Ketelmeer

Ketelmeer

Het Ketelmeer, dat is alweer drie jaar geleden dat we hier voor het laatst zeilden. Toen was de schipper hier met een Randmeer, voor de vrouw gaan we drieëntwintig jaar jaar terug in de tijd, toen nog met een Kolibrie 560 en een kleuter aan boord. De grootste in het oog springende verandering is het kunstmatig aangelegde eiland Keteloog, en de tuibrug over de IJssel bij Kampen in de verte.

Met een noordwest 3 van opzij vanaf het IJsselmeer naar de Ketelbrug gezeild. We wilden onder een vast gedeelte van de brug doorzeilen, volgens de kaart en het huidige waterpeil met een meter speling boven de masttop, met de aanwezige golfhoogte moet het ruim te doen zijn, maar de brug in de snelweg ging juist open voor een aantal grotere schepen, daar dan maar gebruik van gemaakt. Sorry automobilisten maar bedankt voor het wachten, we waren van goede wil. Vandaar met ruime wind het Ketelmeer op.

Totaal overbodig maar even voor één uur wordt de sextant voor de dag gehaald om ‘een zonnetje’ te schieten en een sommetje te maken. Middagbreedte gedurende de zomertijd. Ondanks het gemis aan een vrije horizon, maar met het zetten van de zon in het vizier op de onderzijde van de dijk en het gebruik maken van een globale declinatietabel komen we uit op 52°45’ noorderbreedte. Weliswaar 11’ verschil met de GPS en voor binnenwateren volledig onbruikbare informatie, maar gezien de astronomische afstanden van de zon en de waarneming van mij als beginneling in de astronavigatie het vermelden waard. Wat zou nu 11 Zeemijl verschil zijn midden op de oceaan? Twee en een half uur doorzeilen, zeg maar.

90° – 60°45’ = 29°15’
+ declinatie 23° = 52°15’
+ hoogte waarnemer en indexfout
van 30’ = 52°45’ noorderbreedte …

Zeilend charterschip van de ‘bruine vloot’.

Vrolijk druk op het Ketelmeer, een aantal binnenvaartschepen lopen ons op en komen ons tegemoet, twee zeilende charterschepen kruisen ons, de eerste loopt mooi voor ons over, voor de andere starten we even de motor om voorlangs te zeilen. Uiteindelijk vinden we een ligplaats voor de nacht in Schokkerhaven. Een geslaagde zeildag waarop ook onze zoon is geslaagd voor een belangrijk diploma.

Schokkerhaven vlak bij Schokland

Hier kijken we naar het Ramsdiep langs de dijk van de Noordoostpolder.

In de Noordoostpolder is het voormalige Zuiderzee-eiland Schokland te vinden, een ‘Landmark’ dat opgenomen is in de Wereld Erfgoedlijst vanwege het cultuurhistorisch karakter. In het midden van het voormalige eiland zijn er de oude haven, een buurtschap, een lichtopstand en een kerkgebouw te vinden, eruitziende als een openluchtmuseum. Aan de zuidkant van het voormalige eiland liggen er de fundamenten van de Ensener kerk en een vuurplaat waar in vroeger tijden een lichtbaken kon worden aangelegd.

Het leven zal niet gemakkelijk zijn geweest op Schokland. De bevolking leefde van landbouw en van visserij, het scheepstype de ‘Schokker’ dankt haar naam aan Schokland. Maar de eilanders zullen bijgestaan zijn door en geconcurreerd hebben met vissers uit Urk, Vollenhoven en Kuinre om het hoofd boven water te houden. Ook letterlijk, want bij storm en ontij had Schokland het zwaar te verduren door water en wind. Zo werd de Ensener Kerk in 1817 afgebroken, en werd Ens rond 1855 ontruimd, dertig jaar nadat het eiland in 1825 zwaar had geleden onder afkalving van het land door een zware storm. Hoe dan ook, vandaag lagen wij in Schokkerhaven. Niet in de oorspronkelijke haven van Schokland, maar een nieuwe haven, buitendijks de Noordoostpolder aan het Ketelmeer. Op de foto hierboven is te zien hoe laag de polder ligt, op de oorspronkelijke zeebodem worden nu aardappelen, bieten, peen en uien verbouwd.

Vanaf de dijk langs de Ramsgeul kijken we hier naar de zuidkant van Schokland, bij de bomen achter de hoogspanningkabelmast. Dit gedeelte van het eiland is ‘Ens’ geweest, deze naam zal vast een afgeleide vorm zijn van het ‘Einde’.

Langs balgstuwen en keersluizen

De Noordoostpolder gezien vanaf de dijk bij de Ramsgeul. ‘De voerman laat er de paarden draven’ klinkt in de ‘Zuiderzeeballade’. Er worden bieten, aardappelen, peen en uien verbouwd op de harde kleigrond van de zeebodem.

