No Bullshit, Just Sailing

NASA Clipper windinstrument

Jarenlang hebben wij gezeild op een windvaan in de mast, de alom bekende en geprezen ‘Windex’. Waar weinig aan stuk kan gaan. Ja, vogels zoals kraaien kunnen in het plastic gaan bijten. Spinnen kunnen een web maken tussen de windvaan en bijvoorbeeld de antenne. Zon, zout, weer en wind verteren het plastic. Maar voor de rest onverwoestbaar. Weliswaar kun je aan een Windex wel zien vanwaar de wind waait, maar niet de windsnelheid aflezen. Daarvoor hebben we wel jarenlang een Duetta anemometer aan boord gehad, maar nauwelijks gebruikt. Een elektronische windmeter zou een aanwinst zijn, een display in de kuip om een blik op te werpen. Er waren verschillende redenen om op een ‘Windex’ te blijven zeilen. Maar inmiddels zijn we overstag. Door de aanschaf van een NASA Clipper windinstrument.

NASA Clipper Windmeter

Windstroom

Overtuigend de meest geschikte plaats voor de gever van windrichting en windsnelheid is ruim voor de top van de mast, en het liefst daarboven vrij van elementen die de windstroom kunnen beïnvloeden zoals verlichting en antennes. En vooral het effect van de zeilen, vergelijkbaar met de boeggolf stuwen ook mast en zeilen een windgolf vooruit. In principe is de gever van onze windmeter bedoeld voor montage nabij de top van de mast. Met bekabeling door de mast, dan met een dekdoorvoer naar onderdeks en vervolgens naar het display, de meest accurate windgegevens doorgevend. Desondanks gaan wij in dit stadium voor een andere optie, namelijk een korte mast aan het achterschip aan de hekstoel. Om praktische redenen.

Masttopunit

Een masttopunit is een gevoelig ding: dag en uur blootgesteld aan weer en wind, droge en natte en zoute lucht, een plek waar spinnen huizen en vogels insecten en soms plastic pikken. Een spinnenweb in combinatie met corrosie kan de zaak dagen stilzetten. Om te verhelpen zul je de mast in moeten of de hulp inroepen van een mastenkraan. Een ander iets is de dekdoorvoer: de bekabeling is bedoeld voor electronica, dun en kwetsbaar. Juist daar waar ander lijnwerk loopt. Daarbij is een dekdoorvoer gevoelig voor inwatering. Wij zijn gewoon om in de winter de mast van de boot af te (laten) halen. Opnieuw speelt de kwetsbaarheid een rol. Een andere optie is een draadloos systeem, dat bestaat. Maar daar los je niet alle problemen mee op. Bovendien bevindt zich dan in de top van de mast een batterij. Vroeg of laat uitgeput en aan vervanging toe.

No Bullshit, Just Sailing

Vandaar onze keuze voor een RVS steun van 150 centimeter achterop aan de hekstoel. Zodat we altijd zonder klimmen bij de windgever kunnen. Eventueel zelfs binnen kunnen opbergen wanneer we niet aan boord zijn. Dat gaat wel wat ver, maar het kan wel. Een nadeel is wel dat de windmeter zich lager boven het wateroppervlak bevindt, hoger waait de wind sneller, en in de afgebogen luchtstroom van de zeilen. Maar wij zijn toerzeilers die daar voorlopig mee kunnen leven. In navolging van Erik Aanderaa, een Noorse no nonsense zeezeiler die niet zeurt om een beetje wind maar gewoon gaat zeilen. Ook bij Erik Aanderaa een korte mast achterop zijn Contessa 35 waarmee hij weer of geen weer zeilt langs de Noorse kust, naar Jan Mayen, de Faeröers en naar IJsland. Ook bij hem de gever achter op een korte mast aan de hekstoel. NBJS, No Bullshit, Just Sailing. Geen Onzin, Gewoon Zeilen. Zo gaan wij het doen.

NASA windmeter aan de hekstoel

Geef een antwoord