Rondje Noordoostpolder, Friesland en Overijssel 2019

Ketelmeer

Ketelmeer

Het Ketelmeer, dat is alweer drie jaar geleden dat we hier voor het laatst zeilden. Toen was de schipper hier met een Randmeer, voor de vrouw gaan we drieëntwintig jaar jaar terug in de tijd, toen nog met een Kolibrie 560 en een kleuter aan boord. De grootste in het oog springende verandering is het kunstmatig aangelegde eiland Keteloog, en de tuibrug over de IJssel bij Kampen in de verte.

Met een noordwest 3 van opzij vanaf het IJsselmeer naar de Ketelbrug gezeild. We wilden onder een vast gedeelte van de brug doorzeilen, volgens de kaart en het huidige waterpeil met een meter speling boven de masttop, met de aanwezige golfhoogte moet het ruim te doen zijn, maar de brug in de snelweg ging juist open voor een aantal grotere schepen, daar dan maar gebruik van gemaakt. Sorry automobilisten maar bedankt voor het wachten, we waren van goede wil. Vandaar met ruime wind het Ketelmeer op.

‘Zonnetje schieten’ op het Ketelmeer

Totaal overbodig maar rond de klok van één uur wordt de sextant voor de dag gehaald om ‘een zonnetje’ te schieten en een sommetje te maken. Middagbreedte gedurende de zomertijd. Ondanks het gemis aan een vrije horizon, maar met het zetten van de zon in het vizier op de onderzijde van de dijk en het gebruik maken van een globale declinatietabel komen we uit op 52 graden 45 minuten noorderbreedte. Weliswaar 11 minuten verschil met de GPS en voor binnenwateren volledig onbruikbare informatie, maar gezien de astronomische afstanden van de zon en de waarneming van mij als beginneling in de astronavigatie het vermelden waard. Wat zou nu 11 Zeemijl verschil zijn midden op de oceaan? Twee en een half uur doorzeilen, zeg maar.

90 graden – 60 graden 45 minuten
maakt 29 graden 15 minuten
+ declinatie 23 graden
maakt 52 graden 15 minuten
+ hoogte waarnemer en indexfout
van een halve graad maakt
52 graden 45 minuten noorderbreedte …

Lees hier over de beginselen van de astronomische navigatie.

Zeilend charterschip van de ‘bruine vloot’.

Vrolijk druk op het Ketelmeer, een aantal binnenvaartschepen lopen ons op en komen ons tegemoet, twee zeilende charterschepen kruisen ons, de eerste loopt mooi voor ons over, voor de andere starten we even de motor om voorlangs te zeilen. Uiteindelijk vinden we een ligplaats voor de nacht in Schokkerhaven. Een geslaagde zeildag waarop ook onze zoon is geslaagd voor een belangrijk diploma.

Schokland

Hier kijken we naar het Ramsdiep langs de dijk van de Noordoostpolder.

In de Noordoostpolder is het voormalige Zuiderzee-eiland Schokland te vinden, een ‘Landmark’ dat opgenomen is in de Wereld Erfgoedlijst vanwege het cultuurhistorisch karakter. In het midden van het voormalige eiland zijn er de oude haven, een buurtschap, een lichtopstand en een kerkgebouw te vinden, eruitziende als een openluchtmuseum. Aan de zuidkant van het voormalige eiland liggen er de fundamenten van de Ensener kerk en een vuurplaat waar in vroeger tijden een lichtbaken kon worden aangelegd.

Jachthaven Schokkerhaven aan het Ketelmeer.
De Noordoostpolder gezien vanaf de dijk bij de Ramsgeul. ‘De voerman laat er de paarden draven’ klinkt in de ‘Zuiderzeeballade’. Er worden aardappelen, bieten, peen en uien verbouwd op de harde kleigrond van de zeebodem.

Het leven zal niet gemakkelijk zijn geweest op Schokland. De bevolking leefde van landbouw en van visserij, het scheepstype de ‘Schokker’ dankt haar naam aan Schokland. Maar de eilanders zullen bijgestaan zijn door en geconcurreerd hebben met vissers uit Urk, Vollenhoven en Kuinre om het hoofd boven water te houden. Ook letterlijk, want bij storm en ontij had Schokland het zwaar te verduren door water en wind. Zo werd de Ensener Kerk in 1817 afgebroken, en werd Ens rond 1855 ontruimd, dertig jaar nadat het eiland in 1825 zwaar had geleden onder afkalving van het land door een zware storm. Hoe dan ook, vandaag lagen wij in Schokkerhaven. Niet in de oorspronkelijke haven van Schokland, maar een nieuwe haven, buitendijks de Noordoostpolder aan het Ketelmeer. Op de foto hierboven is te zien hoe laag de polder ligt, op de oorspronkelijke zeebodem worden nu aardappelen, bieten, peen en uien verbouwd.

Vanaf de dijk langs de Ramsgeul kijken we hier naar de zuidkant van Schokland, bij de bomen achter de hoogspanningkabelmast. Dit gedeelte van het eiland is ‘Ens’ geweest, deze naam zal vast een afgeleide vorm zijn van het ‘Einde’.

Langs balgstuwen en keersluizen

Balgstuw bij Ramspol

Een apart ding, deze Balgstuw. Als het ware een dikke ingezakte slang van de ene zijde naar de andere zijde van de oever. Aan de onderzijde is deze gigantische balg verzwaard en ligt deze over bodem van van vaarwater, en varen schepen er overheen. Maar bij dreigend hoog water wordt de balg volgepompt met lucht en wordt het een opgepompte dam die het hoge water tegenhoudt. Dat dan het scheepvaartverkeer is gestremd is een bijkomstigheid van tijdelijke aard, het achterland met plaatsen als Kampen, Zwartsluis en Genemuiden zijn beschermd tegen wateroverlast. Vindingrijkheid waar Nederland naam mee maakt.

De Balgstuw bij Ramspol waarmee het Reitdiep bij hoge waterstand kan worden afgeslotener het achterland te beschermen tegen overstroming.
Doorvaarthoogte Ramspolbrug.

Keersluis bij Kraggenburg

Keersluis en schutsluis bij Kraggenburg, de toegang tot de Zwolsche Vaart.