Balgstuw bij Ramspol

Een apart ding, deze Balgstuw. Als het ware een dikke ingezakte slang van de ene zijde naar de andere zijde van de oever. Aan de onderzijde is deze gigantische balg verzwaard en ligt deze over bodem van van vaarwater, en varen schepen er overheen. Maar bij dreigend hoog water wordt de balg volgepompt met lucht en wordt het een opgepompte dam die het hoge water tegenhoudt. Dat dan het scheepvaartverkeer is gestremd is een bijkomstigheid van tijdelijke aard, het achterland met plaatsen als Kampen, Zwartsluis en Genemuiden zijn beschermd tegen wateroverlast. Vindingrijkheid waar Nederland naam mee maakt.

De Balgstuw bij Ramspol waarmee het Reitdiep bij hoge waterstand kan worden afgeslotener het achterland te beschermen tegen overstroming.

Keersluis bij Kraggenburg

Keersluis en schutsluis bij Kraggenburg, de toegang tot de Zwolsche Vaart.

We waren niet in de gelegenheid om een foto te maken van de Kadoeler Keersluis, maar wel van deze Keersluis bij Kraggenburg en Marknesse.  Lijkt op het concept dat ook is toegepast bij de waterkeringen bij Urk en Lemmer. Hoort allemaal bij de Noordoostpolder en de bijbehorende waterhuishouding. Even later varen we langs Jachtwerf De Voorst waar dertig, veertig jaar geleden de plezierboten Buckler Islander 17 en de Buckler Paviljoen werden geleverd. Af en toe zie je er nog wel eens. De laatste van had twee masten en zag eruit als een mini piratenschip enwas volgens pa ‘voor ons soort mensen niet te betalen’. Ergens hadden pa en ma een Islander op het oog, een overnaads polyester langkielertje met een boegspriet van net vijf meter, maar zover is het niet gekomen. Het zou wel leuk zijn geweest, maar toch te krap. Het andere uiterste is de Jachtwerf Royal Huisman in Vollenhove waar we ook langs komen. Waar jachten worden gebouwd voor koninklijke families, zakenlieden en andere vermogenden. Waarmee Nederland wereldwijd een klasse visitekaartje afgeeft. Desalnietemin, wij zijn ook dik tevreden met ons bootje. Het brengt ons waar we willen zijn en we hebben alles bij ons, meer dan genoeg en nodig.

Vollenhover Kanaal, aan bakboord de Nooroostpolder, aan stuurboord het oorspronkelijke land van voor de inpoldering.

Vollenhove en Blokzijl

Twee voormalige Zuiderzee vissersplaatsen langsgevaren, Vollenhove waar de platbodem ‘Vollenhovens Bol’ haar naam aan heeft te danken en Blokzijl waar we zullen overnachten. Beide havens hebben een oorspronkelijke havenkom in of bij het centrum van de woonplaats. Morgen gaan we door de schutsluis van Blokzijl, ook gelegen aan de havenkom.

Uitzicht vanaf de aanlegplaats in Blokzijl.

Van Blokzijl langs Ossenzijl

Hoe mooi wil je Blokzijl zien?

Driewegsluis: daar zijn we nu gelegen, na de nacht doorgebracht te hebben in Blokzijl. Als een voorspel op Giethoorn waar we vandaag langs zijn gevaren speelde er gisterenavond een fanfareorkest aan de haven. Het befaamde deuntje uit de Bert Haanstra-film ‘De Fanfare’ hebben we gisteren niet gehoord, maar wel uitstekende vertolkingen van filmmuziek, Queen en klassiekers. Een nieuwe term geleerd van de dirigente: ‘Koralenblazen’. Het ging het orkest goed af met de tune ‘Melita’. Vanmorgen eerst door de schutsluis in het centrum van Blokzijl, vanwege een verval van zo’n vijftig centimeter.

Brug en sluis in Blokzijl
Sluis van Blokzijl

Na Blokzijl verlaten te hebben volgt even later het Giethoornse Meer die als vanzelf overgaat in de Wallengracht. Geen ‘Red Light-District’ maar puur groen grasland omzoomd met riet. De betonning leidt als vanzelf naar de Beulakerwijde, waar we aan het einde het Kanaal Beukers Steenwijk opdraaien dat langs Giethoorn voert, met de beruchte punters waar we er gelukkig niet zoveel van hebben gezien, de enige huurpunter met Electrische buitenboordmotor die we hebben gezien hield voorbeeldig de rechter wal aan. Verder draaiden ook alle bruggen voorbeeldig, bijna geen wachttijd, of het moest die ene brug tussen de middag zijn, onder lunchtijd. De brugwachter moet ook eten en rusten immers. Aan het einde van dit kanaal gaan we bakboord uit op het Kanaal Steenwijk-Ossenzijl uit te komen, dat uiteindelijk uitloopt op het voormalige riviertje de Linde, dat zich een weg baant door het riet. Heel veel huizen en optrekjes met rieten daken zien we hier. Veelal afkomstig uit het Nationaal Park de Weerribben-Wieden.

