Mei 2019

Lelystad

In een week tijd zijn er meerdere plekken aan het IJsselmeer aan te doen vanuit Lelystad. Zeker wanneer de wind- en weersomstandigheden gunstig zijn en zeildagen van rond de zes of meer uren worden gedaan. Bij minder intensief varen met dagen in een haven doorgebracht krijgt een rondje IJsselmeer een ander beeld, drie of vier bezochte plaatsen op bezeilde routes. Het onderstaande verslag geeft daar een beeld van, vertrokken uit Lelystad en dan via Urk, Enkhuizen en Stavoren weer terug naar Lelystad. Met ‘havendagen’ in Noord-Holland en Friesland.

Urk

En toen lagen we in Urk. Was eigenlijk niet bedoeling, we hadden Enkhuizen in gedachten. Om vanaf het Commissarislicht aan de wind naar de oostelijke uitloper van het Enkhuizerzand te zeilen, en dan met de noordoosten wind ruimschoots naar Enkhuizen. Maar de wind  bleek vanmiddag variabel in windkracht en windrichting. Deed zelfs even zuidwest om daarna geheel stil te vallen. Waarmee Urk het meest dichtbij en redelijk bezeild lag, al heeft ook de motor even geholpen om vooruit te komen. Het aardige van Urk is dat er nog altijd de bedrijvigheid, sfeer en geur hangt van een zeehaven. Ondanks dat de haven grotendeels haar functie als visserijhaven heeft ingeleverd zijn er nog altijd havenkranen en scheepshellingen voor zeeschepen van beperkte omvang. Een aardige afwisseling in de reeks watersportcentra met luxe en comfort.

Urk gezien bij het aanlopen van de haven. Opmerkelijk zijn de windmolens die boven het voormalige eiland in de Zuiderzee uitsteken. Alsof deze ergens midden in het centrum staan, maar niets is minder waar, de rij windmolens staan langs de dijk van Urk naar Lemmer. Drie rijen dik.
Binnenlopen van de haven van Urk.
Binnenlopen van de haven van Urk, waar de visserij grotendeels plaats heeft gemaakt voor werkschepen ingezet voor de bouw en het onderhoud van windmolenparken in en aan het IJsselmeer.
In de oorspronkelijke visserijhaven van Urk vinden we nu drijvende steigers voor pleziervaartuigen.
Bedrijvigheid op Urk met hijskranen en scheepshellingen.
Ligplaats waar voorheen IJsselmeervissers en Noordzeekotters lagen.
Mooie drijvende steigers in Urk waar we een geriefelijke ligplaats vinden met walstroom en vers drinkwater.

Enkhuizen

Na een heerlijke zeildag afgemeerd in een rustige Buitenhaven van Enkhuizen.

Naar Enkhuizen gezeild, zoals het gisteren de bedoeling was. Maar zo hadden we ook voor vandaag een andere bestemming, de koers was uitgezet van Urk naar Stavoren. De wind noordoost, dus dat zou betekenen een lang rak halve wind over bakboord, langs de Rotterdamse Hoek en het Vrouwenzand. Nu was de wind net als gisteren al variabel, waarmee we soms wat meer noordelijk koersten. Tot een duidelijke richtingverandering van de wind, die kromp van noordoost naar noordwest, met een dikke 4 Beaufort. Aan de wind zetten we door, tot het moment dat er eigenlijk een reef nodig zou zijn in het grootzeil om nog comfortabel rechtop te zeilen over het knobbelige zeetje. De GPS duidde aan dat we precies halverwege Enkhuizen en Stavoren zeilden, met dat verschil dat Stavoren recht in de wind lag en dus kruisend bereikt moest worden, en Enkhuizen op een comfortabele ruime koers. We hebben geen ander doel dan het gezellig hebben, dus was het besluit snel genomen. Met af en toe 6 Knopen over de grond onder vol grootzeil en de kleine fok stoven we op Enkhuizen af, een bruisende snor voor de boeg, ondertussen de oefeningen van ZMS Urania gadeslaande. Ongeveer gelijktijdig kwamen we in Enkhuizen aan.