We waren niet in de gelegenheid om een foto te maken van de Kadoeler Keersluis, maar wel van deze Keersluis bij Kraggenburg en Marknesse.  Lijkt op het concept dat ook is toegepast bij de waterkeringen bij Urk en Lemmer. Hoort allemaal bij de Noordoostpolder en de bijbehorende waterhuishouding. Even later varen we langs Jachtwerf De Voorst waar dertig, veertig jaar geleden de plezierboten Buckler Islander 17 en de Buckler Paviljoen werden geleverd. Af en toe zie je er nog wel eens. De laatste van had twee masten en zag eruit als een mini piratenschip enwas volgens pa ‘voor ons soort mensen niet te betalen’. Ergens hadden pa en ma een Islander op het oog, een overnaads polyester langkielertje met een boegspriet van net vijf meter, maar zover is het niet gekomen. Het zou wel leuk zijn geweest, maar toch te krap. Het andere uiterste is de Jachtwerf Royal Huisman in Vollenhove waar we ook langs komen. Waar jachten worden gebouwd voor koninklijke families, zakenlieden en andere vermogenden. Waarmee Nederland wereldwijd een klasse visitekaartje afgeeft. Desalnietemin, wij zijn ook dik tevreden met ons bootje. Het brengt ons waar we willen zijn en we hebben alles bij ons, meer dan genoeg en nodig.

Vollenhover Kanaal, aan bakboord de Nooroostpolder, aan stuurboord het oorspronkelijke land van voor de inpoldering.

Vollenhove en Blokzijl

Twee voormalige Zuiderzee vissersplaatsen langsgevaren, Vollenhove waar de platbodem ‘Vollenhovens Bol’ haar naam aan heeft te danken en Blokzijl waar we zullen overnachten. Beide havens hebben een oorspronkelijke havenkom in of bij het centrum van de woonplaats. Morgen gaan we door de schutsluis van Blokzijl, ook gelegen aan de havenkom.

Uitzicht vanaf de aanlegplaats in Blokzijl.

Van Blokzijl langs Ossenzijl

Hoe mooi wil je Blokzijl zien?

Driewegsluis: daar zijn we nu gelegen, na de nacht doorgebracht te hebben in Blokzijl. Als een voorspel op Giethoorn waar we vandaag langs zijn gevaren speelde er gisterenavond een fanfareorkest aan de haven. Het befaamde deuntje uit de Bert Haanstra-film ‘De Fanfare’ hebben we gisteren niet gehoord, maar wel uitstekende vertolkingen van filmmuziek, Queen en klassiekers. Een nieuwe term geleerd van de dirigente: ‘Koralenblazen’. Het ging het orkest goed af met de tune ‘Melita’. Vanmorgen eerst door de schutsluis in het centrum van Blokzijl, vanwege een verval van zo’n vijftig centimeter.

Brug en sluis in Blokzijl
Sluis van Blokzijl

Na Blokzijl verlaten te hebben volgt even later het Giethoornse Meer die als vanzelf overgaat in de Wallengracht. Geen ‘Red Light-District’ maar puur groen grasland omzoomd met riet. De betonning leidt als vanzelf naar de Beulakerwijde, waar we aan het einde het Kanaal Beukers Steenwijk opdraaien dat langs Giethoorn voert, met de beruchte punters waar we er gelukkig niet zoveel van hebben gezien, de enige huurpunter met Electrische buitenboordmotor die we hebben gezien hield voorbeeldig de rechter wal aan. Verder draaiden ook alle bruggen voorbeeldig, bijna geen wachttijd, of het moest die ene brug tussen de middag zijn, onder lunchtijd. De brugwachter moet ook eten en rusten immers. Aan het einde van dit kanaal gaan we bakboord uit op het Kanaal Steenwijk-Ossenzijl uit te komen, dat uiteindelijk uitloopt op het voormalige riviertje de Linde, dat zich een weg baant door het riet. Heel veel huizen en optrekjes met rieten daken zien we hier. Veelal afkomstig uit het Nationaal Park de Weerribben-Wieden.

Giethoorn
Aan riet geen gebrek rond de Weerribben-Wieden. Oostelijk van het Kanaal Steenwijk- Ossenzijl een glooiend landschap.
Tussenstop in Giethoorn, lunchpauze voor de brugwachter en voor ons.

Nu we Overijssel achter ons hebben gelaten en we weer in Friesland zijn de eerste Marekrite-steiger geprobeerd, vlak na Ossenzijl, maar daar ‘lagen’ we niet maar ‘stonden’ we, met de kiel op de grond. Omdat er best nog wat scheepvaart was toch maar een stukje verder gevaren, en zo liggen we nu bij Driewegsluis, aan een passantensteiger achter het riet. Best aardig om te vermelden, de GPS duidde een lengte aan van 6 graden en 5 minuten oost bij Steenbergen. Best wel oostelijk voor ons doen.

Kadewerk aan het Kanaal van Steenwijk naar Ossenzijl.

Het rood-witte bord vraagt om langzaam passeren om hinderlijk golfslag en zuiging in het water te voorkomen. Er staan zijn dan ook mannen aan het werk in lieslaarzen om een nieuwe kade aan te leggen, de nieuwe kade oogt vakkundig en zal weer jaren meegaan.

Werk aan de kade
Een mooi plekje bij Driewegsluis.
Bij de Driewegsluis, de stilstaande rivier de Linde

Prinses Margrietkanaal

We zijn in Sneek aangekomen, daar aangekomen via de Jonkers- of Helomavoart, een klein stukje van de voormalige rivier de Tjonger, de Pier Cristiaanssleat, het Tjeukemeer, de Follegasloot, het Prinses Margrietkanaal langs het Koevordermeer en de Houkesleat. Rond het Tjeukemeer wat mooie plekjes met molens en boerderijen, veel uitgestrekt grasland maar op het Prinses Margrietkanaal ook grote scheepvaart. Begrijpelijk, want dit vaarwater is een belangrijke verbinding tussen Groningen en de rest van Nederland. Levert soms ook mooie plaatjes op, de passerende binnenvaart.

De Mr.C. Linthorst Homansluis

Helomavoart

De Mr. C. Linthorst Homansluis ligt vrijwel naast de Driewegsluis gelegen op de splitsing Bovenlinde, Benedenlinde en de Jonkers- of Helomavoart. In 1774 heeft de familie Helomavoart deze vaart aangelegd om de riviertjes Tjonger en Linde met elkaar te verbinden omwille van de aanvoer van turf uit Drenthe en Overijssel. Dezelfde familie Heloma zou ook de Driewegsluis hebben bekostigd, wat genoeg zegt over de invloed en het vermogen van deze familie. Wat de Driewegsluis betreft: aan de zijde van de Helomavoart is er één toegang tot de sluiskolk met sluisdeuren, aan de zijde van de Linde zijn er twee uitgangen, leidende naar de Weeribben-wieden of naar Drenthe. De modernere Mr. C. Linthorst Homansluis heeft inmiddels de functie van de Driewegsluis overgenomen, maar de oude sluis is een bezoekje waard.

