Nieuwe Waterweg en Het Scheur

Nieuwe Waterweg

De Koning Juliana van Stoomvaart Maatschappij Zeeland bij de voormalige Noorderpier van de Nieuwe Waterweg.
Loodsboot Rigel aan het havenhoofd van Maassluis, eerste stad aan de Nieuwe Waterweg komende vanuit zee, maar eigenlijk gelegen aan Het Scheur, maar daarover later meer.

Zowel Amsterdam als Rotterdam waren, de plaatsnamen zeggen het al, steden aan het water. Amsterdam dankt haar naam aan de Amstel, en Rotterdam aan de Rotte. Maar beide plaatsen hadden in de helft van de negentiende eeuw vergelijkbare problemen met de bereikbaarheid over het water en naar zee. Het is nog het tijdperk van de zeilende vrachtvaart met klippers, schoeners en barken. Amsterdam wordt bezeild over de Zuiderzee via de Waddenzee en het Marsdiep tussen Den Helder en Texel, Rotterdam via de mondingen van de Maas en de Rijn, waardoor het rivierwater naar zee stroomt via met name het Haringvliet, de Brielse Maas en het Maassluise Gat. Noem daarbij het Spui, het Hollands Diep en de Volkerak en het beeld van een rivierdelta komt naar voren.

Maar met meerdere mondingen in zee van de Rijn en de Maas ligt verzanding voor de hand. Dat was ook al gebeurd bij de Rijn, in herinnering gebracht door de ‘Oude Rijn’ die eens bij Katwijk de Noordzee instroomde. Daar is weinig van overgebleven, wat van deze oude riviermonding nog rest is een uitwatering en de restanten van het ‘Fort Britten’ voor de kust van Katwijk aan Zee.

Uitgraven van de Nieuwe Waterweg bij Maassluis

Maar de verzanding van de zeegaten voor Rotterdam maar ook voor plaatsen als Brielle en de van haringvisserij afhankelijke plaatsen Maassluis en Vlaardingen vroegen wel om een oplossing. De Marine had al het ingewilligde verzoek gedaan om een kanaal te laten graven van de Brielse Maas naar Hellevoetsluis om de ondiepten in de zeegaten te omzeilen: het Kanaal door Voorne waarmee er in 1830 een rechtstreekse verbinding was gerealiseerd naar vesting- en marinestad Hellevoetsluis. Maar het bleven noodgrepen waar de koopvaardij weinig baat bij had. Het alternatief van en naar zee werd de vaarweg langs Brouwershaven aan de Grevelingen of desnoods zuidelijk via de Oosterschelde.

Het probleem was de stroomsnelheid van het rivierwater: door de brede uitloop van de Maas- en Rijnmond liepen de stroomsnelheden terug en werd het bij vloed aangevoerde zand nauwelijks weggespoeld. Waarbij het naar zee stromende water zowel aan de noordelijke en zuidelijke kant van het eiland Rozenburg langs ging, waarop er gezocht werd naar een oplossing, door bijvoorbeeld de afsluiting van het noordelijke Maassluise Gat, om het water van Maas en Rijn te dwingen door het Brielse Gat naar zee te laten stromen.

In Den Haag werd met inbreng van Thorbecke door het kabinet allereerst besloten tot de instelling van een onderzoekscommissie, waarbij ingenieur Pieter Caland, werkzaam in Brielle voor de provinciale Waterstaat met de volgende adviezen kwam: aansluiten bij de rivier Het Scheur, het afsluiten van het dichtslibbende Maassluise Gat dat zich met een bocht zuidwaarts naar Brielle bewoog, het afsluiten van het zuidelijke Brielse Gat, en het doorsteken van het land via de kortste weg, vanaf het Scheur vier kilometer direct naar zee waardoor zoveel mogelijk Maas en Rijnwater naar zee zou gaan stromen. Caland berekende en beredeneerde daarbij dat het rivierwater het sediment in de bedding voldoende af zou gaan voeren. Onderdeel van het kabinetsbesluit was dat er parallel aan de Nieuwe Waterweg een spoorlijn aangelegd zou gaan worden van Rotterdam naar Hoek van Holland. Daarnaast ook de aanleg van het Noordzeekanaal van het Amsterdamse IJ naar IJmuiden om de Amsterdamse haven aan het IJ niet ondergeschikt te laten zijn aan het Rotterdam aan de Nieuwe Maas.

Na de onteigening van de nodige landbouwgrond werd officieel op 31 oktober 1863 begonnen met de aanleg van de Nieuwe Waterweg: door het graven van een nog droog liggend kanaal over een lengte van vier kilometer, het aanleggen van oevers en het ophogen van de wal, en het aanleggen van twee in zee lopende pieren. Waarna de afsluitingen aan de rivier de Scheur en de zeezijde werden weggegraven en het rivierwater ongehinderd naar zee kon gaan stromen. Op 9 maart 1872 bevoer het eerste schip, de Richard Young de Nieuwe Waterweg. In het jaar 1876 kwam ook het Noordzeekanaal, de vaarweg naar Amsterdam gereed.

Hotel New York, in het voormalige hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn op de Kop van Zuid, Rotterdam.