Giethoorn
Aan riet geen gebrek rond de Weerribben-Wieden. Oostelijk van het Kanaal Steenwijk- Ossenzijl een glooiend landschap.

Nu we Overijssel achter ons hebben gelaten en we weer in Friesland zijn de eerste Marekrite-steiger geprobeerd, vlak na Ossenzijl, maar daar ‘lagen’ we niet maar ‘stonden’ we, met de kiel op de grond. Omdat er best nog wat scheepvaart was toch maar een stukje verder gevaren, en zo liggen we nu bij Driewegsluis, aan een passantensteiger achter het riet. Best aardig om te vermelden, de GPS duidde een lengte aan van 6 graden en 5 minuten oost bij Steenbergen. Best wel oostelijk voor ons doen.

Kadewerk aan het Kanaal van Steenwijk naar Ossenzijl.

Het rood-witte bord vraagt om langzaam passeren om hinderlijk golfslag en zuiging in het water te voorkomen. Er staan zijn dan ook mannen aan het werk in lieslaarzen om een nieuwe kade aan te leggen, de nieuwe kade oogt vakkundig en zal weer jaren meegaan.

Werk aan de kade

Prinses Margrietkanaal

We zijn in Sneek aangekomen, daar aangekomen via de Jonkers- of Helomavoart, een klein stukje van de voormalige rivier de Tjonger, de Pier Cristiaanssleat, het Tjeukemeer, de Follegasloot, het Prinses Margrietkanaal langs het Koevordermeer en de Houkesleat. Rond het Tjeukemeer wat mooie plekjes met molens en boerderijen, veel uitgestrekt grasland maar op het Prinses Margrietkanaal ook grote scheepvaart. Begrijpelijk, want dit vaarwater is een belangrijke verbinding tussen Groningen en de rest van Nederland. Levert soms ook mooie plaatjes op, de passerende binnenvaart.

De Mr.C. Linthorst Homansluis

Helomavoart

De Mr. C. Linthorst Homansluis ligt vrijwel naast de Driewegsluis gelegen op de splitsing Bovenlinde, Benedenlinde en de Jonkers- of Helomavoart. In 1774 heeft de familie Heloma deze vaart aangelegd om de riviertjes Tjonger en Linde met elkaar te verbinden omwille van de aanvoer van turf uit Drenthe en Overijssel. Dezelfde familie Heloma zou ook de Driewegsluis hebben bekostigd, wat genoeg zegt over de invloed en het vermogen van deze familie. Wat de Driewegsluis betreft: aan de zijde van de Helomavoart is er één toegang tot de sluiskolk met sluisdeuren, aan de zijde van de Linde zijn er twee uitgangen, leidende naar de Weeribben-wieden of naar Drenthe. De modernere Mr. C. Linthorst Homansluis heeft inmiddels de functie van de Driewegsluis overgenomen, maar de oude sluis is een bezoekje waard.

Molen aan de Pier Christaanssleat
Bed & Breakfast in de bocht van de voormalige rivier de Tjonger en de Pier Christiaanssleat.
Friese landbouw aan weerszijde van het Prinses Margrietkanaal.
Beunschip Driuwpolle in de Pier Cristiaanssleat, voorzien van twee stutbalken en een dragline aan dek. De stuurhut is flink omhoog geplaatst maar het misstaat niet op deze oude binnenvaarder.

Prinses Margrietkanaal

De vaarroute door Friesland voor de beroepsvaart van Lemmer naar Delfzijl, overgaande in het Groningse Van Starckenborgkanaal en het Eemskanaal. Vanwege de beroepsvaart met vooral wanneer zij leeg zijn een aanzienlijke dode hoek waarmee kleine schepen uit het zicht zijn is het belangrijk de rechter oever aan te houden en regelmatig achterom te kijken. De vaarsnelheid van de beroepsvaart ligt beduidend hoger, en met wind dwarsop zullen lege binnenschepen voortdurend ‘opsturen’ waarmee zij meer breedte nodig hebben tijdens de vaart. Laveren is voor zeilboten op het Prinses Margrietkanaal niet toegestaan, maar wanneer de wind gunstig is mag er op trajecten worden gezeild, mits de motor startklaar. Het Prinses Margrietkanaal loopt ook door een aantal Friese Meren heen, daar wordt de route aangegeven met de gebruikelijke betonning. Er zijn een aantal bruggen over het kanaal en ook een spoorbrug, de ervaring leert dat deze bruggen vlot en regelmatig worden bediend, ook voor de pleziervaart.

