ss Canberra

Vanaf het begin trok het Canberra-project de aandacht van John West, een enthousiaste jonge scheepsarchitect, die destijds werkte aan de planning van twee nieuwe P&O-tankers. West vermoedde dat het nieuwe passagiersschip een traditioneel ontwerp zou zijn. Met de ketelruimen en machinekamers in het midden van het schip. Maar West zag een ander type passagiersschip voor zich. In de optiek van West zou de bewegingsvrijheid van passagiers zo ruim mogelijk dienen te zijn. Te realiseren door voortstuwings-, hulpwerktuigen en tal van faciliteiten in het achterschip te plaatsen, zoals in zijn tankerontwerpen. West ging aan de slag, bestudeerde de ontwerpen van ss Southern Cross en maakte in zijn eigen vrije tijd de eerste concepttekeningen van een radicaal nieuw uitziende P&O-voering.

Door het gehele middenschip vrij te houden van laadruim-, ventilatieschachten en machinekamers zou er een scheepsindeling mogelijk worden met onderling verbonden openbare ruimten. De ideeën van John West vonden gehoor. In 1955 werd West aangesteld als hoofd van het basisontwerpteam. Tijdens het werken aan het project maakte hij herhaaldelijk promotie, om uiteindelijk de algehele leiding te hebben over het ontwerp en het toezicht op de bouw van ss Canberra.

Turbine elektrische voortstuwingsinstallatie 

De voortstuwingsinstallatie van het nieuwe P&O-schip werd naar het achterschip geplaatst, zoals in Southern Cross, waardoor het grootste deel van het schip beschikbaar bleef voor passagiersaccommodatie. De voortstuwing van ss Canberra is turbo-elektrisch geworden. Een concept waarmee P&O goede ervaringen mee had opgedaan, met name met de schepen Viceroy of India, Strathnaver en Strathaird. De stoomturbogeneratoren zouden zo’n 85.000 APK produceren, vijf keer dat van de Viceroy of India uit 1929. Voor de bovenbouw van ss Canberra werd aluminium gebruikt waardoor op hooggeplaatst gewicht werd bespaard en er 200 extra passagierscabines op hogergelegen dekken konden worden gerealiseerd.

Verwijderen van gewicht en aanbrengen van ballastgewicht

De technische proefvaart van ss Canberra vond plaats op zaterdag 29 april in Belfast Lough. Daarbij bleek dat varende op volle kracht de achtersteven zodanig inzonk en het voorschip zover oprees dat haar voorvoet bijna vrij van het water kwam – een alarmerend gezicht voor John West, het team van de technische afdeling van P&O en de scheepsarchitecten en de scheepsbouwers van Harland en Wolff.

De keuze voor een turbine-elektrisch voortstuwingssysteem, zwaarder dan conventionele stoomturbines en stoomketels, en de plaatsing van de gehele installatie in het achterschip eiste zijn prijs. Ondanks alle berekeningen bleek ss Canberra in het achterschip ruim 500 ton te zwaar te zijn, in verhouding tot het draagvermogen. De oplossing werd gevonden in het verwijderen van misbaar meubilair uit de accomodaties in de toeristenklasse en het toevoegen van 500 ton beton ballast in het voorschip.

Machinekamer ss Canberra

Stoomturbine ss Canberra in de opbouwfase met op de achtergrond de alternator
Stoomturbine ss Canberra bovenhuis met regelkleppen
Rotor van de stoomturbine voor ss Canberra

Opstelling van de stoomketels aan boord van ss Canberra
Opstelling van de hoofdturbines van ss Canberra

De opmerkelijke voortstuwingsinstallatie van ss Canberra. De stoomturbine-elektrische voortstuwing waarbij de hoofdturbines elektrische generatoren aandrijven, welke de elektrische spanning en stroom levenden voor elektromotoren die de schroefassen en daarmee de schroeven aandrijven. Zie de plattegronden hierboven, de voorzijde van het schip bevindt zich aan de rechterzijde. Links achterin bevinden zich de drie stoomketels, genoemd No. 1, No2 en No3 Main Boiler. Een compartiment naar voren bevinden zich tussen de twee Destilated Water Storage Tanks (bestemd water voor de stoominstallatie) de twee Propulsion Motors ofwel de elektrische voortstuwingsmotoren. De twee schroefassen lopen onder de drie Main Boilers door. Weer een compartiment verder naar voren twee Main Turbo Alternators, ofwel de stoomturbine aangedreven generatoren. Deze leveren de stroom en spanning voor de voortstuwingsmotoren. Alhoewel dat op deze plaats niet met zekerheid gezegd kan worden zullen de constructeurs voorzien hebben dat deze twee generatoren enkel of uitwisselbaar geschakeld konden worden aan de voortstuwingsmotoren om de bedrijfszekerheid te vergroten en ten behoeve van een economische vaart op lagere vaarsnelheden. In het midden van de plattegrond de vier turbine alternator generatoren voor de voeding van het boordnet, het machinekamerbedrijf en de dekwerktuigen.

Lees hier over ss Canberra