NASA Clipper Elektronisch kompas

Het NASA Clipper Kompas is een elektronisch kompas met externe fluxgate-sensor. Het duidelijke display heeft negen verlichtingsniveaus en geeft een ware of magnetische koers weer. De sensor die cardanisch is bevestigd voor plus / minus 30 graden helling en duiken. De sensor dient daar gemonteerd te worden waar magnetische verstoringen en scheepsbewegingen in minimaal zijn. Een elektronische autokalibratie heft kleine fouten op. Wanneer de stuurfunctie is geselecteerd, wordt afhankelijk van de koersafwijking een reeks chevrons verzameld die de grootte en richting van de stuurfout aangeven. Om op koers te blijven dient gestuurd te worden in de richting van de chevrons totdat ze zijn gedoofd. De koersgevoeligheid kan door de gebruiker worden ingesteld, evenals de variatie van het aardmagnetisme en de deviatie als gevolg van het scheepsmagnetisme. Een zichtbaar en hoorbaar alarm biedt een veiligheidsfunctie wanneer men niet aan het roer staat. Als de koers meer dan een vooraf ingestelde hoeveelheid afwijkt, gaat het alarm af.

NASA Clipper elektronisch kompas
Nasa fluxgate kompas geplaatst op een platform achter een luik.
NASA Clipper Elektronisch kompas aansluitschema

NAVIGATIE EN KOMPASSCHERM

Normale werkwijze

Wanneer het NASA Clipper elektronisch kompas van spanning wordt voorzien, wordt er een interne opstartprocedure uitgevoerd waarna het beginscherm / navigatiescherm met de voorliggende kompaskoers in cijfers wordt weergegeven.

Achtergrondverlichting

Het elektronische kompas is voorzien van achtergrondverlichting voor gebruik in het donker. De lichtsterkte kan met ILLUM tijdens normaal bedrijf worden bijgesteld in stappen stap van nul tot negen. Zoals ook bij de overige instellingen wordt de gekozen waarde bewaard, ook na uitschakelen, waardoor na opnieuw inschakelen de gekozen instelling toegepast wordt.

Demping van het kompas

Wanneer stampen, gieren en slagzij van het schip de kompasaanwijzing onrustig maken kan er een demping van het kompas worden ingesteld, door gelijktijdig STEER en DEC samen in te drukken. In het display komen de aanduidingen L, A of H te staan, L staat voor lichte demping, A staat voor gemiddelde demping en H staat voor hoge demping. Na twee seconden wordt de ingestelde waarde door het kompas vastgelegd. Hoe beweeglijker de omstandigheden, hoe hoger de demping gewenst zal zijn voor een rustige weergave in cijfers en stuuraanwijzingen.

Koersinstelling

De functie ‘Koersinstelling’ kan ingesteld worden om de richting aan te wijzen waarnaar het schip gestuurd moet worden ommekeer op de ingestelde koers terug te komen na afwijking van die koers. De fabrieksinstelling voor de foutwaarde is 3° maar de instelling kan worden aangepast in de ‘Engineering-modus’. Naarmate de fout toeneemt lichten er meer ‘chevrons’ op om de toenemende koersafwijking aan te geven en daarmee de benodigde koerscorrectie.

Instellen van te sturen koers

Breng het schip naar de gewenste koers en druk op STEER om die koers vast te leggen. De geregistreerde koers is de koers die wordt weergegeven wanneer STEER is ingedrukt. Het recht vooruit-symbool in de display geeft aan dat de koers van het vaartuig binnen de foutinstelling valt. De grootte van de foutinstelling kan worden gewijzigd in de Engineering-modus / het Instellingenmenu (zie verder onderaan).

Wanneer de functie ‘Koersinstelling’ in werking is kan een akoestisch alarm worden ingesteld wanneer vooraf ingestelde waarde van een gekozen koers wordt overschreden. Het alarm, indien ingesteld, wordt gegeven wanneer de koers buiten de instelling naar bakboord of stuurboord komt te liggen.