Binnenvaarttanker Europe 3 op het Prinses Margrietkanaal bij Spannenburg. In deze situatie is er vrij veel ruimte, wij zien de stuurhut van het binnenvaartschip dus kunnen zij ook ons zien. Onderschat niet de dode hoek waarin je als klein schip uit het zicht raakt en de vaarsnelheid van de beroepsvaart.
Wordt op het Prinses Margrietkanaal opgelopen door de lege binnenvaarder Gabriela. Geeft niets, ruimte genoeg, al wordt het voor de pleziervaart die rechter wal houd vrij smal. Wees ook alert op de zuigende werking van vooral beladen binnenvaartschepen.
En dan is het weer rustig op het Prinses Margrietkanaal. Op een paar plezierbootjes na dan. We zijn vlak bij Sneek.

Grou

Uit Grou haalden wij ons misschien wel mooiste scheepje ooit op. Nog altijd schrijven we met kerst een kaart, en dat scheepje is nu, bijna vijfentwintig jaar na dato, lang zo mooi niet meer. Maar toen wel, een Kolibrie 560 gelegen in een boothuis tussen Valken en Zestienkwadraten.

Grauwe luchten boven het Pikmeer en het Prinses Margrietkanaal bij Grou.
Abbema State in Grou, achter het woonhuis de hooischuur.

Wartena was het doel

Vandaag wilden we naar Wartena varen, maar varende in de regen is een gemoedelijk aandoende haven halverwege wel heel aantrekkelijk. Daarbij hebben we ook walstroom nodig vanwege een leegrakende accu ‘voor licht en geluid’. Vanmorgen in Sneek hebben we water en brandstof ingenomen en gisteren levensmiddelen voor het komende weekeinde, en zo liggen we nu dus op een grauwe zaterdagmiddag in Grou. Voor het eerst sinds dagen met de kuiptent erop.

De kerk van Grou met de vierkante toren en het puntdak.

Zeilsport vanaf de wal

Een goed plekje tussen vergelijkbare bootjes als de onze, dat is wel zo prettig. De steigers en de palen zijn bereikbaar op maat en we hebben ruim zicht om ons heen. Mooi om de wedstrijdklassen aan het werk te zien op het Pikmeer, recht tegenover onze ligplaats. Hier leer je zeilen, achter de bomen, over de ondiepten, rond de boeien. Meerdere 12 voets jollen en een vloot Larken zijn er neergestreken. Bijzondere scheepjes, de Lark met een bijzondere ontstaansgeschiedenis: rond de vier meter, een vaste kiel, een kattenrug en een horizontale steven. Een aantal daterende van voor de Tweede Wereldoorlog maar de zeiler die wij spraken had een nieuwgebouwde Lark. Mooi scheepje met veel zeil erop, met doorlopende zeillatten tot aan het voorlijk. Boven 4 Beaufort wordt het een natte boel, leerde de zeiler ons. Verbaasd ons niets, maar ze zullen dan ook best hard gaan. Ons mooiste scheepje zal hier ook heel wat baantjes gezeild hebben, misschien wel eens meegedaan aan een wedstrijd. Ze zal het hier vast goed hebben gedaan, ‘onze’ blauwwitte Kolibrie 560.

Het Friese Pikmeer bij Grou aan het einde van de dag.

Rustdag in Grou

Een Dertigkwadraat met net een zeilwedstrijd achter zich. Zie ook 30m2

Grou is leuk genoeg om een zondag te blijven liggen. Niet dat de zon uitbundig schijnt, die breekt maar af en toe even door de bewolking, maar op het water wordt er gezeild en wedstrijd gezeild. Met Valken, Dertigkwadraten, Tweeëntwintigkwadraten, 12 voets jollen en met Larken. Genoeg te zien vanaf het plekje waar wij liggen. Om het onszelf te veraangenamen verhalen we naar een ligplaats aan de andere kant van de steiger, met de kop in de wind en met net wat meer uitzicht op de blank gelakte en voor wedstrijden uitgeruste jachten. Er staat een stevige bries en aan het gekraak van de zeilen te horen wordt er gezeild met goed materiaal waar zorgvuldig mee om wordt gegaan, zien we bij het op- en aftuigen bij ons aan de steiger. En zo wordt de rustdag een belevenis met leuke gesprekjes aan het water. Die gaan over zeilen als vanzelf.

Een Lark is een opmerkelijke verschijning op het water. Zie meer over de Lark
Een 12 voetsjol terug van het wedstrijdwater. Zie meer over de 12 voetsjol

Van Grou naar Franeker

Lauwersoog of Harlingen?