Hoogzomer ligt de Buitenhaven van Enkhuizen altijd vol, nu halverwege mei is het er heerlijk rustig.
Buitenhaven Enkhuizen

Stavoren

Havenkantoor van de Marina Stavoren
Marina Stavoren heeft een binnen- en een buitenhaven, beide met goede ligplaatsen, elektra, WiFi en water op de steiger

Vandaag van Enkhuizen naar Stavoren gezeild op een aan de windse koers bij een noordoosten wind 4 Beaufort. Vanwege de te verwachtte windvlagen de kleine fok en een reef in het grootzeil, waarmee het alleen in vlagen net nog wat teveel zeil bleek, vooral bij het scherp aan de wind zeilen op het laatste rak, voorbij het Vrouwenzand richting de ingang van de Johan Friso sluizen en het Hoogland gemaal. Maar voor het merendeel van het traject behielden we een vaarsnelheid van rond de 5 Knopen op het log, en liepen we wat grotere jachten voorbij. Prima voor onze 26 voeter! Met het aantrekken van de achterstag werd er ook winst behaald, vlakker zeilen en meer vaart en roerdruk. Dat is wel een dingetje, met de kleine fok en één reef ligt het scheepje aan de wind zo goed als neutraal op het roer. Een beetje meer loefgierig zou wel mogen. Vaart in de boot geeft net wat meer roerdruk. Niet helemaal zonnig, wij hielden het droog maar voor en achter ons zagen we wel de buien vallen, al deed de zon haar best om door te breken. Al met al een prima zeildag, waarna een kop koffie en een gevulde koek.

Botenlift met mastenkraan en bunkerstation Marina Stavoren

Stavoren, Johan Frisosluis

Landschap en duurzaamheid staan bij provincie Fryslân hoog in het vaandel. De nieuwe Johan Frisosluis bij Stavoren is daar een mooi voorbeeld: anders dan gebruikelijk in de weg- en waterbouw bestaat de zuidelijke schutkolk van de Johan Frisosluis niet uit een vierkante bak met betonnen wanden, maar is de sluis ingericht met glooiende oevers voorzien van rietkragen. Zonnepanelen met een oppervlakte van 150 vierkante meter voorzien in de energiebehoefte van de sluis om de sluisdeuren, de basculebrug en de verlichting te bedienen. De sluis werkt daarmee energieneutraal en kan worden gerekend tot de duurzaamste kunstwerken van Nederland. De zuidelijke sluiskolk van het complex heeft een lengte van 65 meter met een smalste doorvaartbreedte van 7 meter. Op het breedst meet de kolk met schuine zijden 18 meter, bij een variabele diepgang van 2,60 tot 3 meter. Maar ook de noordelijke schutkolk kan worden gebruikt om te schutten van het IJsselmeer naar het Friese land of omgekeerd.

Johan Friso Sluizen Gelegen in de IJsselmeerdijk bij Stavoren tussen het IJsselmeer en het Johan Frisokanaal
De zuidelijke sluiskolk van de Johan Friso Sluizen, deze is natuurlijk aangelegd met zachte groene oevers achter het remmingswerk.
Bedieningstoren van de Johan Friso Sluizen met op het dak zonnepanelen voor de energievoorziening van het sluizencomplex en daaronder een bezoekers- en documentatiecentrum.
De noordelijke en eerst aangelegde schutkolk van de Johan Friso Sluizen.

Stavoren, J.L. Hooglandgemaal

Het J.L. Hooglandgemaal bij Stavoren is, zeker wanneer je vanaf het IJsselmeer uit zuidwestelijke richting komt, duidelijk herkenbaar aan het naar beneden gebogen dak. Feitelijk is het Hooglandgemaal bij Stavoren de vervanger van het Ir. D.F. Woudagemaal bij Lemmer. Tot 1966 was dit stoomgemaal het belangrijkste gemaal om de Friese boezemwateren en weilanden op peil en droog te houden, naast het spuien door middel van spuisluizen mogelijk bij lage waterstanden in de Waddenzee en het IJsselmeer, maar na de ingebruikneming van het elektrische gemaal bij Stavoren wordt het gemaal bij Lemmer alleen ingezet wanneer hoge waterstanden in het Friese land daar aanleiding toe geven. Het Hooglandgemaal is dan ook sinds 1966 het hoofdgemaal, vanwege haar capaciteit van 7200 kubieke meter per minuut, anders gezegd 120 kubieke meter per seconde die de vier waaierpompen aankunnen, en vanwege de snelle inzetbaarheid. Daar waar het Wouda stoomgemaal een opstarttijd nodig heeft van een aanzienlijk dagdeel, daar is het elektrische gemaal aan het werk met een druk op de knop. Alhoewel het gemaal niet toegankelijk is voor publiek geven de grote ramen wel ruim zicht op de elektromotoren en de vier waaierpompen. En is het stromen van het water zichtbaar door de kanalen aan de IJsselmeerzijde, water afkomstig uit het Johan Frisokanaal landinwaarts.

