Loodsen, gidsen op het water

Loodsen zijn gidsen op het water die de kapiteins en stuurlieden van schepen terzijde staan met hun lokale kennis van het vaarwater. De benaming ‘loods’ is mogelijk afkomstig van de oud-Nederlandse woorden ‘leydtsager, leydsager, leitsager en leitsagher’ waarin de begrippen ‘leiden’ en ‘zeggen’ hoorbaar zijn. Maar ook een herleiding naar het woord ‘loden’ is denkbaar, meer nog naar het ‘peillood’, een loden gewicht waarmee de waterdiepte wordt gepeild. Een andere verwantschap is die naar een ‘peddel’ en het werkwoord ‘peddelen’. Primitieve scheepsroeren zagen eruit als een ‘peddel’, een benaming afkomstig van het oud-Griekse pḗdon en daaraan verwant pēdōtḗs: ’roerganger’ of ‘stuurman’. In Engels- en Spaanstalige landen wordt het woord ‘pilot’ of ‘pilotos’ gebruikt, maar ook in het Nederlands taalgebied wordt het Engelse woord ‘pilot’ gebruikt als opschrift voor loodsvaartuigen en als aanduiding van een loodsstation, zoals ‘Maas Pilot.’ Er zijn rivierloodsen, havenloodsen en zeeloodsen, ieder met hun specifieke kennis van het vaarwater en de te volgen procedures.

Een peillood, bestaande uit een loden gewicht, een polyester lijn met merktekens en een potje vet. Onder het peillood bevindt zich een holte waar wat vet in gedaan kan worden. Waaraan de zeeman de bodem van het water af kon lezen of ruiken. Zand, schelpen, modder of algen …

Loodsen M/V worden aan boord van schepen gebracht door loodstenders, of door middel van loodsjollen vanaf een groter loodsvaartuig. Ook met een helikopter is een mogelijkheid. In omgekeerde volgorde worden loodsen ook van schepen opgehaald. Daarbij kan er sprake zijn van beloodsing op afstand door middel van radiocontact en navigatiemiddelen als radar, GPS en AIS.

Loodstender Honningsvåg, Noorwegen
Loodstender Ponta Delgada, Azoren

Koopvaardijpredikant L.A. Bodaan, ‘De Loodsboot’

Haven, haven, veilige haven
Mijn paradijs, eind van de reis
Ik koers gerust naar dat veilige oord
Vrij is de kust en de loods is aan boord

Ik staar aan ’t eind van de reis naar de ree
Weemoedig was eens het vertrek
Blij zie’k de loodsboot, die wacht op de zee
De zonneschijn danst op ’t dek

De sloep bracht de loods naar ’t thuisvarend schip
Men kent z’n vertrouwde bevel
Hij brengt ons langs bank en langs iedere klip
Met hem, mannen, klaren we’t wel

Soms zag ‘k een schip in de schuimende vloed
Het lag op ’t strand als een wrak
Die ouwe, hij dacht: zonder loods gaat ’t goed
En nam ‘m dus niet, voor ’t gemak

Een zeeman gaat eenmaal voor ’t laatst op een vaart
Slechts een loods wijst hem dan z’n thuis
Als hij in zijn hart maar zijn naam heeft bewaard
Dan brengt hij hem veilig naar huis

Haven, haven, veilige haven
God’s paradijs, eind van m’n reis
Ik koers gerust naar dat veilige oord
Vrij is de kust en m’n loods is aan boord

Songtekst: Ad van de Gein en Hans Ruf jr.

Loodsboot Rigel met op de voorgrond de loodsjol

Bepalingen ter voorkoming van Aanvaringen op Zee

Voorschrift 29: Loodsvaartuigen

a) Een vaartuig bezig met de uitoefening van de loodsdienst dient te tonen:

i) aan of nabij de top van de mast twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste wit en het onderste rood;
ii) wanneer het varende is, tevens zijlichten en een heklicht;
iii) wanneer het ten anker ligt, behalve de lichten, voorgeschreven onder i), tevens het licht, de lichten of het dagmerk, voorgeschreven in Voorschrift 30 voor ten anker liggende vaartuigen.

b) Een loodsvaartuig dat niet bezig is met de uitoefening van de loodsdienst dient de licht en of dagmerken te tonen, voorgeschreven voor een vaartuig van zijn soort en lengte.

Geheugensteuntje …

Over het onthouden van de navigatieverlichting van een loodsvaartuig, was het nu een wit licht boven een rood of andersom, rood boven wit? Het geheugensteuntje: ‘Een witte pet boven een rode neus.’

Internationale seinvlaggen

Internationale seinvlaggen G en H en hun betekenis
Klik op afbeelding en ga naar loodsboot Castor
Klik op afbeelding en ga naar loodsboten Mirfak, Menkar en Markab
Klik op afbeelding en ga naar Loodswezen