Na twee dagen in Grou gelegen te hebben tijd om verder te trekken, richting het Lauwersmeer om dat water te verkennen. De Dokkumer Ee is leuk varen, met trajecten van de Friese Elfstedentocht en de brug bij Bartlehiem, vestingstad Dokkum waar Bonifatius zou zijn vermoord omwille zijn geloof, Birdaard waar goede ligplaatsen zijn aan de kade en Dokkumer Nieuwe Zijlen waar de Ee overgaat in het Lauwersmeer. We wilden naar het Lauwersmeer om daar een paar dagen te liggen, de veerboot nemen naar Schiermonnikoog, fietsen te huren en naar het Groningse Zoutkamp. Eventueel een dag zeilen op de Waddenzee. Ware het niet dat de Slauerhoffbrug voor Leeuwarden in groot onderhoud bleek.

De brug van Wartena ofwel Warten, de brugwachter ziet ons al aankomen en maakt de brug klaar voor een opening.
De brug in het hart van Warten, alhoewel de middagpauze zojuist begonnen is wordt er toch nog voor ons geopend. Friese gastvrijheid!

Gestremd

Alhoewel we het hadden kunnen weten en erop hadden kunnen varen er toch niet voor gekozen om uren te wachten op een opening, om pas tegen de avond door Leeuwarden heen te zijn en de Dokkumer Ee op te varen. De gedachte dat we dit op de terugweg weer zouden treffen heeft ons doen besluiten om naar Harlingen te varen. Ook gelegen aan de Waddenzee en minstens zo aantrekkelijk. Uitgaande van het hoogwater morgen en overmorgen kiezen we voor Franeker, daar hebben we niet eerder gelegen dus dit is een mooie gelegenheid. Om opnieuw een mooie plek te vinden bij de lokale watersportvereniging waar we vriendelijk worden verwelkomt.

Fries gehucht met kerk

Vlotte brugbediening

We zijn aardig wat bruggen gepasseerd die vanwege onze masthoogte allen hebben moeten draaien. Provinciale bruggen maar ook een aantal spoorbruggen met bediening afgestemd op de trein. En daarin blijkt Friesland een watersportprovincie bij uitstek! Over het algemeen draaien de bruggen al wanneer je aan komt varen, daar waar de bruggen per marifoon of telefoon worden aangeroepen worden we vriendelijk te woord gestaan, de wachttijden zijn minimaal en daar waar het niet anders kan wordt op de minuut af vermeld wanneer de brug wordt bediend. In het bijzonder bij de spoorbruggen en waar werkzaamheden zijn, want die zijn er volop in Friesland. En zo voeren we in alle rust naar Franeker, van brug naar brug naar brug. We hebben ze niet geteld.

Spoorbrug over het Van Harinxmakanaal even voorbij Leeuwarden.
Watersportvereniging Franeker

Van Franeker naar Makkum

Een gemoedelijke verenigingsjachthaven vonden wij in Franeker waar we alles vonden wat we nodig hadden aan voorzieningen zoals water, stroom en een eenvoudig toiletgebouw.

Franeker

Franeker is ons heel goed bevallen. Een bijzonder vriendelijke verenigingshaven, de almanak vertelde het al: verzorgd door de leden zelf. Vrije ligplaatsen worden aangeduid met groene bordjes, we zoeken zelf een passende ligplaats bij onze boot. In een kleine schuur staan leenfietsen die vrij zijn te gebruiken. Wanneer je de havenmeester bent misgelopen kan het havengeld in een enveloppe worden gedaan en gedoneerd worden in een brievenbus. De toilet- en doucheruimte is eenvoudig, het water wordt deels door de zon verwarmd. Regelmatig lopen de leden een rondje langs de ligplaatsen en de boothuizen of alles in orde is, het gras wordt gemaaid en de dienstdoende havenmeester verteld enthousiast over zijn eigen scheepje, zijn grootvader en zijn werkzame leven. Het is ook nog van afrekenen gekomen.

De Frisiabrêge over het Van Harinxmakanaal, met een doorzicht op het balansrekening van het beweegbare gedeelte.
Een draaibrug over het Van Harinxmakanaal, we passeren bruggen in allerlei soorten.
De Koningsbrug over het Van Harinxmakanaal bij Harlingen, ook deze draaide vlot op afroep.

15.45 uur hoogwater Harlingen

Twee redenen om met hoogwater te vertrekken vanuit Harlingen: de ene reden is benodigde waterdiepte om over het vaarwater de Boontjes te varen. De tweede reden is om de stroom mee te hebben. De omstandigheden zijn ons goed gezind: de wind staat uit het noordwesten dus dat wil zeggen naar Kornwerderzand de stroom en de wind mee. Bovendien schijnt de zon. Om 15.45 uur hoogwater in Harlingen, ruim op tijd vertrekken we vanuit Franeker vanwege de nodige bruggen die we zullen passeren. Bruggen in allerlei soorten en maten, die vlot bediend worden na een verzoek via de marifoon.

