Zeesleper Elbe (1959) L. Smit & Co

Gezien in de buitenhaven van Maassluis. Motorsleepboot Elbe, in de jaren zestig van de vorige eeuw behorende tot de sterkste sleepboten ter wereld. Ook het ontwerp was destijds modern en vooruitstrevend, met de gestroomlijnde accommodatie en het in de schoorsteen overlopende stuurhuis. L. Smit & Co’s Internationale Sleepdienst speelde in op de vraag naar sterke zeeslepers voor het transport over zee van droogdokken, baggermateriaal, de aardoliewinning en het slepen groter wordende zeeschepen.

L. Smits Internationale Sleepdienst & Co liet twee vierslag Smit MAN dieselmotoren met drukvulling installeren voor de aandrijving van de vierblad schroef. Achter deze enkele schroef met een diameter van 360 centimeter bevinden zich de dubbele roeren. Met haar 4000 Pk, in 1963 opgevoerd tot 4500 Pk door het toepassen van betere turboblowers en luchtkoelers behoorde de Elbe samen met het zusterschip Clyde (het huidige luxe jacht Seawolf) tot de sterkste zeeslepers van de wereld. Het vermogen van de Elbe en de Clyde kwamen overeen met dat van de Zwarte Zee (III) uit 1933, destijds de sterkste zeesleper ter wereld. Zwarte Zee (IV) uit 1963 had daarop ruimschoots het dubbele machinevermogen, namelijk 9000 Pk.

Zeesleper Elbe
De gerestaureerde zeesleper Elbe in de buitenhaven van Maassluis

ms Richard Kaselowsky, droogdok RDM

Toonzettend is de sleepreis geweest van de in 1953 gebouwde Duitse tanker Richard Kaselowsky. Welke in 1959 te maken kreeg met een gebroken krukas op de Atlantische Oceaan. Vanuit het station Fayal op de Azoren voer de Elbe het stuurloze schip tegemoet en sleepte het naar Hamburg. Ook het verslepen van het droogdok van de Britse Admiraliteit van Portsmouth naar de Rotterdamse Droogdok Maatschappij – samen met de zeeslepers Tasman Zee en de Schelde – baarde opzien. Dit dok met een draagvermogen van 85.000 ton had genoeg capaciteit om schepen als de ss Nieuw Amsterdam en ss Rotterdam, de vlaggenschepen van de Holland Amerika Lijn droog te zetten voor onderhoud en reparatie.

Sleepboot, loodsboot, actieschip

Na in 1976 afgevoerd te zijn van de vloot van Smit Internationale, zeeslepers als de Smit Rotterdam, Smit London, Smit Houston en Smit New York maar ook de Noordzee, Rode Zee en Poolzee overtroffen de Elbe qua vermogen verre heeft de Elbe na een ingrijpende verbouwing dienst gedaan als Amerikaanse loodsboot met de naam Maryland. Waarbij het achterdek vrijwel geheel werd overdekt. Na het varen als loodsboot ging het schip over in beheer van de organisatie Greenpeace om dienst te doen als actiechip. Thans is de Elbe in vrijwel originele staat teruggebracht tot zijnde een varend museumschip met als thuishaven Maassluis.

Zeesleper Elbe
Museumschip Elbe in de buitenhaven van Maassluis

Technische gegevens

Zeesleper Elbe is in de vaart gekomen in 1959
voor rekening L. Smit & Co’s internationale sleepdienst
Zusterschip van de Elbe was de Clyde, de tegenwoordige Seawolf.

Scheepswerf: J. & K. Smit’s Scheepswerven NV te Kinderdijk
bouwnummer: 867
Kiellegging: april 1958
Tewaterlating: 14 oktober 1958
In de vaart genomen: 24 februari 1959

Lengte over alles: 59,20 meter
Breedte over alles: 11,20 meter
Diepgang: 4,80 meter
Bruto Registerton: 657 m³

Machinevermogen: 4.000 Pk (oorspronkelijk)
2x Smit M.A.N. type RB666

Huidig vermogen: 2 maal 1720 Pk
bij 275 omwentelingen/ minuut
Kruissnelheid: 10 Knopen

Hulpmotoren
3x Caterpillar 3406

1 schroef 3,60m diameter
2 roeren

1959-1976 – zeesleper Elbe
1976-1985 – loodsboot Maryland, USA
1985-2001 – ms Greenpeace, actieschip
2001-heden – varend museumschip Elbe

Buitenhaven Maassluis
De Buitenhaven van Maassluis met een tweetal historische schepen, de Elbe van 1959 en de Rigel van 1947