Molen aan de Pier Christaanssleat
Bed & Breakfast in de bocht van de voormalige rivier de Tjonger en de Pier Christiaanssleat.
Friese landbouw aan weerszijde van het Prinses Margrietkanaal.
Beunschip Driuwpolle in de Pier Cristiaanssleat, voorzien van twee stutbalken en een dragline aan dek. De stuurhut is flink omhoog geplaatst maar het misstaat niet op deze oude binnenvaarder.

Prinses Margrietkanaal

De vaarroute door Friesland voor de beroepsvaart van Lemmer naar Delfzijl, overgaande in het Groningse Van Starckenborgkanaal en het Eemskanaal. Vanwege de beroepsvaart met vooral wanneer zij leeg zijn een aanzienlijke dode hoek waarmee kleine schepen uit het zicht zijn is het belangrijk de rechter oever aan te houden en regelmatig achterom te kijken. De vaarsnelheid van de beroepsvaart ligt beduidend hoger, en met wind dwarsop zullen lege binnenschepen voortdurend ‘opsturen’ waarmee zij meer breedte nodig hebben tijdens de vaart. Laveren is voor zeilboten op het Prinses Margrietkanaal niet toegestaan, maar wanneer de wind gunstig is mag er op trajecten worden gezeild, mits de motor startklaar. Het Prinses Margrietkanaal loopt ook door een aantal Friese Meren heen, daar wordt de route aangegeven met de gebruikelijke betonning. Er zijn een aantal bruggen over het kanaal en ook een spoorbrug, de ervaring leert dat deze bruggen vlot en regelmatig worden bediend, ook voor de pleziervaart.

Wordt op het Prinses Margrietkanaal opgelopen door de lege binnenvaarder Gabriela. Geeft niets, ruimte genoeg, al wordt het voor de pleziervaart die rechter wal houd vrij smal. Wees ook alert op de zuigende werking van vooral beladen binnenvaartschepen.
En dan is het weer rustig op het Prinses Margrietkanaal. Op een paar plezierbootjes na dan. We zijn vlak bij Sneek.

Grou

Uit Grou haalden wij ons misschien wel mooiste scheepje ooit op. Nog altijd schrijven we met kerst een kaart, en dat scheepje is nu, bijna vijfentwintig jaar na dato, lang zo mooi niet meer. Maar toen wel, een Kolibrie 560 gelegen in een boothuis tussen Valken en Zestienkwadraten.

Grauwe luchten boven het Pikmeer en het Prinses Margrietkanaal bij Grou.
Abbema State in Grou, achter het woonhuis de hooischuur.

Rustdag in Grou

Een Dertigkwadraat met net een zeilwedstrijd achter zich. Zie ook 30m2

Grou is leuk genoeg om een zondag te blijven liggen. Niet dat de zon uitbundig schijnt, die breekt maar af en toe even door de bewolking, maar op het water wordt er gezeild en wedstrijd gezeild. Met Valken, Dertigkwadraten, Tweeëntwintigkwadraten, 12 voets jollen en met Larken. Genoeg te zien vanaf het plekje waar wij liggen. Om het onszelf te veraangenamen verhalen we naar een ligplaats aan de andere kant van de steiger, met de kop in de wind en met net wat meer uitzicht op de blank gelakte en voor wedstrijden uitgeruste jachten. Er staat een stevige bries en aan het gekraak van de zeilen te horen wordt er gezeild met goed materiaal waar zorgvuldig mee om wordt gegaan, zien we bij het op- en aftuigen bij ons aan de steiger. En zo wordt de rustdag een belevenis met leuke gesprekjes aan het water. Die gaan over zeilen als vanzelf.

Een Lark is een opmerkelijke verschijning op het water. Zie meer over de Lark
Een 12 voetsjol terug van het wedstrijdwater. Zie meer over de 12 voetsjol

Wartena was het doel

Vandaag wilden we naar Wartena varen, maar varende in de regen is een gemoedelijk aandoende haven halverwege wel heel aantrekkelijk. Daarbij hebben we ook walstroom nodig vanwege een leegrakende accu ‘voor licht en geluid’. Vanmorgen in Sneek hebben we water en brandstof ingenomen en gisteren levensmiddelen voor het komende weekeinde, en zo liggen we nu dus op een grauwe zaterdagmiddag in Grou. Voor het eerst sinds dagen met de kuiptent erop.

De kerk van Grou met de vierkante toren en het puntdak.
Curiosa in Grou

Zeilsport vanaf de wal

Een goed plekje tussen vergelijkbare bootjes als de onze, dat is wel zo prettig. De steigers en de palen zijn bereikbaar op maat en we hebben ruim zicht om ons heen. Mooi om de wedstrijdklassen aan het werk te zien op het Pikmeer, recht tegenover onze ligplaats. Hier leer je zeilen, achter de bomen, over de ondiepten, rond de boeien. Meerdere 12 voets jollen en een vloot Larken zijn er neergestreken. Bijzondere scheepjes, de Lark met een bijzondere ontstaansgeschiedenis: rond de vier meter, een vaste kiel, een kattenrug en een horizontale steven. Een aantal daterende van voor de Tweede Wereldoorlog maar de zeiler die wij spraken had een nieuwgebouwde Lark. Mooi scheepje met veel zeil erop, met doorlopende zeillatten tot aan het voorlijk. Boven 4 Beaufort wordt het een natte boel, leerde de zeiler ons. Verbaasd ons niets, maar ze zullen dan ook best hard gaan. Ons mooiste scheepje zal hier ook heel wat baantjes gezeild hebben, misschien wel eens meegedaan aan een wedstrijd. Ze zal het hier vast goed hebben gedaan, ‘onze’ blauwwitte Kolibrie 560.

In Grou zijn er mooie steigers met goede faciliteiten op de wal en aan het water.
Het Friese Pikmeer bij Grou aan het einde van de dag.

Van Grou naar Franeker

In Grou waardeerden we de mooie steigers met goede faciliteiten en vriendelijke havenmeesters.

Lauwersoog of Harlingen?

Na twee dagen in Grou gelegen te hebben tijd om verder te trekken, richting het Lauwersmeer om dat water te verkennen. De Dokkumer Ee is leuk varen, met trajecten van de Friese Elfstedentocht en de brug bij Bartlehiem, vestingstad Dokkum waar Bonifatius zou zijn vermoord omwille zijn geloof, Birdaard waar goede ligplaatsen zijn aan de kade en Dokkumer Nieuwe Zijlen waar de Ee overgaat in het Lauwersmeer. We wilden naar het Lauwersmeer om daar een paar dagen te liggen, de veerboot nemen naar Schiermonnikoog, fietsen te huren en naar het Groningse Zoutkamp. Eventueel een dag zeilen op de Waddenzee. Ware het niet dat de Slauerhoffbrug voor Leeuwarden in groot onderhoud bleek.