Vanwege het tijdstip van hoog water gaan we 120 centimeter omhoog.

Tjerk Hiddessluis

In Harlingen schutten we van binnenwater naar zeewater via de kleine kolk van de Tjerk Hiddessluis, tegelijk met een motorjacht en een ander zeiljacht. We gaan 120 centimeter omhoog lezen we af op de dieptemeter, bij laag water zou het wel eens andersom kunnen zijn, maar dat is niet aan de orde. We zijn een beetje vroeg, de vaartocht verliep vlot, om drie uur, drie kwartier voor hoog water, varen we de havenmond van Harlingen binnen waar we in de beschutting van de pieren de zeilen zetten.

Harlingen gezien van tussen de pieren.
Binnen de pieren van Harlingen hebben we de zeilen gezet. We vertrekken bij hoog water, de stroom is nihil, de wind ruimschoots uit het noordwesten. Gaandeweg gaat we de stroom meer en meer mee krijgen richting Kornwerderzand.

Kenteren van het tij

Eenmaal buiten de haven van Harlingen staat er nog nauwelijks stroom. Maar met de wind schuin van achteren zeilen we vlot de Boontjes in. Beetje druk voor de havenmond, twee grote werkschepen komen juist van de Pollendam, een aantal jachten, waarschijnlijk komende van Vlieland of Terschelling lopen Harlingen aan. Na een klein half uur in de Boontjes begint de getijstroom te lopen, we worden ingelopen door een rijkelijk uitgeruste Hurley 800 onder Duitse vlag, die zeilt met de motor bij. De druk in de zeilen wordt minder vanwege de toenemende voorwaartse stroom, maar na de bocht richting Kornwerderzand wordt de koers meer halve wind en zeilt het dat het een lieve lust is. Jammer genoeg zijn we er al, de noord-kardinale boei houden we aan bakboord, waarna we de kom van de Lorentzsluizen binnenlopen waar we de zeilen strijken.

We worden ingelopen door een rijkelijk uitgeruste Hurley 800 onder Duitse vlag.
Zicht over de Waddenzee vlak bij Kornwerderzand.
Schutten in de Lorentzsluis met de Duitse Hurley 800 achter ons.

IJsselmeer

Na een vlotte schutting in de Lorentzsluizen zijn we weer op het zoete water van het IJsselmeer. Meestal lopen we Makkum aan vanuit zuidelijke richting, nu dus vanuit noordelijke, en dat voelt een beetje onwennig. Normaliter is er een ondiepte voor het strand van Makkum die de aandacht vraagt, nu lopen we in een rechte lijn Makkum aan, rode boeien aan bakboord, groene aan stuurboord houdend. Om uiteindelijk af te meren op de ligplaats waar we bijna altijd liggen, achter de scheepsbouwloods van Feadship, voorheen Amels, waar grote schepen werden en nu megajachten worden gebouwd.

Kornwerderzand aan de IJsselmeerzijde met het vertrouwde VHF 1 marifoonkanaal.
Het groenwitte baken van de Lorentzsluizen aan de rechter oever, komende van de IJsselmeerzijde.

Van Makkum naar Hindeloopen

Wij hielden al van wandeltochten en bergwandelen, maar mijn vrouw is een passie aan het opbouwen voor lange afstanden lopen. Trajecten langs het IJsselmeer bieden daartoe goede gelegenheden, ook om verschillende liefhebberijen te combineren. Wanneer nu de één gaat lopen en de ander gaat zeilen zien we elkaar wel weer in een volgende haven. Van Makkum naar Workum, of als het lekker loopt naar Hindeloopen.

We vertrekken met heiig weer, na een regenachtige dag van gisteren en een dito ochtend.

Onder zeil

Onder zeil gaan is altijd weer een moment van balans vinden. Met een lichte zuidwestenwind aanvoelen hoe hoog aan de wind er gezeild kan worden, welke slagen de meeste vooruitgang boeken, het trimmen van de zeilen om zoveel mogelijk vaart te lopen: de blokken van de genuaschoten, de spanning op de achterstag, giekneerhouder, onderlijkstrekker, de stand van de grootschootoverloop en uiteindelijk de schootspanning. De stuurautomaat stuurt, met 45 graden aan de wind loopt het het best. Vanaf een ingestelde koerslijn 0,5 Zeemijl westwaarts, overstag, dan tot aan de boeienlijn langs de Friese kust, dan overstag, en zo verder richting het zuiden.