Instellen van het koersalarm

Het koersalarm kan op elk moment tijdens de werking van de functie ‘Stuuraanwijzing’ worden gewijzigd door op INC te drukken om de waarde te verhogen of op DEC om deze te verlagen. De alarmgrenzen worden weergegeven door de ‘pijlen’ in het display. Wanneer de toets wordt losgelaten keert het display terug naar het  beginscherm / navigatiescherm.

Het koersalarm wordt in- of uitgeschakeld door INC en DEC tegelijk in te drukken. Als het koersalarm is ingeschakeld wordt het belsymbool in het display. Telkens wanneer het alarm is ingeschakeld en de koers buiten de grenzen valt die zijn ingesteld bij de gewenste koers klinkt het alarm en knippert het belsymbool. Het koersalarm kan worden gestopt door de koersfout te corrigeren, of door INC en DEC samen in te drukken waarmee het koersalarm wordt uitgeschakeld, of door de ‘Stuuraanwijzing’ uit te schakelen door op STEER te drukken.

Samenvatting beginscherm / navigatiescherm

STEER + DEC = Demping

STEER = Koersinstelling

INC + DEC = Koersalarm

ENGINEERING / INSTELLINGEN MENU

Technische instellingen zijn aanpassingen die zelden hoeven te worden gewijzigd, maar die van invloed zijn op de werking van het instrument. De instellingen worden opgeslagen, ook als de stroom is uitgeschakeld. Er zijn vier bedieningskenmerken die in  de modus ‘Engineering’ kunnen worden ingesteld:

* Magnetische- of ware koersweergave
* Variatie
* Deviatie
* Koersgevoeligheid

De Engineering-modus / het Instellingenmenu wordt geactiveerd door ILLUM twee seconden ingedrukt te houden terwijl de elektrische spanning wordt aanzet. Er verschijnt het symbool ‘En’ in het display. Wanneer na twee seconden de knop wordt losgelaten wordt de magnetische variatie in graden weergegeven. De huidige instelling wordt weergegeven als ‘MAG’ (magnetische noorden) of ‘TRUE’(ware noorden).

Magnetische – of ware koers

Om in de ‘Engineering-modus’ te komen wordt ILLUM ingedrukt terwijl de spanning wordt ingeschakeld. Het ‘En’ symbool verschijnt in het display. Overschakelen van MAG naar TRUE wordt gedaan door gelijktijdig STEER en INC samen in te drukken. De ‘Engineering-modus’ wordt verlaten door op ILLUM te drukken, waarmee teruggekeerd wordt naar de normale koersindicatie, weergegeven naar de herziene magnetische waarde.

Variatie

De magnetische variatie van de aarde varieert van jaar tot jaar en van plaats tot plaats. De variatie kan worden gevonden in Almanakken, op kaarten en in grafieken. De variatie is de correctie van het magnetische noorden ten opzichte van het ware noorden. Een westelijke variatie wordt gecorrigeerd met een positieve waarde, een oostelijke variatie met een negatieve waarde.

Ga naar Engineering(‘En’ wordt weergegeven) door ILLUM ingedrukt te houden terwijl de spanning wordt ingeschakeld. Het display toont gedurende twee seconden ‘En’ waarna de ingestelde variatie wordt weergegeven, bijvoorbeeld 6,5 °.

Instellen van de Variatie

Elke druk op INC of DEC verandert de opgeslagen variatie in stappen van 0,1 °. De ingestelde waarde wordt herhaald in het cijfer van de achtergrondverlichting. Als de totale variatie groter is dan ± 9,9 °, wordt alleen het fractionele deel van de variatie weergegeven in het cijfer van de achtergrondverlichting. De ‘Engineering-modus’ wordt verlaten door op ILLUM te drukken, waarmee teruggekeerd wordt naar de normale koersindicatie, weergegeven naar de herziene magnetische waarde.