De brug van Wartena ofwel Warten, de brugwachter ziet ons al aankomen en maakt de brug klaar voor een opening.
Scheepswerven in Wartena
De brug in het hart van Warten, alhoewel de middagpauze zojuist begonnen is wordt er toch nog voor ons geopend. Friese gastvrijheid!
De lichten gaan op dubbel rood, wat zeggen wil dat de brug niet wordt bediend. Voor ons draaide de brug nog ‘na sluitingstijd’. Alle lof!

Gestremd

Alhoewel we het hadden kunnen weten en erop hadden kunnen varen er toch niet voor gekozen om uren te wachten op een opening, om pas tegen de avond door Leeuwarden heen te zijn en de Dokkumer Ee op te varen. De gedachte dat we dit op de terugweg weer zouden treffen heeft ons doen besluiten om naar Harlingen te varen. Ook gelegen aan de Waddenzee en minstens zo aantrekkelijk. Uitgaande van het hoogwater morgen en overmorgen kiezen we voor Franeker, daar hebben we niet eerder gelegen dus dit is een mooie gelegenheid. Om opnieuw een mooie plek te vinden bij de lokale watersportvereniging waar we vriendelijk worden verwelkomt.

Fries gehucht met kerk

Vlotte brugbediening

We zijn aardig wat bruggen gepasseerd die vanwege onze masthoogte allen hebben moeten draaien. Provinciale bruggen maar ook een aantal spoorbruggen met bediening afgestemd op de trein. En daarin blijkt Friesland een watersportprovincie bij uitstek! Over het algemeen draaien de bruggen al wanneer je aan komt varen, daar waar de bruggen per marifoon of telefoon worden aangeroepen worden we vriendelijk te woord gestaan, de wachttijden zijn minimaal en daar waar het niet anders kan wordt op de minuut af vermeld wanneer de brug wordt bediend. In het bijzonder bij de spoorbruggen en waar werkzaamheden zijn, want die zijn er volop in Friesland. En zo voeren we in alle rust naar Franeker, van brug naar brug naar brug. We hebben ze niet geteld.

Spoorbrug over het Van Harinxmakanaal even voorbij Leeuwarden.
Watersportvereniging Franeker

Van Franeker naar Makkum

Een gemoedelijke verenigingsjachthaven vonden wij in Franeker waar we alles vonden wat we nodig hadden aan voorzieningen zoals water, stroom en een eenvoudig toiletgebouw.

Franeker

Franeker is ons heel goed bevallen. Een bijzonder vriendelijke verenigingshaven, de almanak vertelde het al: verzorgd door de leden zelf. Vrije ligplaatsen worden aangeduid met groene bordjes, we zoeken zelf een passende ligplaats bij onze boot. In een kleine schuur staan leenfietsen die vrij zijn te gebruiken. Wanneer je de havenmeester bent misgelopen kan het havengeld in een enveloppe worden gedaan en gedoneerd worden in een brievenbus. De toilet- en doucheruimte is eenvoudig, het water wordt deels door de zon verwarmd. Regelmatig lopen de leden een rondje langs de ligplaatsen en de boothuizen of alles in orde is, het gras wordt gemaaid en de dienstdoende havenmeester verteld enthousiast over zijn eigen scheepje, zijn grootvader en zijn werkzame leven. Het is ook nog van afrekenen gekomen.

De Frisiabrêge met het transparante brugdeel.
Een draaibrug over het Van Harinxmakanaal, we passeren bruggen in allerlei soorten.
De Koningsbrug over het Van Harinxmakanaal bij Harlingen, ook deze draaide vlot op afroep.

15.45 uur hoogwater Harlingen

Twee redenen zijn om met hoogwater te vertrekken vanuit Harlingen: de ene reden is benodigde waterdiepte om over het vaarwater de Boontjes te varen. De tweede reden is om de stroom mee te hebben. De omstandigheden zijn ons goed gezind: de wind staat uit het noordwesten dus dat wil zeggen naar Kornwerderzand de stroom en de wind mee. Bovendien schijnt de zon. Om 15.45 uur hoogwater in Harlingen, ruim op tijd vertrekken we vanuit Franeker vanwege de nodige bruggen die we zullen passeren. Bruggen in allerlei soorten en maten, die vlot bediend worden na een verzoek via de marifoon.

De kleine kolk van de Tjerk Hiddessluis bij Harlingen.
We schutten van zoet naar zout bij Harlingen door de kleine kolk van de Tjerk Hiddessluis Harlingen.

Tjerk Hiddessluis

In Harlingen schutten we van binnenwater naar zeewater via de kleine kolk van de Tjerk Hiddessluis, tegelijk met een motorjacht en een ander zeiljacht. We gaan 120 centimeter omhoog lezen we af op de dieptemeter, bij laag water zou het wel eens andersom kunnen zijn, maar dat is niet aan de orde. We zijn een beetje vroeg, de vaartocht verliep vlot, om drie uur, drie kwartier voor hoog water, varen we de havenmond van Harlingen binnen waar we in de beschutting van de pieren de zeilen zetten.

Harlingen gezien van tussen de pieren.
Binnen de pieren van Harlingen hebben we de zeilen gezet. We vertrekken bij hoog water, de stroom is nihil, de wind ruimschoots uit het noordwesten. Gaandeweg gaat we de stroom meer en meer mee krijgen richting Kornwerderzand.

Kenteren van het tij

Eenmaal buiten de haven van Harlingen staat er nog nauwelijks stroom. Maar met de wind schuin van achteren zeilen we vlot de Boontjes in. Beetje druk voor de havenmond, twee grote werkschepen komen juist van de Pollendam, een aantal jachten, waarschijnlijk komende van Vlieland of Terschelling lopen Harlingen aan. Na een klein half uur in de Boontjes begint de getijstroom te lopen, we worden ingelopen door een rijkelijk uitgeruste Hurley 800 onder Duitse vlag, die zeilt met de motor bij. De druk in de zeilen wordt minder vanwege de toenemende voorwaartse stroom, maar na de bocht richting Kornwerderzand wordt de koers meer halve wind en zeilt het dat het een lieve lust is. Jammer genoeg zijn we er al, de noord-kardinale boei houden we aan bakboord, waarna we de kom van de Lorentzsluizen binnenlopen waar we de zeilen strijken.

