Zeemanschap

Zeemanschap. Het vakmanschap van de varende op zee- en binnenwater. Het deskundig omgaan met schip, uitrusting, belading, de omgeving en invloeden. Een woord dat ook gebruikt wordt in het BinnenvaartPolitieReglement. In artikel 1.04 van het BPR staat ‘De schipper moet in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart, voor zover dit door de bijzondere omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt is geboden, volgens goede zeemanschap afwijken van de bepalingen van dit reglement.’ Goed zeemanschap leert in beginsel het naleven van de regels maar gebied ook ruimte om daarvan af te wijken waar wenselijk. Tot het zeemanschap behoort het maritieme inzicht in water en wind en zon en zee. Meteorologie, astronomie, de maan, getijden en golven. Het benutten van alle middelen en mogelijkheden die de varenden ter beschikking staan. Zeemanschap.

Het Zeilend Zeeschip, Topzeilschoener ‘Eendracht’, ontwerp W. de Vries lentsch Jr. Lengte over alles 32 meter, lengte waterlijn 25,50 meter, breedte 8.00 meter, diepgang 3.30 meter.

Ga naar het Jacob van Lennep Zeemanswoordenboek

Sluit Menu