Houtje Touwtje Navigatie, breedtegraad

Kwadrant als variant op de sextant om ‘Poolshoogte’ te nemen en daarmee de eigen breedte te bepalen door middel van hoogtemeting van de Polaris ofwel de Poolster

Maandblad ‘Zeilen’ van deze maand bevat een artikel over navigeren op open zee of de oceaan met zelf te maken alternatieven wanneer electronica en ander modern spul het af laten weten. Het artikel in het tijdschrift beschrijft een houten kwadrant waarmee op het noordelijk halfrond de ‘Poolshoogte’ gemeten kan worden ofwel de hoogte in booggraden van de Poolster boven de horizon van de waarnemer. En laat nu deze gemeten hoogte vrijwel overeenkomen met de breedtegraad waarop de waarnemer zich bevind. Leuk experiment! In een klein uurtje tijd een kwadrant gezaagd uit een plaat multiplex, een houten deurknop aan de achterzijde gelijmd voor houvast, een gaatje in diezelfde hoek geboord om het touwtje van het schietlood te doen, met een lus om de houten knop. Met wat likjes verf is er een verdeling in booggraden op de rand gezet, met daarbij de breedtegraden op globaal 66,5 graden de noordelijke- en de zuidelijke poolcirkels en de Kreefts- en Steenbokskeerkringen op globaal 23,5 graden noordelijk en zuidelijk van de evenaar. Voor de aardigheid ook maar de breedtegraden van 52,5 graden van Nederland en van 38,3 graden van de Azoren. Allemaal globaal natuurlijk, een graad op de houten rand van het kwadrant is vertaald naar de aardbol een afstand van 60 Zeemijlen ofwel zo’n 111,12 kilometer. Maar het is een mooie bevinding dat het werkt toen ik zojuist met het kwadrant buiten voor de deur poolshoogte heb genomen.

Klik op afbeelding voor de uitleg

Houtje Touwtje Navigatie, Drift

Een varend schip met zijdelingse wind is onderhevig aan afwaaien van de koers ofwel ‘drift’. Het varende schip drijft zijdelings weg ofwel ‘is op drift’. Bij een leeg binnenvaartschip bijvoorbeeld varende op een kanaal waar de wind dwars overheen waait is dat goed te zien; de schipper stuurt voortdurend op en het schip vaart als het ware schuin door het kanaal over een breed spoor. De schipper compenseert door opsturen het afwaaien, ofwel de drift.

Wanneer hetzelfde schip op open water een kompaskoers zou gaan varen wordt die drift zichtbaar in het kielzog of het schroefwater. Het schuimspoor van boeggolf, hekgolf en scheepsschroef gaat niet recht achteruit in het verlengde van de lijn tussen de stevens van het schip, maar wijkt af naar stuurboord of bakboord. Wanneer de schipper vanuit de kaart een koerslijn heeft opgemaakt en die op het kompas zou gaan varen zonder rekening te houden met het afwaaien ofwel de drift, dan komen schip en schipper niet goed uit.

De ‘drifthoek’ kan op het oog of op basis van ervaring opgemaakt worden, afhankelijk van windsterkte, windrichting ten opzichte van het vaartuig en de belading of windvang. Nauwkeuriger is de richting van een kanaal bepalen en die richting vergelijken met de kompaskoers die gevaren dient te worden om het kanaal te volgen. In vroeger tijden werd de drift ook wel gemeten met een drifthoekmeter, een gradenboog waarover een dun touwtje werd gelegd dat achter het schip in het kielzog werd neergelaten. Op de drifthoekmeter werd het aantal graden in booggraden afgemeten, het aantal graden dat de roerganger meer of minder moest sturen om op de berekende grondkoers te blijven.

Op de achterzijde van het breedtekwadrant hebben wij merktekens aangebracht om het kwadrant ook als authentieke drifthoekmeter te gebruiken. Iedere witte streep staat voor tien booggraden. Een drift van hooguit een graad of drie aan de wind (de wind schuin van voren) op een zeilboot is het streven.

Drifthoekmeter
Klik op afbeelding en ga naar ‘Koersen en kompas’