Gelezen in tijdschrift Palstek, juni 2004

Oorspronkelijke tekst Hurley 830 Palstek juni 2004 Yachttest, Duitstalig

De Hurley 830 is een stevig schip. Een solide structuur, hoge stabiliteit, groot laadvermogen en het vermogen om zelfs sterke windstoten te pareren geven zekerheid. Ralf Weise heeft voor ons het schip gevaren, tekeningen van Michael Herrmann

Hurley 800

Hurley 830

Sinds het begin van de jachtbouw in polyester worden er al Hurley-jachten gemaakt. Boten met de merknaam Hurley werden gebouwd in Engeland gemaakt door Hurley Marine Ltd te Plymouth en maakten naam als efficiënte kleine kustkruisers. Toen in de jaren tachtig de concurrentie vanuit het buitenland toenam en meerdere Britse botenbouwers hun deuren sloten kwam de merknaam Hurley in eigendom van een Nederlander die de bouwmallen, tekeningen en het bijbehorende recht op de naam Hurley  had gekocht. Korte tijd later werd de Hurley 800 ontworpen door de Deen Arne Borghegn en zo’n 160 keer in Nederland gebouwd. Momenteel komt dit schip verder gemoderniseerd op de markt als de Hurley 830, voor het eerst gepresenteerd aan het Duitse publiek op de Düsseldorfse botenbeurs 2004. Het schip valt op en steekt uit boven de anders gebruikelijke vinkielers, omdat de Hurley een van de weinige kleine series jachten is die nog gebouwd worden met een lange kiel en S-vormig gedeelte in het grootspant. Met zijn lange boegoverhang en conventionele bovenbouw lijkt hij ook boven water traditiebewust te zijn. Alleen het bijgevoegde zwemplateau en de 7/8 rig geven een moderne tint.

Onderdeks

Zelfs benedendeks blijft de indruk bestaan ​​een schip uit een vervlogen tijdperk te vinden. Er zijn vijf verschillende soorten uitrusting, maar de gepresenteerde standaarduitrusting is relatief eenvoudig en voornamelijk gebouwd voor de zee en ten tweede voor de haven – ongebruikelijk voor een schip van deze omvang. Zo kunt u tijdens het varen gebruik maken van de salon kooien, die voor en achter zijn ingebouwd zonder modieuze bochten. Een derde zeebed is in de hondenkooi. Opvallend is het ontbreken van een binnenschaal of bekleding op de constructie. Dit heeft als voordeel dat het makkelijker is om lekken in de gebieden rond het dekbeslag op te sporen, niets kan kraken en er kan geen vocht ophopen in holtes. Voor wie meer afwerking wil is er de optie van de werf van kunstlederen bekleding. Ook de solide en goed gevormde leuningen benedendeks en de zeer diepe bilge in de kiel zijn zeewaardig. Hier past veel water in en als je wilt, en is het gebruiken als opslagruimte voor drankjes. De meningen kunnen verdeeld zijn als het gaat om de eigenlijk heel praktische tafel. Hij is in hoogte en richting verstelbaar en kan ook in een houder in de kuip worden geplaatst.

Varen op de motor

In het testschip is een tweecilinder Vetus Diesel met een vermogen van 8 Kilowatt geïnstalleerd met een conventionele schroefas-aandrijving met een driebladige vaste schroef. De schroefas wordt door een watergesmeerd lager geleid. De dieseltank van 25 liter is een beetje krap en moet worden aangevuld met een paar jerrycans in de bakskist. De motor staat op trilingdempers, van alle kanten goed bereikbaar en met een elastische koppeling verbonden met de schroefas. Het is op de testdag fris en vlagerig. Af en toe waait er een regenbui door het land, maar tussendoor schijnt de zon en zakt de wind naar een acceptabele vijf Beaufort. We stellen ons in op motormanoeuvres rekening houdend met de windkracht en windrichting. Maar in tegenstelling tot moderne lichtgewicht boten hebben sterke windstoten weinig effect op de Hurley. Bij het verlaten van de haven bereikten we de rompsnelheid van 6,3 Knopen tegen de wind in, dankzij de grote driebladige schroef; al snel verminderden we de snelheid naar 5,5 knopen. Dat lijkt het juiste tempo. De boot duwt relatief rustig tegen de golven. Benedendeks meten we 69 decibel (dB) geluidsdruk in de salon, 66 dB in het voorschip. Dat is relatief rustig. Met een draaicirkel zowel over bakboord als over stuurboord is de draaicirkel een scheepslengte, de draaiduur bedraagt 19 seconden. Goede waarden voor een langkieler. De Hurley is ook te stopen binnen een scheepslengte. Bij het achteruit varen doet het schip er iets langer over dan bij moderne ontwerpen om op het roer te reageren.