De uitlaatkanalen van het Hoogland Gemaal bij Stavoren
Één van de vier elektrisch aangedreven pompen van het J.L.  Hoogland Gemaal bij Stavoren, welke het overtollige boezemwater naar het IJsselmeer pompen.
Het J.L. Hoogland Gemaal te Stavoren, vanaf het IJsselmeer duidelijk herkenbaar aan het gebogen dak.

Stavoren, Oude Haven

Een rustige Oude Haven van Stavoren, aangewezen plek voor de Bruine Vloot.
Staverse viskotters in de Oude Haven van Stavoren.

Het Vrouwtje van Stavoren

Komt vrienden, hoort een lied
dat ik duidelijk zal verklaren,
wat eenmaal is geschied
voor meer dan duizend jaren.
Toen oud en grijs Stavoren
nog bloeide op Frieslands grond
en van zijn macht deed horen
door heel het wereldrond.

Daar in die rijke stad
die jaarlijks duizend schepen
haar havens in zag slepen
belaân met s’werelds schat,
daar leefde in roem en eer
een rijke weduwvrouw
wier voorbeeld steeds ons leven
is hoe hoogmoed brengt in rouw.

Geen koper, neen, maar goud,
zo sprak zij ‘Zie mijn woning!’
en ‘t huis voor haar gebouwd
scheen ‘t woonhuis van een koning.
‘t Was al wat de ogen zagen
vol vorstelijke praal;
behoeft men meer te vragen?
De stoep was van metaal.

De leuning was zeer schoon,
uit louter goud gedreven.
De deurknop scheen een kroon
met parelen omgeven.
En brede zilveren platen,
geklonken aan de grond,
bedekten al haar straten,
zover haar woning stond.

Daar treedt een zeekapitein
haar bij de haven tegen.
‘Wat’ sprak ze ‘zal het zijn?
Wat schoons hebt gij verkregen,
wat heerlijks brengt gij mede,
uit overzees gebied?
Uw schip ligt op de rede,
maar hoe, gij antwoord niet!’

‘k Heb immer u gelast
het kostelijkst in te laden
wat rondom de Oostzee wast
en ‘t oog hier kan verzaden.
Wie zich aan prijs mocht storen,
‘k vraag nimmer naar het geld;
de weduwe van Stavoren
zij niet teleurgesteld.’

‘k Bracht tarwe naar de zin
als ‘t edelst wat wij vonden.
Aan stuurboord kwam het in
zoveel wij laden konden.
‘Hoe’ – gilt zij zonder zinnen,
‘Hoe!’ Tarwe? Lage guit!
Bracht gij ze aan stuurboord binnen,
zo werp ze aan bakboord uit!’

Helaas, het heerlijk graan
werd in de vloed geworpen.
Een grijsaard zag het aan
uit één der naaste dorpen.
‘Beef’ sprak hij, ‘beef o vrouwe,
wellicht lijdt ge eens gebrek.
Dat nooit dit stuk u rouwe.
‘Zwijg!’ sprak ze, ‘grijze gek!’

Zij lachte en greep haar ring,
en wierp met luid geschater,
terwijl zij henen ging,
die ring in’t woelig water.
‘Kijk’ riep ze, ‘dwaze kerel,
eer geeft de zee weerom
deze ring en parel,
eer ik tot armoe kom’.

Het duurde een dag of acht,
toen werd op haar verlangen,
een grote vis gebracht,
zojuist in zee gevangen.
Maar sidderend zonk ze neder,
want reeds bij de eerste snee
vond zij de ring toen weder,
geworpen in de zee.

Daar treedt een dienstknecht binnen,
‘Uw schepen zijn verloren,
de zee zwolg alles in.
Gods wraak rust op Stavoren!’
Een andere knecht snelt binnen,
en bood een brief haar aan.
‘God’ gilt ze, woest van zinnen,
‘mijn glorie is gedaan!’

Beroofd van goed en geld
veracht van die haar kenden
werd ze als de oudheid meldt,
een prooi van alle ellende.
Nog doet de nazaat horen
de hovaardij tot les:
‘Het vrouwtje van Stavoren,
ze stierf als bedelares.’

IJsselmeerzeilen

Langdurige wind uit het noorden kracht 4 Beaufort. De wind waarop we rekenden bij het naar huis zeilen van Stavoren naar Lelystad. Vanmorgen bij het opstaan gierde de wind al door de lucht, maar dat is niet zo verbazingwekkend, met honderden masten zij aan zij. Wel bereidden we ons voor op een zeiltocht van een paar uur, het eerste uur ruimschoots over bakboord tot het Vaarwater langs de Friese Kust, dan zeker een uur of vier ruimschoots richting de oostelijke uitloper van het Enkhuizerzand, en dan weer twee uur ruimschoots over bakboord richting het Commissarislicht. Ter voorbereiding het grootzeil eenmaal gereefd en de kleine fok.