We worden ingelopen door een rijkelijk uitgeruste Hurley 800 onder Duitse vlag.
Zicht over de Waddenzee vlak bij Kornwerderzand.

ESchutten in de Lorentzsluis met de Duitse Hurley 800 achter ons.IJsselmeer

Na een vlotte schutting in de Lorentzsluizen zijn we weer op het zoete water van het IJsselmeer. Meestal lopen we Makkum aan vanuit zuidelijke richting, nu dus vanuit noordelijke, en dat voelt een beetje onwennig. Normaliter is er een ondiepte voor het strand van Makkum die de aandacht vraagt, nu lopen we in een rechte lijn Makkum aan, rode boeien aan bakboord, groene aan stuurboord houdend. Om uiteindelijk af te meren op de ligplaats waar we bijna altijd liggen, achter de scheepsbouwloods van Feadship, voorheen Amels, waar o.a. coasters en loodsboten en nu megajachten worden gebouwd.

Lemsteraak op weg naar de Lorentzsluis met een bunker en geschutsfundatie uit WO II op de achtergrond
Het groenwitte baken van de Lorentzsluizen aan de IJsselmeerzijde.

Van Makkum naar Hindeloopen

Wij hielden al van wandeltochten en bergwandelen, maar mijn vrouw is een passie aan het opbouwen voor lange afstanden lopen. Trajecten langs het IJsselmeer bieden daartoe goede gelegenheden, ook om verschillende liefhebberijen te combineren. Wanneer nu de één gaat lopen en de ander gaat zeilen zien we elkaar wel weer in een volgende haven. Van Makkum naar Workum, of als het lekker loopt naar Hindeloopen.

We vertrekken met heiig weer, na een regenachtige dag van gisteren en een dito ochtend.
In de achtermast is seinwimpel 1 gehangen, officieus teken dat er ‘solo’ wordt gevaren. De hond die meezeilt tellen we maar voor de helft mee.

Onder zeil

Onder zeil gaan is altijd weer een moment van balans vinden. Met een lichte zuidwestenwind aanvoelen hoe hoog aan de wind er gezeild kan worden, welke slagen de meeste vooruitgang boeken, het trimmen van de zeilen om zoveel mogelijk vaart te lopen: de blokken van de genuaschoten, de spanning op de achterstag, geiekneerhouder, onderlijkstrekker, de stand van de grootschootoverloop en uiteindelijk de schootspanning. De stuurautomaat stuurt, met 45 graden aan de wind loopt het het best. Vanaf een ingestelde koerslijn 0,5 Zeemijl westwaarts, overstag, dan tot aan de boekenlijn langs de Friese kust, dan overstag, en zo verder richting het zuiden.

De stuurautomaat doet het werk aan het roer.
De juiste trim van de achterstag, neerhouder, onderlijkstrekker en genuablokken zijn elk goed voor 0,1 knoop snelheidswinst. Al met al weten we een halve knoop te winnen, klokken we af en toe 3,5 knopen.

Een mooi moment …

Een mooi moment deed zich voor na overleg met de wandelaarster aan de wal. Zij had inmiddels Workum bereikt waar zij aan boord zou komen. Het opkruisen in de lichte wind vraagt nu eenmaal meer tijd dan wandelen recht op het doel af. Mijn vrouw gaf aan door te lopen naar Hindeloopen. We zie elkaar daar … prima. Een paar minuten later ruimt de wind en trekt aan, trekt flink aan! De boot komt op snelheid, 5,5 knopen, kruisen niet meer nodig vanwege de geruimde wind, en zo stevenen we op Hindeloopen af, over het vlakke water van het IJsselmeer. De achterstag en de neerhouder worden aangetrokken en even later de onderlijkstrekker, drie kwartier later zijn we bij de scheidingston H2-W1. Top, dit had nog anderhalf uur kunnen duren!

Marina Hindeloopen

Hindeloopen

In de haven van Hindeloopen de belevenissen van de wandeltocht, langs de IJsselmeerdijk, langs Gaast en Workum, langs schapen en groene weiden en soms langs de doorgaande weg. Moe maar voldaan liggen we in Hindeloopen, 16 wandelkilometers en zomaar wat nautische mijlen bijgeteld.

Schepen van de bruine vloot in Hindeloopen
Wandelroutes langs de Waddenzee en het IJsselmeer.
Wandelen over de IJsselmeerdijk tussen de schapen.

Over schapen gesproken

Niet voor niets worden er schapen gezet op de dijken. Schapen doen op de dijken goed werk. De grazende schapen op de dijk voorkomen met hun kauwlust dat er struiken op de dijken gaan groeien. De wortels van struiken zouden de dijken als het ware doorboren en daarmee verzwakken. De schapen zullen met hun gedrag opkomende struiken wegkauwen. Maar ook drukken de poten van de schapen voortdurend de kleilaag van de dijk aan. Zodat er een stevige toplaag in stand wordt gehouden. Zo zijn schapen op de dijk niet alleen een oer-Hollands tafereel maar maar bewijzen zij ook hun nut.

Wandelen over de IJsselmeerdijk. Deze hebben een wezenlijke taak! Door het grazen voorkomen zij dat er struiken opschieten op de dijk waarvan de wortels de dijk zouden verzwakken. Daarnaast drukken zij met hun poten voortdurend de kleilaag van de dijken aan.
Friese land bij Piaam.

Langs de IJsselmeerdijk

Terwijl mijn vrouw wandelt van Hindeloopen naar Stavoren zeil ik de boot daar naar toe. Deze foto’s vertellen het verhaal van de wandeltocht van 10 kilometer langs de IJsselmeerdijk. Waar je langs mooie plekken komt.

Op de dijk langs de haven van Hindeloopen.
De groene IJsselmeerdijk bij Hindeloopen.
IJsselmeer met aan de horizon Hindeloopen.
Achter de IJsselmeerdijk liggen sloten en vaarten zoals hier de Westerfaart bij Molkwerum.
IJsselmeer bij Molkwerum

Spoorpont

Een halve eeuw lang heeft er van 1886 tot 1936 stoomspoorponten gevaren tussen Enkhuizen en Stavoren, bestemd voor het vervoer goederenwagons. Op het dek van de spoorpont lagen rails welke aansloten met de rails in Enkhuizen en Stavoren. Er konden tien wagons op een pont worden gerangeerd in twee rijen van vijf wagons met een totaal gewicht van 150 ton: rond 1910 zouden er dagelijks vijf afvaarten zijn geweest van de spoorpont waarmee er een intensief verkeer was: een overtocht van een spoorpont duurde een uur en drie kwartier, afhankelijk van wind en stroming op de Zuiderzee, later het IJsselmeer. Na de aanleg van de Afsluitdijk en de aanleg van een weg daarover nam het vrachtvervoer over het spoor af en werden de spoorponten uit de vaart genomen.