Onder zeil

Bij het hijsen van het grootzeil neemt de wind een halve Beaufort in kracht af. Het grootzeilval dat naar achteren wordt geleid is eenvoudig te bedienen, ondanks de wat kleine vallier staat het zeil vlot. Het schip helt zich slechts licht en zeilt met alleen het grootzeil vijf knopen aan de wind. De Hurley went snel, reageert rustig op inkomende windvlagen en met ruime wind wordt de rompsnelheid bereikt. Dit betekent dat luie schippers met ruime  wind met alleen het grootzeil goed onderweg kunnen. Met ruim vijf windsnelheden rollen we het voorzeil volledig uit. Dat is zeker teveel doek gezien de wind maar we willen ook graag weten wat het schip aankan. Een probleem is hoe je het doek van 20 vierkante meter dichttrekt. De 16 inch lieren zijn te klein en een normaal gebouwde zeiler zoals ik kan ze nauwelijks aan. Maar als het zeil wordt getrimd voor een hoge windrichting en het schip ver op zijn kant ligt, laat het zien waar het van gemaakt is. Met vijf en een halve knopen trekt hij standvastig zijn koers. Zelfs van windstoten van rond de 20 knopen raakt de Hurley niet onder de indruk. Zelfs bij 35 graden komt er geen water aan dek en hoe het schip ook slingert, het blijft stabiel en reageert direct op het roer. Dan broeit het slechte weer aan de loefzijde. De lucht wordt donkergrijs, bijna zwart, en buien regen stormen op ons af. We gaan dus naar het eerste rif, een kinderspel, dankzij het enkellijns reefsysteem. We rollen de genua in om tweederde van het gebied te bestrijken en de eerste windstoten vliegen over ons heen. Omdat de wind eerder draait en de oever lijwaarts nadert, moeten we draaien zonder voorbereidende bevelen. Dat werkt best goed, al hebben we van tevoren nauwelijks tijd genomen om het overstaggaan te oefenen. Met een aanvangssnelheid van drie en een halve knoop duwen we door de windvlaag van zeven naar de andere boeg. Het voorzeil kan niet zo snel worden aangehaald als we willen, en dus vallen we af en kalmeren op een ruime koers. Pas als de kracht van de wind afneemt en deze afneemt tot rond de 25 knopen – dus zes Beaufort – is afgenomen, bereiden we de volgende aan de windse koers voor. We steken onder de nog 25 vierkante meter doek het Eemmeer over. We zijn snel aan het schip gewend geraakt en kunnen het aan. Gaan we iets te hoog en begint de genua in het voorlijk in te vallen, dan komen we op een windhoek van 80 graden, dus een werkelijke hoogte van 40 graden en lopen toch vijf knopen. Er komt weer een windvlaag aan, niet zo sterk als de vorige, maar ook rond de 28 knopen. De waarde wordt geschat aangezien we geen windmeter aan boord hebben. Witte schuimstrepen waaien over het water en zelfs hier in het kleine binnenwater ontstaan ​​ongeveer 30 centimeter hoge golven. In principe zouden we baat hebben bij het tweede rif, maar dat is niet ingeschoren. We rollen dus de genua verder in en proberen rechtop te zeilen door de winddruk vroeg uit de zeilen te lozen. Hier wordt een zwak punt onthuld. De grootschootoverloop is onder belasting nauwelijks verstelbaar en door de ongunstige schoothoek, die schuin naar voren wijst, waardoor je niet genoeg kracht op de giek kunt uitoefenen. Waardoor de giek niet geheel midscheeps kan worden getrokken en het grootzeil te bol blijft voor de heersende wind. Maar het schip vergeeft ook deze fout. Opnieuw geen water in de gangboorden en blijft er te sturen, zelfs bij een hellingshoek van 35 graden. Wat voor mij een beetje vreemd is, is de smalle kuiprand. Ik kan zittende in de kuip zelfs nauwelijks over de opgedoekte buiskap heen kijken, dus ik zou graag een verdieping hoger willen zitten. Maar dat is niet handig. Op zee is de diepe zit geen bezwaar, maar hier in het smalle vaarwater moet men opletten voor vermeende aanvarende tegenstanders. Als ik naar rechts vooruit wil kijken, hang ik me aan de gangboorden in de richting van de boeg. De grote leuningen en het antislip flexiteakdek zorgt voor een goede ondersteuning. Ook op het brede voordek vind je een goede grip. Als de wind gaat liggen, is het terug naar de haven, wat jammer is, want de dag op de Hurley was uitzonderlijk leuk.

Naschrift

De Hurley is een veilig schip, vooral het grote zeildragend vermogen en de goede ligging op het roer geven een veilig gevoel, ook in grensoverschrijdende situaties. Dat maakt de Hurley zowel voor een beginnende zeilfamilie voor de ambitieuze langeafstandzeilers interessant. Dit zie je ook terug in de CE-classificatie. Met kleine aanpassingen is de Hurley beschikbaar in categorie A = volle zee – ongebruikelijk voor een schip van deze omvang. Al met al is de Hurley een geslaagd ontwerp.

Hurley 800 zijaanzicht en zeilplan

Bron en oorspronkelijke tekst: Duits tijdschrift Palstek, juni 2004