De juiste trim van de achterstag, neerhouder, onderlijkstrekker en genuablokken zijn elk goed voor 0,1 knoop snelheidswinst. Al met al weten we een halve knoop te winnen, klokken we af en toe 3,5 knopen.

Een mooi moment …

Een mooi moment deed zich voor na overleg met de wandelaarster aan de wal. Zij had inmiddels Workum bereikt waar zij aan boord zou komen. Het opkruisen in de lichte wind vraagt nu eenmaal meer tijd dan wandelen recht op het doel af. Mijn vrouw gaf aan door te lopen naar Hindeloopen. We zie elkaar daar … prima. Een paar minuten later ruimt de wind en trekt aan, trekt flink aan! De boot komt op snelheid, 5,5 knopen, kruisen niet meer nodig vanwege de geruimde wind, en zo stevenen we op Hindeloopen af, over het vlakke water van het IJsselmeer. De achterstag en de neerhouder worden aangetrokken en even later de onderlijkstrekker, drie kwartier later zijn we bij de scheidingston H2-W1. Top, dit had nog anderhalf uur kunnen duren!

Hindeloopen

In de haven van Hindeloopen de belevenissen van de wandeltocht, langs de IJsselmeerdijk, langs Gaast en Workum, langs schapen en groene weiden en soms langs de doorgaande weg. Moe maar voldaan liggen we in Hindeloopen, 16 wandelkilometers en zomaar wat nautische mijlen bijgeteld.

Schepen van de bruine vloot in Hindeloopen

Over schapen gesproken

Niet voor niets worden er schapen gezet op de dijken. Schapen doen op de dijken goed werk. De grazende schapen op de dijk voorkomen met hun kauwlust dat er struiken op de dijken gaan groeien. De wortels van struiken zouden de dijken als het ware doorboren en daarmee verzwakken. De schapen zullen met hun gedrag opkomende struiken wegkauwen. Maar ook drukken de poten van de schapen voortdurend de kleilaag van de dijk aan. Zodat er een stevige toplaag in stand wordt gehouden. Zo zijn schapen op de dijk niet alleen een oer-Hollands tafereel maar maar bewijzen zij ook hun nut.

Friese Meren

We zouden het het ‘Johan Frisokanaal’ kunnen noemen, uitgaande van de merktekens op de ruim honderd rode en groene en rood-groen en groen-rode boeien waar we tussendoor zijn gezeild. Maar het was ook een zeiltocht over de Friese Meren de Morra, de Fluessen en het Heegermeer die ons hebben gebracht van Stavoren naar Heeg, een tocht met aan het begin het schutten door de Johan Frisosluis aan het begin van het Johan Frisokanaal.

De wachtsteiger voor de Johan Frisosluis bij Stavoren. Er zijn twee sluiskolken welke deze morgen beiden in bedrijf zijn. De grijze wolken zijn tekenend voor het weer van deze dag: droog maar een stevige bries uit het noordwesten.

Paling en brood

Onderweg geen foto’s gemaakt, maar we kunnen er wel over schrijven: het passeren van de brug bij Warns waar we in konvooi met een aantal andere jachten doorgingen, het varen langs Galamadammen wat een waar toeristencentrum is en wat ons betreft te druk en teveel vermaak en vertier voor jong en oud, en over het vooral aan de wind zeilen op alleen het voorzeil van groene boei naar groene boei op het gedeelte vlak voor de Nije Krûspole na want daar hadden we de wind te scherp in. Maar voor de rest aan de wind zeilen zo rond de 3,5 knoop over een afstand van 8,5 Zeemijl.

Palingaak in Heeg

Het aardige van Heeg is dat in de tijd van de zeilende vrachtvaart en visserij de handelaren van Heeg paling leverden aan London. Er moet een levendige handel zijn geweest, zo levendig dat er aan de Theems een steiger zou zijn geweest voor de palingaken van Heeg. Wij liggen gewoon aan een steiger in de passantenhaven. En morgen komt de bakker langs met verse broodjes.

En zo vinden we een ligplaats in de passantenhaven van Heeg aan het Heegermeer.