De volgende stoomspoorpunten zijn bekend:

Spoorpont ‘Enkhuizen I’ 1885
Spoorpont ‘Stavoren’ 1899
Spoorpont ‘Enkhuizen II’ 1902
Spoorpont ‘Leeuwarden’ 1909

Vanaf de opening van deze bootdienst op 15 juli 1886 tot 1 april 1936 heeft op deze verbinding een spoorpont gevaren, die goederenwagons kon meenemen. Door de opening van de Afsluitdijk en toenemende concurrentie van het wegverkeer nam het vervoer op deze veerdienst af.

Ooit was er een spoorwegverbinding tussen Enkhuizen en Stavoren. Daartoe voer er een stoomspoorpont waar de wagons aan dek werden gerangeerd. Hier bij dit monument achterin de Spoorhaven meerde het treinveer af, de rails aan dek aansluitende op het spoorwegnetwerk van Friesland.
ms Bep Glasius, het schip dat nu de veerdienst onderhoud tussen Enkhuizen en Stavoren voor voetgangers en fietsers.
Het groene en rode lichtopstand van de Buitenhaven van Stavoren, waar in vroeger tijd ook het spoorveer binnenliep om af te meren achterin de Spoorhaven.
En zo lagen we dan in Marina Stavoren, altijd weer een beetje thuiskomen.

Friese Meren

We zouden het het ‘Johan Frisokanaal’ kunnen noemen, uitgaande van de merktekens op de ruim honderd rode en groene en rood-groen en groen-rode boeien waar we tussendoor zijn gezeild. Maar het was ook een zeiltocht over de Friese Meren de Morra, de Fluessen en het Heegermeer die ons hebben gebracht van Stavoren naar Heeg, een tocht met aan het begin het schutten door de Johan Frisosluis aan het begin van het Johan Frisokanaal.

De wachtsteiger voor de Johan Frisosluis bij Stavoren. Er zijn twee sluiskolken welke deze morgen beiden in bedrijf zijn. De grijze wolken zijn tekenend voor het weer van deze dag: droog maar een stevige bries uit het noordwesten.
We schutten door de noorder kolk van de Johan Frisosluis. Aan beide kanten van de sluis staan stewards om aanwijzingen te geven en lijnen aan te pakken. We kunnen het zelf ook.

Paling en brood

Onderweg geen foto’s gemaakt, maar we kunnen er wel over schrijven: het passeren van de brug bij Warns waar we in konvooi met een aantal andere jachten doorgingen, het varen langs Galamadammen wat een waar toeristencentrum is en wat ons betreft te druk en teveel vermaak en vertier voor jong en oud, en over het vooral aan de wind zeilen op alleen het voorzeil van groene boei naar groene boei op het gedeelte vlak voor de Nije Krûspole na want daar hadden we de wind te scherp in. Maar voor de rest aan de wind zeilen zo rond de 3,5 knoop over een afstand van 8,5 Zeemijl.

Palinghandel

Palingaak in Heeg

Het aardige van Heeg is dat in de tijd van de zeilende vrachtvaart en visserij de handelaren van Heeg paling leverden aan London. Er moet een levendige handel zijn geweest, zo levendig dat er aan de Theems een steiger zou zijn geweest voor de palingaken van Heeg. Wij liggen gewoon aan een steiger in de passantenhaven. En morgen komt de bakker langs met verse broodjes.

Van Heeg naar Lemmer

Vandaag gezeild van Heeg naar Lemmer. Aanvankelijk wilden we achter de Noordoostpolder langs varen maar de bezeilde Friese kanalen maakten het te aantrekkelijk om daarvan af te wijken. Want zeilen naar Lemmer is minstens zo leuk. Deze reis hebben we al de nodige ‘andere dingen gedaan’. Vandaag doen we daar de Prinses Margrietsluis bij. Minstens 25 jaar geleden namen we die sluis voor het laatst, we ‘ontdekten’ de oude Zeesluis bij het centrum van Lemmer waarbij je dwars door het oude centrum van de voormalige Zuiderzeehaven vaart, zonder het ‘samenspel’ van beroepsvaart en pleziervaart. Toch maar weer eens gedaan, de vlotte route naar het IJsselmeer door de Prinses Margriet. We schutten apart, jachten worden samengebracht in de voorste kolk, de deuren sluiten zich achter ons, de beroepsvaart wordt gescheiden gehouden. Behulpzame sluisstewards aan de beide oever, we kunnen het zonder hen af, al zijn de drijvende steigers niet al te gemakkelijk.

Vanuit Heeg is het Johan Frisokanaal met een noordwestelijke windrichting goed bezeild, ruimschoots zeilen we richting het Prinses Margrietkanaal.

Maar voor we bij de Prinses Margrietsluis zijn: eerst nog een paar uur langgerekt zeilen, door het Johan Frisokanaal en de Jeltesloot met de beide zeilen over stuurboord, door het Prinses Margrietkanaal met de zeilen over bakboord. In beide kanalen stuurboordwal houden, op het eerste kanaal vanwege laverende Valken van zeilscholen, op het tweede kanaal vanwege beroepsvaart.

Ook het Prinses Margrietkanaal is bij de noordwestelijke wind goed bezeild, maar wel met de zeilen over de andere boeg. Aan de horizon de windmolens langs de Noordoostpolder. Op brede stukken van het Prinses Margrietkanaal is er recreatiebetonning.

We kunnen goed mee komen, zullen we maar in alle bescheidenheid zeggen. Twee ‘Vollenhovense Bollen’ zeilen we met gemak voorbij. Met een viertal ‘Foxen’ hebben we wat meer moeite, in een windvlaag snellen ze bij ons vandaan of lopen ons in. We hadden ons voorgenomen er minstens één voorbij te zeilen in de Jeltesloot voordat we het Prinses Margrietkanaal zouden bereiken, maar helaas, we bleven een scheepslengte achter. De Albin Vega op het Prinses Margrietkanaal moest eraan geloven, evenals een oude open zeilboot met katoenen tuig.

Voor de verandering nemen we niet de route door Lemmer richting de oude Zeesluis, maar kiezen we voor de Prinses Margrietsluis.
Cementtanker ms Keizersgracht bij het verlaten van de Prinses Margrietsluis.
We schutten door de Prinses Margrietsluis tegelijk met een ander zeiljacht en een motorkruiser. Aan beide oevers van de schutkolk waren er sluisstewards behulpzaam.

