Houtje Touwtje Navigatie

Navigatie

Wat zijn we gewend en verwent met de hedendaagse navigatie. Waar we zijn en zijn geweest, hoe ver we hebben te gaan en zijn gegaan, wat ons wacht en hebben gehad met welke snelheid op welk tijdstip, alle informatie rolt kinderlijk eenvoudig uit een kastje en verschijnt op een beeldscherm. Dank zij GPS en ‘G’ netwerken.

De Polaris ofwel de Poolster staat recht boven de Noordpool van de aarde en daarmee in het verlengde van de denkbeeldige aardas. Daarmee is de Polaris al sinds mensenheugenis een betrouwbare ster aan het firmament om op te navigeren. het begrip ‘poolshoogte nemen’ is verwant aan de Poolster.

Poolshoogte nemen

‘Poolshoogte nemen’, dat begrip is afkomstig van het navigeren op de Poolster: de hoogte in booggraden meten van de Poolster ofwel de Polaris, mogelijk wanneer we ons bevinden op het noordelijk halfrond van de aarde. Zeelieden zoals eens de Vikingen merkten op dat hoe meer noordwaarts men zich bewoog, hoe hoger de Poolster kwam te staan, dat men tot bijna recht omhoog moest kijken. Wanneer wij ons zuidwaarts bewegen zakt de Polaris voor het zicht naar de horizon, op de evenaar zelfs tot op de horizon, en wel te weten in het noorden. Waarmee de Polaris zowel als (globaal) controlemiddel van de koers / het kompas kan zijn als hulpmiddel bij de bepaling van de breedtegraad waarop men zich bevindt. Waarbij, gebruik makend van een sextant, omrekenen zelfs achterwege kan blijven! De gemeten hoogte in booggraden met bijvoorbeeld een sextant komt vrijwel overeen met de breedtegraad waarop men zich bevindt. Vandaar dat de zeelieden in de oudheid al vrij nauwkeurig konden navigeren op de Polaris.

De hoogte van een hemellichaam kan genomen worden met een meetlat, waarbij de ‘lengtematen’ omgezet kunnen worden in ‘booggraden’.

Neem een meetlat met een onderverdeling in centimeters. De omtrek van een cirkel bedraagt 360 graden. De omtrek van een cirkel wordt berekend volgens de formule Pi (ca. 3,14) maal de diameter van de cirkel, maar ook Pi maal 2 maal de radius ofwel de straal (omtrek = 2*R*3,14) van de cirkel. Wanneer we ons een cirkel voorstellen van 360 centimeter, dan komt iedere centimeter van de omtrek van die cirkel overeen met één booggraad. De straal van een cirkel met een omtrek van 360 centimeter kunnen we berekenen door Omtrek = Pi * 2 * R, dus R is 360 / 2 * 3,14 = 57,3 centimeter. Nemen we een touwtje van 57,3 centimeter lengte aan de lineaal zoals op de tekening tussen de tanden, dan kunnen we iedere centimeter op de meetlat beschouwen als een graad van de boog. Nog nauwkeuriger, een centimeter op de meetlat is verdeeld in 10 millimeters, een graad is verdeeld in 60 minuten, dus een millimeter op de meetlat bedraagt 6 boogminuten. Belangrijk om te vermelden dat deze hoogtemeting uitsluitend toegepast kan worden op de maan, op sterren en planeten: zonlicht brengt letsel aan het menselijk oog!

Lees meer op Astronavigatie

Geef een reactie

Sluit Menu