Maar daarmee was het probleem van de verzanding nog niet geheel opgelost, bleek in de praktijk. Bij vloed en zeker bij springvloed was er nog altijd het naar binnen stromen van zeewater tegen de richting van het rivierwater in. Het op diepte houden van de Nieuwe Waterweg ging niet vanzelf. Dat besef drong zich vooral op toen de Nederlands Amerikaanse Scheepvaart Maatschappij, de NASM, de voorloper van de Holland Amerika Lijn, ging overwegen om de schepen niet van en naar Rotterdam maar van en naar Amsterdam te laten varen en het hoofdkantoor naar de hoofdstad te verhuizen. Daarop maakte het Rotterdamse stadsbestuur de keuze om structureel bij te gaan dragen aan het op diepte houden van de Nieuwe Waterweg. Tot op de dag van vandaag wordt er dan ook continu gebaggerd. Om de vaarweg voor de grootste schepen bevaarbaar te houden, aldoende de natuur een handje helpend, ook na het voltooien van de Deltawerken: de gehele of gedeeltelijke afsluiting van het Haringvliet, de Grevelingen en de Oosterschelde. En niet te vergeten de Maeslantkering bij Hoek van Holland, bij al te hoog opkomend tij.

Wat de riviermondingen betreft nog het volgende: het havengebied rondom de Nieuwe Waterweg wordt samenvattend de Rijnmond genoemd. De aanloop buitengaats de Maasmond. Daar waar de rivieren samen stromen.

ss Rotterdam met op de voorgrond een pont van de veerdienst Maassluis-Rozenburg, varende op Het Scheur.

Historisch misverstand

Het Scheur begint daar waar de Nieuwe – en de Oude Maas samenstromen ter hoogte bij Vlaardingen, bij kilometerraai 1013 en loopt door tot kilometerraai 1026, bij de Maeslantkering. Over een historische fout gesproken: er wordt wel gesproken over Maassluis en Rozenburg aan de Nieuwe Waterweg. Maassluis nam het zelfs in haar logo op: ‘Eerste Stad aan de Waterweg’. Maar dat is historisch onjuist gebleken, Maassluis lag aan Het Scheur, preciezer gezegd aan ‘t Sluise Diep, een bocht in Het Scheur! Maar sinds 12 juni 2013 is Scheur weer de officiële naam van de rivier tussen de Oude- en de Nieuwe Maas bij Vlaardingen en de Maeslantkering nabij Hoek van Holland. Dankzij de Rozenburger en lid van de Historische Vereniging Maassluis Leo Boer die het misverstand bij minister Melanie Schultz van Haegen onder de aandacht heeft gebracht. De in aanbouw zijnde Blankenburgtunnel gaat dus niet onder de Nieuwe Waterweg, maar onder het Scheur door. En de veerdienst Maassluis Rozenburg steekt dus niet de Nieuwe Waterweg, maar Het Scheur over. Feitelijk omvat de Nieuwe Waterweg dus alleen het traject van de Maeslantkering tot aan Hoek van Holland.

Het Lage Licht van Hoek van Holland

Maritiem Museum Rotterdam

Gezien bij het Maritiem Museum aan de Leuvehaven van Rotterdam, een vrij kleine gietijzeren vuurtoren met een mooi verhaal. Het betreft het oorspronkelijke ‘Lage Licht’ van Hoek van Holland dat samen met het ‘Hoge Licht’ de geleidelichten vormden voor de scheepvaart in de Nieuwe Waterweg. Het principe is eenvoudig, een hoge en een lage vuurtoren staan in het verlengde van het midden van het vaarwater. Bij het aanhouden van een koerslijn waarbij het hoge en het lage licht recht boven elkaar worden waargenomen bevindt het schip zich in het midden van het vaarwater. De gietijzeren constructie met een lichthoogte van 14.20 meter is in 1899 gebouwd door Penn & Bauduin te Dordrecht en stond aan de Berghaven van Hoek van Holland en heeft dienstgedaan van 1900 tot 1967. Het verleggen van de Noorderpier en de aanleg van het Calandkanaal, waren aanleiding tot het plaatsen van nieuwe geleidelichten, zowel voor de aanloop van de Nieuwe Waterweg en voor het Calandkanaal. Na het plaatsen van nieuwe achtkantige lichtopstanden waarvan de lage vlak naast de het oude Lage Licht, werd de buiten werking gestelde vuurtoren grijs  geschilderd om minder opvallend te zijn en vergissingen in de navigatie te voorkomen. Het gedoofde Hoge Licht bleef gewoon rood. In 1977 is het Lage Licht per ponton als museumstuk naar Rotterdam gebracht. Het Hoge Licht is in Hoek van Holland gebleven en is ingericht als Vuurtorenmuseum. Een mooi stuk maritieme historie.

Klik op foto
Klik op afbeelding en ga naar Waarnemen & Zichtbaarheid
Klik op afbeelding en ga naar Getijden en Stromen

Dit bericht heeft 1 commentaar

  1. Gerrie

    Weer een mooi stukje geschiedenis Johan!

Geef een reactie