Na de Prinses Margrietsluis zetten we nog even zeil, wijken wat af van de betonning ziende op de waterkaart dat het moet kunnen, maar al gauw zien we die dieptemeter flink teruglopen. Toch maar een slag terug naar de aangeduide vaarroute, ruimschoots met de zeilen over stuurboord zeilen we de ons bekende jachthaven van Lemmer tegemoet. Een telefoontje naar de havenmeester leidt ons naar de ligplaats voor de komende nacht. Want in Lemmer is altijd wat te zien en te doen.

Jachthaven de Friese Hoek bij Lemmer. ‘De Lemmer’ zeggen de Friezen.

Urk

Vuurtoren van Urk

Vandaag van Lemmer naar Urk gezeild bij een noordwesten wind kracht 3 Beaufort. Het eerste rak Lemmer uit stond het grootzeil wel maar ook de motor bij, zoals zo vaak waaide de wind regelrecht richting Lemmer. Opmerkelijk, dit fenomeen troffen we vaker, zowel bij zuidwesten, westen als noordwestenwind, Lemmer verlaten is altijd ‘tegenwind’. Maar eenmaal het Ir. Wouda stoomgemaal en de Prinses Margrietsluis voorbij kan het van zeilen komen, eerst aan de wind, tot aan de Rotterdamse Hoek halve wind en daarna ruimschoots richting het zuiden met soms ruim 4 knopen op het log. Een Bavaria 36 weten we met goed trimmen van de zeilen voorbij te lopen, best knap voor een 26 voet S-spant. Water geleerd hebben is dat de wind dicht bij de vijftig windmolens in het IJsselmeer langs de Noordoostpolder drastisch wegvalt. Hoe hoog de rotorbladen zich ook boven ons bevinden, het is eronder geen zeilen. Ook het water is er onrustig, wegwezen daar. Ter hoogte van het Urker Bos valt de wind in tot een 1 Beaufort. Eigenlijk wilden we naar Ketelhaven, maar dat wordt laat, erg laat. Urk lonkt, geeft niets, altijd een beetje thuiskomen. Mijn vrouw besluit haar ronde te lopen, stevig doorstappen langs de haven en de vuurtoren, door het Urker Bos langs de vijver en dan door een woonwijk weer terug het centrum in. Zelf doe ik het rustiger aan, een wandeling langs de Ommelebommele, het Kerkje aan de Zee en de haven. Waar altijd wel wat is te beleven.

Windmolens langs de oever van de Noordoostpolder gezien vanaf Urk.
Scheepswerven van Urk
Keer- en schutsluis bij Urk, vergelijkbaar met de sluizen bij Lemmer en Kraggenburg.

Van Urk naar Ketelhaven

We laten het levendige en drukke Urk achter ons.

We merkten het gisteren al en zagen het vanmorgen, nauwelijks wind om te zeilen. De vlaggen en wimpels aan de masten recht naar beneden, de windmolens rondom ons staan stil geen zuchtje wind stroomt door de openstaande luiken van de kajuit. Wel voelt de zon al vroeg opmerkelijk warm aan, na de achter ons liggende koelere dagen. De zeilen blijven onder het canvas, na de inkoop van twee Urker Dikkertjes bij de bakker varen we op de motor de haven van Urk uit koers richting Ketelbrug. Glashelder weer met een beetje thermische wind onder de oever, door het verschijnsel ‘kimverheffing’ zien we Enkhuizen boven de horizon uitsteken en een binnenvaarder met een joekel van een stuurhuis en een kraanmast voorop. Schijn bedreigd, de heldere lucht spiegelt ons voor wat voor ons te ver weg is om te kunnen zien. ‘Kimverheffing’. De stuurautomaat ‘Wicky’ neemt het roerwerk voor zijn rekening, ja, onze roerganger heeft een naam, ‘Wicky, hij stuurt zelf het schip’, terwijl wij koffie drinken aangekleed met de Urker Dikkertjes. Die smaken best!

Brugpijlers van de Ketelbrug

Dik twaalf meter doorvaarthoogte lezen we af bij de pijlers van de Ketelbrug. Het moet kunnen, met staande mast eronderdoor, bij het hoogste gedeelte. Nooit eerder gedaan, altijd sloten we aan bij andere jachten bij het beweegbare gedeelte terwijl het verkeer op de A6 werd stilgezet. Het moet er maar eens van komen, langzaam kruipen we vooruit, boven de VHF antenne schatten we een halve meter over, we wisten dat het moest kunnen maar een getal in een brochure is nog geen zeker weten. Daarna koers richting Ketelhaven, de glasheldere hemel geschikt om op het middaguur nog eens een ‘een zonnetje’ te schieten. De zon exact in het zuiden ofwel een azimut van 180 graden we meten de zonshoogte bij de transit ofwel culminatie, we verrekenen de declinatie van vandaag en de correctie van de sextant en onze hoogte boven de waterlijn en komen uit op 32 boogseconden boven de noorderbreedte van kaart en GPS. Ergens tussen Workum en Makkum, zullen we maar zeggen. Zonshoogte boven de basaltblokken langs de oever, de effecten van kimverheffing niet meegerekend. Het gaat steeds beter, de astronomische breedtebepaling!

Lees hier over de beginselen van de astronomische navigatie.

Kunstwerk op het kunstmatige eiland Keteloog.

Onderweg een markant kunstwerk op het kunstmatig aangelegde eiland Keteloog, een creatie ongetwijfeld geïnspireerd op het Ketelmeer. Maar is het nu een ‘fluitketel’, een ‘tuitketel’ of een ‘koffieketel zonder fluit?’ Een uurtje later doen we Ketelhaven aan. Een rode driehoek bij een ligplaats betekend ‘vrij houden’ en een groene driehoek wil zeggen ‘vrije ligplaats’. We vinden een ligplaats tussen Marieholms, een Invicta 26 en vergelijkbare soortgenoten. Aardige havenmeester, keurige jachthaven met vriendelijke mensen, bereid tot een praatje. Urk was leuk maar druk. Hier komen we tot rust.

Ketelhaven, een oase van stilte en rust en een gemoedelijke sfeer.

Onderweg van Ketelhaven naar de thuishaven

Vanmorgen buiten in de kuip gegeten, het was warm en zonnig. Maar eenmaal op het water betrok de lucht gaandeweg vanmorgen. De weersverwachtingen voor het IJsselmeergebied vermelden het al, kans op buien met matig zicht. Een lagere barometerstand dan de voorgaande dagen lazen we ook al af op de barometer. We mogen wind dus verwachten, zo’n duidelijke daling in een paar uur tijd. We merken het bij het zeilen, ook al is dat onder de de luwte van de dijk van de oostelijke Flevopolder. Onder gereefd grootzeil en kleine fok zeilen we van Ketelhaven richting de Ketelbrug, met aanvankelijk een duidelijke wind uit het zuidoosten. Wanneer de wind in korte tijd van zuidoostelijk naar zuidwestelijk ruimt doet de wind dat met een flinke windvlaag, die een paar minuten 5,5 knopen op het log doet staan.

