Randmeren

Nadat de Zuiderzee verworden was tot het IJsselmeer na de aanleg van de Afsluitdijk begon ook de inpoldering van delen van het ontstane binnenmeer: landwinning door de aanleg van de Wieringermeerpolder, de Noordoostpolder, Oostelijk en Westelijk Flevoland. Maar aldoende leert men: met name bij de aanleg van de Noordoostpolder waarbij voormalige zeehavens als Kuinre en Vollenhove landinwaarts kwamen te liggen bemerkten men een daling van het grondwater in het achterland met verstrekkend gevolgen: bodemdaling en inzakking van voormalige dijken en terpen maar ook het wegrotten van houten palen onder de huizen vanwege het lagere grondwaterpeil. Een oplossing voor dit probleem werd het behouden van ‘randmeren’ rond de nieuw aangelegde polders zoals Oostelijk en Westelijk Flevoland. Met de bedoeling om het grondwaterpeil van het aanliggend Overijsselse-, Gelderlandse en Noord-Hollandse land op niveau te houden. Waarmee voormalige Zuiderzeehavens als Elburg, Harderwijk, Spakenburg en Huizen toegankelijke havens bleven, weliswaar aan meer beschut en zoet water. Alhoewel er ook op het beschutte en vooral ondiepe water van de ontstane Randmeren bij harde wind voor kleine schepen hinderlijke golfslag kan ontstaan.

Randmeer Classic met houten interieur.

Zeilen op de Randmeren

Met in het vooruitzicht het ontstaan, de aanleg en de planning van de Randmeren zoals het Gooi- en Eemmeer, het Veluwemeer, het Wolderwijd en het Nuldernauw en het Ketelmeer schreef het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond eind jaren vijftig een ontwerpwedstrijd uit voor een toer en wedstrijdzeilboot geschikt voor de ontstane en toekomstige randmeren. Bestaande Nederlandse klassen als de bijvoorbeeld de Valk uit hechthout, de Regenboog, de Vrijheid en de Zestienkwadraat uit lattenbouw zouden niet optimaal geschikt zijn voor de Randmeren. De ene klasse zou te diep steken voor de ondieptes, de andere klasse zou een te vlakke bodem hebben en kapot slaan op de korte golfslag, weer een andere klasse zou te slank zijn en door de golven heen gaan in plaats van eroverheen en daardoor vol kunnen slaan. De ontwerpwedstrijd werd in 1958 gewonnen door de inzending van E.G. van der Stadt.

Zeilplan van de Randmeer klasse.
Langsdoorsnede en bovenaanzicht van de Randmeer Classic

Randmeer Classic, E.G. van der Stadt

Het ontwerp van E.G. van der Stadt bleek volgens het Koninklijk Watersport Verbond te voldoen aan de voorwaarden om verantwoord te kunnen toer- en wedstrijdzeilen op de Randmeren. Zeilboten van het type Randmeer zijn vervaardigd uit sterk polyester, een S-spant met een slank lijnenplan staande voor goede aan de windse zeileigenschappen om vrij van lagerwal te varen, een deklijn met een zeeg en een volle boeg om overkomend buiswater aan te kunnen, zijn onzinkbaar door de aanwezigheid van luchtkasteel en een dubbele bodem, hebben een waterdichte bergruimte onder het achterdek en een ophaalbaar midzwaard en ophaalbaar aangehangen roer. Waarbij een vaste hoeveelheid ballast zorgt voor voldoende basisstabiliteit. De kuip is ruim evenals de aanwezige bergruimte, de mast is strijkbaar, de boot is trailerbaar, de kuip zou voorzien kunnnen worden van een vaste buiskap uit polyester of van een sprayhood op een buizenframe. Voor de sportieve zeilers kan de Randmeer uitgerust worden met hangbanden, trapezeinrichting en een spinnaker, en met tal van trimmogelijkheden.

Jachtwerf Heeg, de bouwer van de Randmeer klik hier

Alles over de Randmeer klik hier

Randmeer Klasse Organisatie klik hier

Varianten op de Randmeer klik hier

Randmeer Classic klik hier

Sluit Menu