroom naar de overzijde wordt bewogen. De gierpont heeft dus stromend rivierwater nodig. Daarom kan een gierpont zijn voorzien van een hulpmotor als ware het een vrijvarende pont, om behulpzaam te zijn bij een zo goed als nauwelijks stromende rivier. Ook bij een gierpont dient passerende scheepvaart rekening te houden met de kabel in de rivier en de bijbehorende ankerboeien en drijvers.

Binnenvaart Politiereglement

Artikel 3.16. Tekens van varende veerponten

1 Een niet-vrijvarende veerpont moet des nachts voeren:

a. een wit helder rondom schijnend licht op een hoogte van tenminste 5 m. Deze hoogte mag echter worden verminderd, indien de lengte van de pont 15 m niet overschrijdt;

b. een groen helder rondom schijnend licht ongeveer 1 m boven het onder a bedoelde licht.

2 De het meest bovenstrooms gelegen ankerschuit of drijver van een veerpont aan een langskabel moet des nachts zijn voorzien van een wit helder rondom schijnend licht, tenminste 3 m boven het wateroppervlak.

3 Een vrijvarende veerpont moet des nachts voeren:

a. een wit helder rondom schijnend licht, bedoeld in het eerste lid, onder a;

b. een groen helder rondom schijnend licht, bedoeld in het eerste lid, onder b, en,

c. boordlichten en een heklicht. Deze lichten moeten voldoen aan artikel 3.08, eerste lid, onder b en c.

Voor verdere informatie: zie BPR en RPR

Pontje Steur

Disclaimer: Bovenstaande voorschriften zijn zo betrouwbaar mogelijk geciteerd uit ter beschikking staande reglementen, maar aan de citaten kunnen geen rechten of plichten worden onttrokken.

Geef een reactie