Ruimschoots zeilen over vlak water.

Het Vrouwenzand voorbij bleek de wind toch meer uit het Noordwesten te komen, waarop we besloten eerst over bakboord zuid te gaan varen, richting Enkhuizen om niet plat voor de wind te gaan zeilen. Dat is vermoeiend sturen en schiet ook niet op. Na anderhalf uur zo zeilen verlegden we de koers meer oostwaarts en zetten we de zeilen aan stuurboord. Twee uur later gijpten we opnieuw om weer zuidelijk te gaan koersen. Zo kruisten we ruimschoots de wind af richting Lelystad.

Na etenstijd, warme soep met droge crackers, werd het plots een stuk kouder. De wind- en waterdichte jassen komen voor de dag terwijl de zon zich achter ons werd in nevelen hult en zich voor ons stevige cumulus bewolking die hoog opbouwen. Voortekenen van onweer in de lucht. Meldpost IJsselmeergebied geeft over de marifoon een waarschuwing af voor NW 6, actuele wind voor ons gebied NW 5. We zien het aan de golven, we merken het aan de krachten op en de bewegingen van de boot. De stuurautomaat gaat eraf, we gaan sturen op de hand. Op zeker moment een ver maar langdurig gerommel vanuit de lucht, terwijl de wind aantrekt. Een kort moment van overleg wat te doen. Zuidwaarts zeilen zou ons richting schonere lucht brengen, maar wel rekening houdend met het Enkhuizerzand met ondiepten en verboden gebied. Trintelhaven aanlopen was er nog niet bij. We besluiten een tweede rif in het grootzeil te zetten en zo zuidelijk mogelijk te koersen, het onweersgebied mijdend. Een tweede onweersdonderslag volgt, duidelijk dichterbij maar nog altijd ver weg. Achter ons breekt de lucht open en komt er blauw tevoorschijn, dat stemt gerust. We rollen het voorzeil voor driekwart uit om zoveel mogelijk vaart te maken.

Geen tijd en gelegenheid voor foto’s maken …

Tegen de tijd dat we het Enkhuizerzand voorbij zijn trekt in een mum van tijd de lucht dicht, te omschrijven als ‘zeevlam’ bij een duidelijke NW 5 Beaufort. Op een zeker moment schatten we het zicht een halve Zeemijl, zo’n 900 meter. ‘Koers zuid’ weten we, dat is de koers die naar het Commissarislicht leidt. Voor ons een Deense kotter, die én wat sneller loopt dan wij én in de mist verdwijnt. De navigatieverlichting gaat aan, de uitkijk verscherpt zich ook voor eventuele binnenvaartschepen.

Opnieuw gerommel, dit keer niet van onweer maar van het autoverkeer op de dijk Enkhuizen-Lelystad. Na verloop van tijd zien we het autoverkeer over de dijk razen, en zeilen wij onder dubbel gereefd grootzeil en deels uitgerold voorzeil langs een voor anker liggende duwbak. Achter de dijk starten we de motor en draaien we de kop in de wind en strijken de zeilen. De navigatieverlichting gaat van ‘zeil’ naar ‘motor’ bij het oversteken van het vaarwater. Oppassen voor gaande en komende binnenvaart, die zich op dat moment niet laat zien. Terwijl de wind stevig aan is gewakkerd klaart de lucht wat op en meren we af op onze eigen ligplaats, geholpen door de luwte van andere jachten meren we vlekkeloos en feilloos af.

Zeiljacht Norna Biron, het schip dat we gedurende een aantal weken gevolgd hebben tijdens haar ophaalreis vanuit de Griekse wateren. Op dezelfde dag als de Norna Biron liepen ook wij weer binnen. Zij het een paar uur later.

Spannende momenten vanwege de onweersdreiging en de ‘zeevlam’.  Die we ontlopen zouden hebben door gisterenmiddag – en avond de oversteek te maken. Of door vandaag over de Friese Meren naar Lemmer te zeilen en dan morgen langs de Rotterdamse Hoek zuidwaarts. Maar zo is het niet gegaan. Een stevige zeiltocht staat er nu in het logboek geschreven en in ons geheugen gegrift. Tegenover ons ligt de Norna Biron van zeezeiler Joost. Vandaag aangekomen vanuit Griekenland na een zeiltocht van vier weken. Respect!

