Loodsen, gidsen op het water

Loodsen zijn gidsen op het water die de kapiteins en stuurlieden van schepen terzijde staan met hun lokale kennis van het vaarwater. De benaming ‘loods’ is mogelijk afkomstig van de oud-Nederlandse woorden ‘leydtsager, leydsager, leitsager en leitsagher’ waarin de begrippen ‘leiden’ en ‘zeggen’ hoorbaar zijn. Maar ook een herleiding naar het woord ‘loden’ is denkbaar, meer nog naar het ‘peillood’, een loden gewicht waarmee de waterdiepte wordt gepeild. Een andere verwantschap is die naar een ‘peddel’ en het werkwoord ‘peddelen’. Primitieve scheepsroeren zagen eruit als een ‘peddel’, een benaming afkomstig van het oud-Griekse pḗdon en daaraan verwant pēdōtḗs: ’roerganger’ of ‘stuurman’. In Engels- en Spaanstalige landen wordt het woord ‘pilot’ of ‘pilotos’ gebruikt, maar ook in het Nederlands taalgebied wordt het Engelse woord ‘pilot’ gebruikt als opschrift voor loodsvaartuigen en als aanduiding van een loodsstation, zoals ‘Maas Pilot.’ Er zijn rivierloodsen, havenloodsen en zeeloodsen, ieder met hun specifieke kennis van het vaarwater en de te volgen procedures. Loodsen M/V worden aan boord van schepen gebracht door loodstenders, of door middel van loodsjollen vanaf een groter loodsvaartuig. Ook met een helikopter is een mogelijkheid. In omgekeerde volgorde worden loodsen ook van schepen opgehaald. Daarbij kan er sprake zijn van beloodsing op afstand door middel van radiocontact en navigatiemiddelen als RADAR, GPS en AIS.

Loodsboot Rigel met op de voorgrond de loodsjol

Bepalingen ter voorkoming van Aanvaringen op Zee

Voorschrift 29: Loodsvaartuigen

a) Een vaartuig bezig met de uitoefening van de loodsdienst dient te tonen:

i) aan of nabij de top van de mast twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste wit en het onderste rood;
ii) wanneer het varende is, tevens zijlichten en een heklicht;
iii) wanneer het ten anker ligt, behalve de lichten, voorgeschreven onder i), tevens het licht, de lichten of het dagmerk, voorgeschreven in Voorschrift 30 voor ten anker liggende vaartuigen.

b) Een loodsvaartuig dat niet bezig is met de uitoefening van de loodsdienst dient de licht en of dagmerken te tonen, voorgeschreven voor een vaartuig van zijn soort en lengte.

Geheugensteuntje …

Over het onthouden van de navigatieverlichting van een loodsvaartuig, was het nu een wit licht boven een rood of andersom, rood boven wit? Het geheugensteuntje: ‘Een witte pet boven een rode neus.’

Internationale seinvlaggen

Internationale seinvlaggen G en H en hun betekenis

Loodsboot Rigel, zusterschip van Algol en Deneb

Loodsboot Rigel aan het havenhoofd van Maassluis
Loodsboot Rigel met het oorspronkelijke stuurhuis
In de buitenhaven van Maassluis liggende loodsboot Rigel in volle glorie met de Nederlandse driekleur op het achterschip

Technische gegevens

Gebouwd door Scheepswerf Arnhemse Stoomsleephelling Bouwjaar 1939 kiellegging als ‘Groenlandtrawler’ in 1942 door de bezetter gevorderd om dienst te doen als luchtafweerschip in 1947 door L. Smit Kinderdijk afgebouwd tot loodsvaartuig op 14 oktober 1948 in dienst genomen door Ministerie van Defensie/Loodswezen Radioroepnaam PC 8126

Afmetingen volgens oorspronkelijk bestek

Lengte Over Alles 46,80 meter
Lengte tussen de Loodlijnen 38,75 meter
Breedte Over Alles 8,00 meter
Holte tot Bovendek 3,89 meter
Holte tot Tentdek 5,87 meter
Gemiddelde Diepgang 3,40 meter
Waterverplaatsing 545 m3 / BRT 495 ton
Maximum snelheid 11,75 Knopen

Voortstuwing

Oorspronkelijke hoofdmotor Smit Man 6 cilinder 4takt 700 apk
Huidige Hoofdmotor Bolnes 7 DNL 735 apk
Schelde verstelbare schroef
Twee generatoren Werkspoor 125 apk
Hydrauliek voor ankerlier, kaapstander en jollenkranen
Aantal kooien: 53

Loodsboot Castor

Traditiegetrouw worden Nederlandse loodsboten vernoemd naar sterren van het firmament. Zoals ook de voormalige loodsboot Castor, met gevoel voor maritieme historie bewaard en onderhouden,  zichtbaar op de foto. Zonder het karakter van het schip tekort toedoen krijgt de Castor oorspronkelijke kleuren en elementen terug die herinneren aan haar varen onder de vlag van het ministerie van defensie, maar dan wel met een eigen stijl: de zwarte romp met witte patrijspoortranden en deklijn is gewijzigd in een witte romp met crème deklijn. De glanzend zwarte schoorsteen heeft ook een stijlvol motief in glanzend zwart met nautisch crème gekregen, en dat staat haar goed! Gaandeweg staat er het vast wel onklaar gemaakte luchtafweergeschut op het voor- en achterschip, en zijn er de teakhouten dekkisten die het schip de stijl van voorheen terug hebben gegeven na een intensieve restauratie.

