NASA Clipper Echosounder

De NASA Clipper echosounder is een veelverkochte dieptemeter met duidelijk leesbare cijfers van 40 mm hoog met een verlicht display. De NASA Clipper instrumenten geavanceerde elektronica in een industriële behuizing van 110 mm.

NASA Clipper Echosounder
NASA Echosounder aansluitschema

NAVIGATIE EN BEGINSCHERM

Achtergrondverlichting

De achtergrondverlichting kan met ILLUM worden aangepast in een bereik van 0 tot 7, weergegeven door de achtergrondverlichtingsindicator linksonder in het display.

Gevoeligheid

De Clipper echosounder meet de diepte onder de transducer door het tijdverschil tussen de uitgezonden terugkerende ultrasone signalen te berekenen. Daarbij is de echo van objecten dichtbij sterker dan van objecten die dieper zijn gelegen. Daarom heeft de dieptemeter de gevoeligheid van de ontvangstversterking afgevlakt zodat zwakkere echo’s worden gedetecteerd om de echo’s die van korte afstand worden uitgesloten. Reflecties van turbulentie, gasbellen of vissen kunnen soms worden verward met de reflectie van de bodem.

Om te voorkomen dat opgevangen signalen verkeerd worden geïnterpreteerd kan het wegfilteren van ruis effectief zijn om tot een juiste dieptemeting te bereiken. Dit wegfilteren wordt de gevoeligheidsdrempel genoemd, en kan met de Echosounder in werking worden bekeken door op ENTER te drukken. Door nogmaals op ENTER te drukken wordt teruggekeerd naar het gebruikelijke display. De fabrieksinstelling van de gevoeligheidsdrempel is nul, maar kan worden verhoogd in stappen van 0,1 meter tot een maximum van 5 meter. Na een druk op ENTER kan de gevoeligheidsdrempel worden veranderd. DEEP en SHALL maken de gevoeligheidsdrempel respectievelijk dieper en ondieper. Door nogmaals op ENTER wordt de herziene gevoeligheidsdrempel in het geheugen opgeslagen, waarmee de echosounder voortaan met de nieuwe instelling werkt.

Diepte- en ondieptealarm instellen

Tijdens het normale gebruik van de Echosounder kan een alarm voor te ondiep en voor te diep water worden ingesteld. Om de diepte van het diepe alarm in te stellen waarbij zowel een zichtbaar als een akoestisch signaal in werking treedt wordt de knop DEEP gebruikt om de huidige instelling voor ‘diep alarm’ weer te geven. Het display toont het woord DEEP en de actuele diepte-alarmdiepte. De fabrieksinstelling voor het diepe alarm is 50 meter. Druk op DEEP om de diepte-alarmdiepte dieper te maken en gebruik SHALL om de diepe alarmdiepte ondieper maken.

Dieptealarm

Wanneer SHALL wordt ingedrukt wordt de instelling in stappen van 1,5 voet of 0,5 meter verlaagd. Als DEEP wordt ingedrukt, wordt de instelling in stappen van 1,5 voet of 0,5 meter verhoogd, afhankelijk van de eenheid waarin de Echosounder staat ingesteld. Wanneer de Echosounder de instelling voor diepte alarm van 99,5 meter bereikt is de limiet bereikt. Wanneer de gewenste alarmdiepte is ingesteld wordt deze vastgelegd met ENTER. Het display keert terug naar het meten van de actuele diepte.

Ondieptealarm

Op dezelfde manier schakelt SHALL naar de instelling van de ondiepe alarmdiepte. Het woord SHALLOW verschijnt op het display met daarbij de diepte van de ondiepe alarminstelling wordt weergegeven. De fabrieksinstelling van de ondiepe alarmdiepte is nul. DEEP vergroot de alarmdiepte dieper, SHALL maakt de instelling ondieper. Met ENTER wordt de ondiepe alarmdiepte-instelling opgeslagen waarna het display terugkeert naar de actueel gemeten diepte.