Urk

Vuurtoren van Urk

Vandaag van Lemmer naar Urk gezeild bij een noordwesten wind kracht 3 Beaufort. Het eerste rak Lemmer uit stond het grootzeil wel maar ook de motor bij, zoals zo vaak waaide de wind regelrecht richting Lemmer. Opmerkelijk, dit fenomeen troffen we vaker, zowel bij zuidwesten, westen als noordwestenwind, Lemmer verlaten is altijd ‘tegenwind’. Maar eenmaal het Ir. Wouda stoomgemaal en de Prinses Margrietsluis voorbij kan het van zeilen komen, eerst aan de wind, tot aan de Rotterdamse Hoek halve wind en daarna ruimschoots richting het zuiden met soms ruim 4 knopen op het log. Een Bavaria 36 weten we met goed trimmen van de zeilen voorbij te lopen, best knap voor een 26 voet S-spant. Wat we geleerd hebben is dat de wind dicht bij de vijftig windmolens in het IJsselmeer langs de Noordoostpolder drastisch wegvalt. Hoe hoog de rotorbladen zich ook boven ons bevinden, het is eronder geen zeilen. Ook het water is er onrustig, wegwezen daar. Ter hoogte van het Urker Bos valt de wind in tot een 1 Beaufort. Eigenlijk wilden we naar Ketelhaven, maar dat wordt laat, erg laat. Urk lonkt, geeft niets, altijd een beetje thuiskomen. Mijn vrouw besluit haar ronde te lopen, stevig doorstappen langs de haven en de vuurtoren, door het Urker Bos langs de vijver en dan door een woonwijk weer terug het centrum in. Zelf doe ik het rustiger aan, een wandeling langs de Ommelebommele, het Kerkje aan de Zee en de haven. Waar altijd wel wat is te beleven.

Windmolens langs de oever van de Noordoostpolder gezien vanaf Urk.
Scheepswerven van Urk
Keer- en schutsluis bij Urk, vergelijkbaar met de sluizen bij Lemmer en Kraggenburg.

Van Urk naar Ketelhaven

We laten het levendige en drukke Urk achter ons.

We merkten het gisteren al en zagen het vanmorgen, nauwelijks wind om te zeilen. De vlaggen en wimpels aan de masten recht naar beneden, de windmolens rondom ons staan stil geen zuchtje wind stroomt door de openstaande luiken van de kajuit. Wel voelt de zon al vroeg opmerkelijk warm aan, na de achter ons liggende koelere dagen. De zeilen blijven onder het canvas, na de inkoop van twee Urker Dikkertjes bij de bakker varen we op de motor de haven van Urk uit koers richting Ketelbrug. Glashelder weer met een beetje thermische wind onder de oever, door het verschijnsel ‘kimverheffing’ zien we Enkhuizen boven de horizon uitsteken en een binnenvaarder met een joekel van een stuurhuis en een kraanmast voorop. Schijn bedreigd, de heldere lucht spiegelt ons voor wat voor ons te ver weg is om te kunnen zien. ‘Kimverheffing’. De stuurautomaat ‘Wicky’ neemt het roerwerk voor zijn rekening, ja, onze roerganger heeft een naam, ‘Wicky, hij stuurt zelf het schip’, terwijl wij koffie drinken aangekleed met de Urker Dikkertjes. Die smaken best!

Brugpijlers van de Ketelbrug

Dik twaalf meter doorvaarthoogte lezen we af bij de pijlers van de Ketelbrug. Het moet kunnen, met staande mast eronderdoor, bij het hoogste gedeelte. Nooit eerder gedaan, altijd sloten we aan bij andere jachten bij het beweegbare gedeelte terwijl het verkeer op de A6 werd stilgezet. Het moet er maar eens van komen, langzaam kruipen we vooruit, boven de VHF antenne schatten we een halve meter over, we wisten dat het moest kunnen maar een getal in een brochure is nog geen zeker weten. Daarna koers richting Ketelhaven, de glasheldere hemel geschikt om op het middaguur nog eens een zonnetje te schieten. De zon exact in het zuiden ofwel een azimut van 180 graden we meten de zonshoogte bij de transit ofwel culminatie, we verrekenen de declinatie van vandaag en de correctie van de sextant en onze hoogte boven de waterlijn en komen uit op 32 boogseconden boven de noorderbreedte van kaart en GPS. Ergens tussen Workum en Makkum, zullen we maar zeggen. Zonshoogte boven de basaltblokken langs de oever, de effecten van kimverheffing niet meegerekend. Het gaat steeds beter, de astronomische breedtebepaling!

Onderweg een markant kunstwerk op het kunstmatig aangelegde eiland Keteloog, een creatie ongetwijfeld geïnspireerd op het Ketelmeer. Maar is het nu een ‘fluitketel’, een ‘tuitketel’ of een ‘koffieketel zonder fluit?’ Een uurtje later doen we Ketelhaven aan. Een rode driehoek bij een ligplaats betekend ‘vrij houden’ en een groene driehoek wil zeggen ‘vrije ligplaats’. We vinden een ligplaats tussen Marieholms, een Invicta 26 en vergelijkbare soortgenoten. Aardige havenmeester, keurige jachthaven met vriendelijke mensen, bereid tot een praatje. Urk was leuk maar druk. Hier komen we tot rust.

Ketelhaven, een oase van stilte en rust en een gemoedelijke sfeer.
Sluit Menu