De Castor is gebouwd door Scheepswerf Gebroeders Pot te Bolnes en in 1950 opgeleverd aan de Koninklijke Marine is gebouwd naar een ontwerp uit 1946. In de periode van 1950 tot 1980 heeft zij dienst gedaan als loodsboot op de ‘kruispost’ bij de Wester Eems-boei op de rede van Delfzijl: met als taak het halen en brengen van loodsen van en naar uitgaande en binnenvarende zeeschepen.

Tevens werd de Castor, gelijk de andere Nederlandse loodsboten, paraat gehouden om direct binnen NAVO-verband als communicatievaartuig ingezet te worden ten tijden van de Koude Oorlog, bijvoorbeeld bij het begeleiden van konvooien op Atlantische routes. De verklaring voor het aanwezige luchtafweergeschut en de opmerkelijke masten waarvan de verstaging fungeerde als antenne.

Daarbij waren loodsvaartuigen ook bestemd om dienst te kunnen doen als evacuatieschepen, om bijvoorbeeld leden van het Koninklijk Huis en de regeringen van Nederland of van bevriende landen in veiligheid te brengen. De bunkers (brandstofvoorraad) en drinkwatertanks waren voldoende om non-stop de Atlantische Oceaan over te steken of om naar Zuid-Afrika te varen.

Wat de geschiedenis van de Castor betreft: na de demilitarisatie van de Castor heeft het schip van 1987 tot 1999 gevaren als Kerkschip onder de naam ‘Redeemer’ (Engels voor ‘Verlosser’) met de intentie om naar Vietnamese wateren te gaan, naar de Gele Zee. Deze zendingsreizen kregen gestalte door vanuit Malta evangelisch missiewerk te verrichten voor Turkije, Griekenland en Albanië.

Inmiddels is het schip dusdanig gerestaureerd dat er sprake is van een varend museumschip met een monumentaal karakter, met als thuishaven Rotterdam, dicht bij de plaats waar de kiel van de Castor is gelegd. De Castor heeft meerdere zusterschepen gehad, waaronder de Pollux, niet te verwarren met het huidige en vele malen modernere loodsvaartuig Pollux. Castor en Pollux maken beiden deel uit van het sterrenbeeld Tweelingen, aan het firmament vlak bij elkaar.

Voormalige loodsboot Castor anex communicatievaartuig A810
Klik op foto om de Smit Man R556N11 6 cilinder 4-takt hoofdmotor te zien en horen lopen

Technische gegevens

Loodsboot CASTOR
Radioroepsein PAHQ
Gebouwd N.V. Scheepsbouwwerf Gebr. Pot, Bolnes
Bouwjaar 1950
Bouwnummer 916
Tonnenmaat 439 Grt
Lengte over alles 45.87 meter
Breedte over alles 8.43 meter
Diepgang 3.39 meter
Holte 5.86 meter
Motor MAN R556N11 6 cilinder
direct omkeerbare viertakt diesel
Cilinderdiameter 365 mm
Cilinderslag 550 mm
Machinevermogen 478 kW bij 300 omw/min
Kruissnelheid 12 knoop

1950 t/m 1984 Ministerie van Defensie / Loodswezen
26 september 1983 uit dienst

Zusterschepen van ms Castor

Antares (verstelbare schroef), Betelgeuze, Bellatrix, Pollux, Procyon, Sirius

Loodsboot Procyon

N.V. Boele’s Scheepswerven & Machinefabriek, Bolnes
Bouwnummer 934
Roepsein PAHJ
Kiellegging 19 januari 1950
Tewaterlating 9 december 1950
Proefvaart 26 juli 1951 proefvaart
Tonnenmaar 440 BRT
Motorvermogen 650 EPK/469 kW
M.A.N. R556N11, J. & K. Smit’s Scheepswerven Kinderdijk
Opgeleverd aan Ministerie van Defensie / Loodswezen 1951
Gestationeerd te Hoek van Holland
Uit dienst 16 februari 1976

Loodsboot Sirius

N.V. Boele’s Scheepswerven & Machinefabriek, Bolnes
Bouwjaar 1950
Roepsein PHNA
Lengte over alles 46 meter
Breedte over alles 8,43 meter
Diepgang 3,01 meter
Tonnenmaat 440 Brt
Kruissnelheid 9 Knopen
Maximum snelheid 13 Knopen
Aantal kooien 32
Voortstuwing Smit MAN 6 cylinder 650 Pk / 448,7 KW

Loodsvaartuigen S-Klasse, Spica, Altair en Capella

Loodsvaartuig Spica afgemeerd in Maassluis, daarachter loodsboot Rigel. De S-klasse loodsvaartuigen hadden bij de nieuwbouw vier houten loodsjollen.

