Seizoenen van lente, zomer, herfst en winter

In een periode van 365 dagen beweegt de aarde zich in een eclips rond de zon. De denkbeeldige aardas staat geheld onder een hoek van 23,44 graden. Wanneer het noordelijk halfrond van de aarde naar de zon is gekeerd is het daar zomer en duurt het daglicht lang. Is het noordelijk halfrond van de zon afgekeerd is het daar winter en duurt het daglicht kort.

De seizoenen op aarde wisselen zich op aarde af gedurende het verloop van het jaar, van de lente naar de zomer en van de herfst naar de winter. In de zomer zijn de dagen langer dan in de winter, zomers komt de zon vroeger in de morgen op en gaat pas later in de avond onder, en daarmee zijn in de zomer de donkere nachten kort. Gelijktijdig: is het voorjaar en lente op het noordelijk halfrond, dan is het najaar en herfst op het zuidelijk halfrond. In de zomer van het noordelijk halfrond blijft het op de hoge noordelijke breedten en rond de noordpool ook in de nacht het etmaal rond licht, terwijl het dan op de zuidelijke breedten gedurende het gehele etmaal donker zal zijn. In de winter van het noordelijk halfrond juist andersom, dan blijft het ‘licht’ op de zuidpool van de aarde. De verklaring hiervoor is de schuine stand van de denkbeeldige aardas, onder een hellingshoek van 23,44 graden ten opzichte van de zon en de baan die de aarde trekt rondom de zon. De richting van de helling blijft naar één richting gekeerd, waardoor de aardbol veranderd in haar stand ten opzichte van de zon. Wat op aarde gemerkt wordt in het verloop van de jaarlijkse seizoenen. De zon wordt in de zomer op het noordelijk halfrond meer noordelijk waargenomen bij opkomst en ondergang, in de winter staat de zon voor de waarnemer meer zuidelijk. De ‘Kreeftskeerkring’ op 23,5 graden noorderbreedte en de ‘Steenbokskeerkring’ op 23,5 graden zuiderbreedte zijn de ‘keerpunten’ van de zon, daar ziet een waarnemer de ‘zonnewende’.

Vier bijzondere ‘paralellen” rond de aardbol, van noord naar zuid de noordelijke poolcirkel, de Kreeftskeerkring, de Evenaar, de Steenbokskeerkring en de zuidelijke poolcirkel. De zon staat niet in verhouding qua grootte en afstand maar staat ter illustratie. In de getekende voorstelling is het ‘hoogzomer’ op het noordelijk – en ‘hartje winter’ op het zuidelijk halfrond

Middernachtzon en Poolnacht

In de zomerperiode van het noordelijk halfrond worden de dagen langer en worden de nachten korter. Op de meest noordelijke breedtegraden blijft het zelfs het gehele etmaal licht, ook in de nacht. Sterker nog, de poolcirkels bevinden zich op de 66,34e tot 66,56e noorder – en zuiderbreedtegraad waarboven het gehele etmaal de zon boven de horizon te zien kan zijn. Dus ook op dat deel van de aarde dat van de zon is afgekeerd. Zie de noordpool in tekening: er is een moment in het jaar dat ook aan de ‘linkerzijde’ van de aardbol de zon ‘over de geografische noordpool heen’ is te zien. De zon schijnt als het ware over de poolkap heen. Dit doet zich één dag in het jaar voor: de zon het gehele etmaal zichtbaar vanaf de aarde. Hoe noordelijker men dan gaat, hoe meer etmalen met een zichtbare zon op de noordpool. Het andere doet zich ook voor, een etmaal waarop de zon een etmaal niet is te zien. Zie de zuidpool in de tekening: er is een moment in het jaar dat ook de ‘rechterzijde’ van de aardbol zover is weggekanteld dat de zon vanaf de aarde een etmaal lang niet is te zien. Hoe zuidelijker men dan gaat, hoe meer etmalen er dan zullen zijn zonder zon. Dit fenomeen wordt genoemd de ‘poolnacht’. Wanneer de zon een etmaal lang te zien is, dan spreekt men van de ‘middernachtzon’. De noordelijke en zuidelijke poolcirkels zijn daarbij een bijzondere breedtegraden.

Waar en wanneer de midzomernachtzon te zien?

Rovaniemi, Finland van 6 juni tot 6 juli
Lofoten, Noorwegen van 23 mei tot 18 juli
Tromsø, Noorwegen van 17 mei tot 26 juli
Noordkaap, Noorwegen van 11 mei tot 2 augustus
Longyearbyen, Spitsbergen van 18 april tot 25 augustus

Astronomische navigatie

Oceaanstromen

Getijden

Seizoenen

Wind

Wolken

Sluit Menu