Deviatie

Het aanwezige scheepsmagnetisme beïnvloedt de aanwijzing van het kompas. Het aanwezige scheepsijzer is daarvan een voorbeeld, bijvoorbeeld een stalen romp of het ijzeren ballastgewicht in de kiel. Ook de magneet van een luidspreker kan het kompas beïnvloeden. Deze fouten kunnen in het Clipper elektronisch kompas worden gecompenseerd door het vaartuig af te meren in de richting van geografische kenmerken waarvan de positie en peiling bekend is.

Kompasring

Een eerste vereiste is om de noordinstelling van het hele kompas op het noorden uit te lijnen, ook wel bekend als het instellen van de ‘kompasring’. Als vervolgens blijkt blijkt dat het kompas ook in andere richtingen voldoende nauwkeurigheid aanwijst zijn de invloeden van magnetische velden aan en in het vaartuig dusdanig dat geen verdere compensatie van het kompas nodig is.

Compenseren van de deviatie

1. Schakel het kompas in de ‘Engineering-modus’. Schakel het kompas uit, houd ILLUM ingedrukt en schakel het apparaat in. Laat de ILLUM-toets los.
2. Druk op INC en DEC samen om in de ‘kompascompensatiemodus’ te komen. Het eerste scherm is 45 °, wat Noord-Oost vertegenwoordigt.
3. Breng het vaartuig naar de weergegeven koers met behulp van een referentiekompas of kaarten.
4. Wacht ten minste tien seconden na het uitlijnen van het vaartuig om de demping op de juiste waarde te laten komen en druk daarna op STEER om de kompasfout in te voeren. Het display toont “At” gedurende twee seconden waarmee aangegeven wordt dat de deviatiewaarde is opgeslagen.
5. Druk op INC om de weergave 45 ° vooruit te zetten en ga dan verder met de reeks bij instructie 3 totdat ook 315 ° is gevoerd.
6. Druk na de gehele procedure tegelijk op INC en DEC om terug te keren naar de modus ‘Engineering’.
7. Druk op ILLUM om de unit weer normaal te laten werken.

Koersgevoeligheid

Ga naar Engineering is (“En” wordt weergegeven) door ILLUM ingedrukt te houden tijden het inschakelen van de spanning. Om de gevoeligheid in te stellen worden STEER en DEC gelijktijdig ingedrukt. De aanduidingen MAG en TRUE verdwijnen, de eerste bakboord- en stuurboord chevrons lichten op, dit geeft dat de gevoeligheid kan worden ingesteld.

De stapgrootte wordt weergegeven in graden. De fabrieksinstelling is 3 °. Druk op INC om de instelling in stappen van 1 ° te verhogen en op DEC om de instelling in stappen van 1 ° te verlagen. De minimale instelling is 1 °, en de maximale is 10 °.

De maximale weer te geven fout is altijd 13 keer de getoonde stapgrootte.
Wanneer 1 ° is ingesteld, dan is de maximale indicatie van een koersfout die kan worden weergegeven 13 ° aan bakboord of stuurboord. Wanneer 10 ° wordt gekozen, dan is de maximale indicatie van een koersfout die kan worden weergegeven 130 ° aan bakboord of stuurboord.

Door op STEER te drukken wordt teruggekeerd naar Engineering. Het technische menu wordt verlaten door op ILLUM te drukken, waarmee teruggekeerd wordt naar de normale koersaanduiding.

Samenvatting Engineering / Instellingenmenu 

ILLUM + inschakelen = Instellingenmenu

STEER + INC = Magnetische- of Ware noorden

STEER + DEC = Koersgevoeligheid

INC + DEC = Deviatie

Disclaimer

Het bovenstaande is zo nauwkeurig mogelijk beschreven maar wij geven geen garantie op een goede werking en weergave van de apparatuur. Daarom vrijwaren wij ons van alle vormen van aansprakelijkheid bij gebruik van bovenstaande uitleg.