Dieptealarmen in- en uitschakel

De diepte- en ondiepte alarmen worden gezamenlijk ingeschakeld of uitgeschakeld door tegelijkertijd DEEP en SHALL in te drukken. Wanneer de alarmen actief zijn wordt een belsymbool weergegeven, dit belsymbool is afwezig wanneer de alarmen zijn uitgeschakeld. Wanneer de gemeten ondieper is dan de ondiepte alarminstelling gaat het alarm af en wordt het woord SHALLOW weergegeven. Wanneer de gemeten dieper is dan de diepte alarminstelling gaat het alarm af en verschijnt het woord DEEP in de display. De alarmen worden uitgeschakeld door DEEP en SHALL tegelijk in te drukken.

Samenvatting begin en navigatiescherm

ENTER = Gevoeligheid

DEEP = Dieptealarm

SHALL = Ondieptealarm

DEEP + SHALL = Dieptealarmen


INSTELLINGENSCHERM

Technische modus

De instellingen van de echosounder kunnen worden gewijzigd door naar de engineering-modus te gaan. Schakel het instrument in terwijl ILLUM wordt vastgehouden. Laat na vijf seconden de  ILLUM-toets los; de unit is nu in de Engineering-modus waar de configuratie kan worden gewijzigd. Wanneer de wijzigingen zijn voltooid keert de echosounder terug naar de normale situatie door te drukken op ILLUM.

Voeten of meters

Door ENTER is de echosounder om te schakelen van meters naar voeten of andersom. De gekozen eenheid wordt rechtsonder in het display weergegeven. De instelling wordt opgeslagen voor elk volgend gebruik en kan ook weer worden teruggeschakeld. De instelling voet of meter heeft invloed op alle weergaven in het systeem, inclusief alarmdieptes, kieldiepte- en transducerinstellingen en gevoeligheidsinstelling: deze worden allemaal in de gekozen eenheden ingesteld en weergegeven. Met de ILLUM toets wordt teruggekeerd naar het beginscherm met diepteaanduiding.

Kielcorrectie

De kielcorrectie staat voor de diepgang van het schip min de diepte van de transducer onder het wateroppervlak. Wanneer een kielcorrectie is opgeslagen worden alle metingen weergegeven alsof ze vanaf de onderkant van de kiel zijn gemeten in plaats van vanaf de transducer. De Echosounder geeft dan de kielspeling tot de bodem weer (zie tekening). De DEEP en SHALL knoppen worden afzonderlijk gebruikt om de waarde van de kielcorrectie aan te passen tussen 0 en 2,5 meter in stappen van 0,1 meter. Door op DEEP te drukken wordt de kielcorrectie vergroot, door op SHALL te drukken wordt de kielcorrectie verlaagd. Door op ILLUM te toetsen wordt teruggekeerd naar de normale Echosounder modus.

Meten vanaf de transducer

Door gelijktijdig intoetsen van ENTER en DEEP kan worden gekozen tussen het instellen van Kielspeling (diepte onder de Kiel) of de Transducerdiepte (diepte van de transducer onder de waterlijn). Wanneer het de voorkeur heeft om tijdens gewoon gebruik de diepte vanaf het wateroppervlak te meten is dat mogelijk door vanaf het gewone navigatiescherm tegelijkertijd op ENTER en DEEP te drukken. Dezelfde combinatie herhalen laat de Echosounder terugkeren naar de weergave van de diepte onder de kiel.

Te meten diepten

Samenvatting instellingenscherm

ILLUM + inschakelen = Instellingenmenu

ENTER = Meters of Voeten

ENTER + DEEP = Transducerdiepte of Kieldiepte

DEEP = Kielcorrectie + of Transducercorrectie +

SHALL = Kielcorrectie – of Transducercorrectie –

ILLUM = Bevestigen

Disclaimer

Het bovenstaande is zo nauwkeurig mogelijk beschreven maar wij geven geen garantie op een goede werking en weergave van de apparatuur. Daarom vrijwaren wij ons van alle vormen van aansprakelijkheid bij gebruik van bovenstaande uitleg.