Trintelhaven

Checkpoint Charlie bij de werkhaven Trintelhaven.

Een opmerkelijke haven halverwege de dijk van Lelystad naar Enkhuizen. Aangelegd als werkhaven met het oog op de inpoldering van het Markermeer waar het vooralsnog niet volledig van is gekomen. Maar er zijn wel ontwikkelingen: de aanleg van de Markerwadden en de aanleg van stranden zowel aan de noord- als de zuidzijde van de IJsselmeerdijk, waarbij Trintelhaven wederom als werkhaven in gebruik is. Voor ons als pleziervaarders hebben wij Trintelhaven in gedachten als aardige bestemming op een uur zeilen afstand, om een ijsje of een patatje te gaan eten. Maar ook als vluchthaven onderweg, beschutting zoekende halverwege Urk, Lelystad, Enkhuizen.

Trintelhaven
Trintelhaven is duidelijk weer in gebruik als werkhaven.

Vandaag hebben wij er een klein uur gelegen voor een kop soep en een cracker met kaas. Even de benen strekken en een praatje met de ijsboer. Voor meer kun je terecht bij Checkpoint Charlie, een gezellig restaurant midden in zee. Met ruime wind 4 Beaufort zeilden wij erheen, met één reef in het grootzeil aan de wind weer terug richting het Commissarislicht. Met alle nieuwe Seldén blokken aan de grootschoot en neerhouder. Een hele verbetering in vergelijk met de oude Nemo-blokken! Alles loopt een stuk soepeler dan voorheen. Blij ook met de giekneerhouder die van 1:4 naar 1:8 is gegaan. Een wereld van verschil!

Achter de bomen van Trintelhaven lig je met een zuidwesten wind geheel beschut.

Nogmaals Urk aangedaan

Haven van Urk

Urk in avondlicht

Twee mooie plaatjes van Urk bij een ondergaande zon. Bij een noordwesten wind kracht 4 Beaufort zijn we naar Urk gezeild. Bij het binnenlopen zagen we een houten kotter de haven van Urk verlaten, dit scheepje hadden we eerder deze zomer al gezien ergens in Friesland. Dat er nog veel aan te doen was hadden we toen ook al opgemerkt.  Een uur nadat wij binnen waren gelopen hoorden we het nodige marifoonverkeer, over een gezonken schip voor Urk, man en hond gered en aan boord genomen van het binnenvaartschip ‘Prinsengracht’, de schipper stond inmiddels onder de douche aan boord van de cementtanker, en de hond rende ook alweer over dek dus die maakte het goed. De gealarmeerde reddingboot van Urk de ‘Kapiteins Hazewinkel’ van de KNRM is eropuit gegaan om hond en drenkeling naar de wal te brengen. Knap werk van de voorbijvarende binnenschipper die de twee uit het water van het IJsselmeer heeft gevist. Naar we uit de media hebben vernomen is het houten schip dezelfde avond nog gelicht.

Urk in het avondlicht
Urk in het avondlicht

De volgende dag een windstil IJsselmeer, we bevinden ons in een groot hogedrukgebied. Varende op de motor zetten we koers naar Enkhuizen, waar we een ligplaats vinden in de Buitenhaven.

De volgende dag verlaten we Urk, het is zo goed als windstil.

Laaxum aangedaan

Haven van Laaxum
Haven van Laaxum met de vissersboot van Jan en Joop.

Niet met de boot al zou dat best wel leuk zijn, maar met de auto na een flinke wandeling rondom Nijemirdum. Wat is het daar mooi! Vergelijkbaar met de Veluwe en met de Achterhoek maar dan met meer Loofbomen. Prachtige koeien op het voetpad, een glooiend landschap met een verscholen waterplas waar Libelles huizen, ruiterpaden, wandelwegen, karrensporen, een pannenkoek met brie, walnoten en honing en een appelpannenkoek met kaneel. En daarna dus naar Laaxum, gelegen op een uiterste hoek van Zuidwest Friesland aan het IJsselmeer achter het ondiepe Vrouwenzand. Je zult plaatselijk bekend moeten zijn met de waterdiepte om er over het water te komen, maar Jan en Joop weten er raad mee, hebben we gelezen, vissen vanuit het haventje nog altijd op paling. En het is dat we al van een pannenkoek hadden genoten, anders waren we vast neergestreken in de lokale vis en frietgelegenheid aan de haven van Laaxum …

Haven van Laaxum met het de vissersboot waarmee Jan en Joop de Vries IJsselmeerpaling vissen.
Sluit Menu