Loodsvaartuigen M-Klasse, Mirfak, Markab of Menkar

Een foto uit de oude doos, loodsvaartuig Mirfak op de rede van Hoek van Holland. Zusterschepen van de Mirfak waren de Menkar en de Markab. Tegenwoordig varen deze schepen onder een Afrikaanse vlag en worden zij volgens de laatste berichten ingezet als logementschip en ingezet tegen piraterij op zee. Hun oorspronkelijke taak onder Nederlandse vlag is het beloodsen van zeeschepen voor de Nederlandse zeegaten zoals de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg. Ook voor de IJmond en de Eemsmond lagen in het verleden vergelijkbare zeegaande loodsvaartuigen.

Loodsboot Mirfak met het logo ‘Loodswezen Nederland BV’ in de schoorsteen. Het Nederlandse wapen met de wapenspreuk ‘Je maintiendrai’ (Ik zal handhaven) dat zich aan de voorzijde van het stuurhuis bevond is na de privatisering van het Loodswezen verwijderd
Één van de drie dieselgeneratoren van LVT Mirfak. Klik op foto om een Stork Werkspoor DRo 216 K te zien en horen lopen

Houten loodsjol

Teakhouten loodsjol aan boord van LVT Mirfak op de rede van Vlissingen. De blankgelakte houten jollen hadden een paar verschillen met de gele polyester jollen: het middendek was vlakker en had geen hoog motorluik. De spatschermen voor de stuurstand waren wat afgeschuind. Let ook op de stalen bolder op het teakhouten voordekje, bij de polyester jollen was ook de bolder gelamineerd in het casco
Teakhouten loodsjol
Teakhouten loodsjol aan boord van loodsvaartuig Mirfak op kruispost van de Steenbank, Scheldemond

Loodsvaartuig Mirfak

Werf A.Vuijk & Zonen’s Scheepswerf N.V,
Capelle aan den IJssel
Bouwnummer 878
Kiellegging 22 juli 1976
Tewaterlating 4 december 1976
Proefvaart: 16 april 1977
Opgeleverd 9 mei 1977

Loodsvaartuig Menkar

Werf A.Vuijk & Zonen’s Scheepswerf N.V,
Capelle aan den IJssel
Bouwnummer 879
Kiellegging 1976
Tewaterlating 1977
In dienst oktober 1977

Loodsvaartuig Markab

Werf A.Vuijk & Zonen’s Scheepswerf N.V,
Capelle aan den IJssel
Bouwnummer 880
Kiellegging 3 juni 1977
Tewaterlating 14 oktober 1977
In dienst 3 augustus 1978

Technische gegevens M-klasse Loodsvaartuigen

Lengte Over Alles 59,0 meter
Lengte tussen de loodlijnen 55,73 meter
Breedte Over Alles 10,69 meter
Holte 5,72 meter
Diepgang 3,71 meter
Tonnenmaat 871 bruto, 261 netto
Bunkercapaciteit 78,83 m³
Voortstuwing en vermogen Diesel Elektrisch
3x StorkWerkspoor type DRO 216K 6 cilinder 4-takt dieselgeneratoren 750 omwentelingen per minuut Hoofd Elektro Motor 1.060 kW 250 omwentelingen per minuut Vaart 13 knopen

Technische gegevens Stork Werkspoor Diesel DRo216K

Viertakt dieselmotor met en zonder turbodrukvulling
Indirecte inspuiting met Ricardo wervelkamers
Boring 210 mm
Slag 300 mm
Gemiddelde zuigersnelheid bij 900 omw/min 9 meter/seconde
Effectieve druk 13 bar bij 750 omw/min
Compressieverhouding 1:14,7
Slagvolume 10,4 Liter
Ontwerp toerental 720-900 omw/min
Effectief vermogen per cilinder
DRo 210 K 85 Kw (115 Pk)/cilinder
DRo 210 70 Kw (95 Pk)/cilinder
Dr 210 47 Kw (64 Pk)/cilinder

Technische gegevens Dieselelektrische voort- en dwarsstuwing

3 Gelijkstroom Generatoren Smit (Holec) 380 kW
aangedreven door SWD DRo 216 K
3 Draaistroom Generatoren Heemaf 380 Volt 50 Hz 180 kW
aangedreven door SWD DRo 216 K 1
Draaistroom generator Heemaf 380 V, 50 Hz, 83 kW 1.500 omw/min
aangedreven door DAF DU 825 diesel 90 kW 1.500 omw/min
Hoofd Elektro Motor HEM Smit (Holec) 1.060 kW bij 250 omw/min Lips propeller
Boegschroef BS motor Smit (Holec) 304 kW bij 1.200 omw/min Lips propeller