Een lagere barometerstand vandaag dan de voorgaande dagen. We mogen wind verwachten, en dat merken we al. Onder gereefd grootzeil en kleine fok zeilen we van Ketelhaven richting de Ketelbrug, de wind is in korte tijd van zuidoostelijk naar zuidwestelijk geruimd, deed dat met een flinke windvlaag, deed bij ons 5,5 knopen op het log staan.
Voor de derde maal deze reis passeren we de Ketelbrug, zeilend onder het hoogste gedeelte door richting IJsselmeer.

Schokland

In de weken achter ons hebben we ruim genomen een rondje Noordoostpolder gedaan. Ruim genomen langs Schokkkerhaven de zuidkant zeilende en dan naar het Ramsdiep, dan via de Kadoelen sluis langs Marknesse en Kraggenburg richting Blokzijl, voormalige Zuiderzeeplaatsen, maar dan Kuinre links laten liggen en door de mogelijkheden van de boot beperkt zoals de masthoogte richting het Overijsselse Giethoorn en Steenwijk en dan langs de Weerribben-Wieden naar de Friese Meren. Vandaar richting Sneek, Leeuwarden, Franeker, Harlingen, Makkum, Hindeloopen, Stavoren, Grou en Lemmer weer terug naar de Noordoostpolder, langs de westkust richting Urk en Ketelhaven. En zo hebben we we ons bewogen rondom de Noordoostpolder.

Thuishaven

Vandaag zijn we de polder ingegaan, naar Schokland, eens een eiland in de Zuiderzee tussen Urk en Kampen, nu een bezienswaardigheid aangemerkt als zijnde Werelderfgoed door de Verenigde Naties.

Stenen zeewering bij Schokland

Schokland Knalland?

Wij begonnen onze wandeling bij de het bezoekerscentrum van de Gesteentetuin. Wat zullen we ervan zeggen? We dronken er een aardig kopje koffie uit een koffieautomaat. Een medewerker legde ons uitgebreid de rondwandeling uit. En zette voor ons een filmpje op over de wordingsgeschiedenis van Schokland, beginnende bij de oerknal … we zagen de dinosauriërs voorbij komen, vulkaanuitbarstingen en het uitvloeien van lava en het ontstaan van puimsteen, klimaatveranderingen en een ijstijd, opwarming en samenpersing van zandsteen tot rotsen, marmer en graniet, we zagen sabeltijgers en nijlpaarden voorbij komen en er passeerden wat fossielen en hup, na verloop was daar dan Schokland! Wat zouden ze daar op Urk van vinden? Beetje overtrokken vind ik zelf, dat van die oerknal en Schokland. Het is toch geen ‘Knalland’..!?

Tastbare (kerk)geschiedenis

De kerk van Middelbuurt op Schokland, deel uitmakende van het Museum op Schokland.
Dit zijn de fundamenten van de kerk van Ens, en geworden een begraafplaats van oorspronkelijke bewoners van Schokland.

Maar nu serieus, één van de meer tastbare overblijfselen zijn volgens ons de funderingen van de kerk van Ens, aanschouwelijke verbeelding van een bescheiden Rooms-Katholiek kerkgebouw waarbij een stenen tafel mij aan een altaar doen denken. Dit fundament zou zijn geweest van het kerkgebouw rond 1300. Daaromheen liggen de fundamenten van een groter kerkgebouw maar met vergelijkbare contouren, gedateerd rond 1500. Tot het jaar 1717 is dan de kerk van Ens als zodanig in gebruik, en wel als hervormde (protestante) gemeente. Maar dan te weten dat de kerkfundamenten momenteel fungeren als kerkmuren rond de plek waar de resten van oorspronkelijke bewoners van Schokland een laatste rustplaats hebben gevonden. Bizar, maar sinds 1940 werden er menselijke resten voor onderzoek bewaard aan de Universiteit van Amsterdam, zoekende naar de oer-Germaan, zoals er ook menselijke resten van bewoners van Urk daar werden gehouden. Zowel van de Urkers als van de Schokkers zijn de menselijke resten teruggegeven, om eerbiedwaardig begraven te zijn waar zij thuis horen: in de aarde van Urk en Schokland. Afgedekt met een gedenksteen in het midden van de kerk.

Schokland als vissershaven

De voormalige haven van Emmeloord, een ander aansprekend beeld van het eiland in de polder.

Net als Elburg, Harderwijk en Spakenburg, Volendam en Marken en Urk en Lemmer zal ook Schokland een vissershaven zijn geweest. Maar de vis zal niet alleen voor eigen consumptie zijn geweest, de vis zal ook naar het vaste land zijn gebracht, naar Kampen en naar Amsterdam zo stel ik mij voor. Maar de haven van Schokland zal ook een vluchthaven zijn geweest, voor schepen die wegens harde wind niet tegen storm en stroom konden opkomen of om bij windstilte af te wachten en niet terug te drijven richting Kampen of de het Oudemirdumer Klif. De vuurtorens en de misthoorn van Schokland zullen de zeelieden van weleer de weg hebben gewezen naar de grazige weiden en de rustige wateren van Schokland.

Fundament vuurtoren van Ens aan de zuidzijde van het voormalige eiland Schokland.
Het vuurtorenwachtershuis en de vuurtoren aan de voormalige haven van Emmeloord, de noordzijde waar ook een misthoorn kon worden gehoord.

Grazige weiden

Maar over grazige weiden gesproken, prachtige koeien grazen er op Schokland, die zich tegoed doen aan het droge gemaaide gras. En zo liepen wij het voormalige eiland Schokland in zijn geheel rond, beginnende aan de oostkant richting het noorden, dan langs de westkant helemaal naar de zuidkant waar we ook even stil stonden bij het fundament van het lichtbaken, en dan weer terug naar waar we begonnen waren. Ons rondje Schokland. Om het rondje Noordoostpolder compleet te maken.

Koeien op Schokland
Een ‘Combine’ leerden we vroeger op school. En omdat zulke landbouwwerktuigen zo duur waren sloten de agrariërs een coöperatie. Om samen een ‘Combine’ te kunnen gebruiken. Zo is het mij verteld op de lagere school.
Sluit Menu