Een Noordelijke reis

De haven van Bergen, Noorwegen
De haven van Bergen, Noorwegen.

Het was een langgekoesterde wens om eens met de Noorse rederij Hurtigruten een zeereis langs de Noorse kust te maken. Reisgidsen werden ieder jaar aangevraagd of vielen spontaan op de deurmat, internet werd erop nageslagen, Last-Minutes acties werden afgewogen maar steeds stond er van alles in de weg, hetzij werk, hetzij studie, hetzij oppas voor de kinderen of de zorg voor de hond. Het kwam er maar niet van. Totdat het jaar 2014 zich aandiende, waarin we het nodige te vieren hadden. Een zilveren huwelijk, Abraham komt mij in zicht. Een gedenkwaardig jaar. We besloten dat het ervan zou gaan komen en opnieuw kwamen de reisgidsen op tafel, nu nog serieuzer gelezen dan voorheen. Wat gaat het worden? Een enkele reis noord of zuid of toch een retour langs de Noorse fjorden? Een expeditie naar Spitsbergen of Groenland? Of hartje zomer met expeditieschip Fram mee van het Noordelijk halfrond naar het Zuidelijk halfrond, inclusief een oceaanoversteek van Europa naar Zuid Amerika? Allemaal mogelijk! Het werd uiteindelijk een retour Bergen Kirkenes visa versa, en wel op de vijftig jaar oude ms Lofoten. Een half vracht, half passagiersschip van een halve eeuw oud, als Noors cultureel erfgoed aangemerkt maar nog altijd in de vaart. We doen het, zeiden we tegen elkaar. Met ms Lofoten. Nu het nog kan.

ms Lofoten, gemeerd in het Noorse Honnigsvag tijdens haar lijndienst van Bergen naar Kirkenes.

Want inderdaad, de rederij Hurtigruten doet al jaren aan vlootmodernisering. Met een dagelijkse afvaart vanaf Bergen varen er een elftal Hurtigruten-schepen af en aan, waarvan de jongste van deze schepen wezenlijk niet onderdoen voor cruiseschepen met entertainment, sauna’s en whirlpools. Maar de Lofoten is met haar 87 meter en 2621BRT de kleinste, en een klassieker! Een mooie zeeg van voor naar achter, een waaiersteven, whalegang en een ronde kont. Ze is slank met haar 13 meter breedte. Blank gelakte teakhouten relingen, handgrepen, deuren en trappen aan dek sieren haar. Verder een origineel scheepsinterieur met blank geoliede houten wanden, met zwart leer omklede dekdragers, in koper gevatte ramen en patrijspoorten, tientallen olieverfschilderijen van inmiddels uit de vaart genomen of inmiddels gesloopte schepen aan de wanden. Aan het wandschot in de Polarbear salon ter hoogte van het sloependek de witte pels met kop en al van een ijsbeer. Geen echte overigens, die schijnt ooit ontvreemd te zijn. Maar ms Lofoten kan in alle opzichten genoemd worden een echt schip. Dat zie je, dat voel je, dat ruik je, dat hoor je. Alle zintuigen van een Ship-Lover worden geprikkeld. De gebogen afwaterende dekken onder je voeten. De trilling die door het schip gaat wanneer de hoofdmotor wordt gestart, tijdens het varen en het manoeuvreren. De geur van teakhout en smeerolie en scheepslak en touwwerk. De uitstraling van een zeeschip met karakter, waar je ook kijkt, wat je ook vastpakt, waar je ook ruikt. Ms Lofoten is een schip waar je elke dag aan boord een beetje meer van gaat houden.

ms Lofoten, houtwerk

Aangekomen in Bergen worden we door een touringcar keurig op tijd met onze bagage afgeleverd in de moderne en strakke Hurtigruten terminal, waar we na het inchecken eerst op een spoedveiligheidscursus worden getrakteerd. SOLAS in een notendop. Over het brandalarm en het signaal schipverlaten. Over reddingsvesten en overlevingspakken. Over verzamelplaatsen bij de reddingsboten. Over warme kleding meenemen voor het geval dat. Een sticker op onze Boarding-Cart bewijst dat we de training met goed gevolg hebben doorstaan. Ondertussen trekt de Lofoten, afgemeerd aan de kade al mijn aandacht. Als een student aan de zeevaartschool die liever naar buiten kijkt over de Westerschelde of de Waddenzee dan naar de leerkracht en het schoolbord. Ms Lofoten toont duidelijk aan gedateerd te zijn nu ik haar voor het eerst in werkelijkheid zie. Het luikhoofd op het voordek open, knerpend doet de dekkraan het laad en loswerk. Ik zie een zwarte doorleefde scheepsromp vol hutsen en butsen, rond het voorschip een wit bedoelde maar roestige reling met krom gebogen liggers. Maar tegelijk zie ik ook de bemanning in de weer met dekspoelen, het zout afspoelend van de groene dekken en de witte opbouw. Stuurhuisramen worden gezeemd. Ik merk dat mijn vrouw schrikt: ‘Moet ik daarop, heb je me dit aangepraat?’ Maar ik steek mijn enthousiasme niet onder dekstoelen of kajuitbanken. We gaan Varen!

De Polar Bear Salon van ms Lofoten. Deze vacht met berenkop is niet echt, er heeft wel ooit een echte gehangen maar deze is eens op raadselachtige wijze verdwenen.

Ik ken mijn lieve vrouw. Moet wel vaker wennen. Maar eenmaal aan boord gaat ook zij het schip oprecht waarderen. Een recent opnieuw ingerichte hut met een langsscheepse en een dwarsscheepse kooi en laden daaronder, een bureau met een stoel, en vanwege de betaalde meerprijs, een eigen douche en toilet. De bewoners van de meeste andere hutten aan boord maken gebruik van douche en toilet op de gang. Wij hebben luxe! Ook heeft onze hut gelegen op het hoofddek een raam dat ook nog open gezet kan worden. De vriendelijke en in alles behulpzame bemanning belooft een aangenaam verblijf.

Het restaurant aan boord van ms Lofoten.

Rond het avondeten zullen we afvaren van Bergen. Er zijn een vroege en een late zitting, maar op sommige dagen zijn de aanvangstijden van de maaltijd flexibel. Gevoeld wordt dat de hoofdmotor wordt opgestart, een trilling gaat door het schip, een rookpluim uit de schoorsteen, schroefbeweging ontstaat onder de kont. Voor en achter gaan de trossen los, alleen het voorspring blijft staan. Met het roer naar de wal wordt het achterschip afgedraaid, dan wordt achteruit geslagen, de voorspring wordt losgegooid en ingehaald op de trommel bovenop het dekhuis. Eenmaal achteruit de brede havenkom uitgevaren wordt vooruit geslagen, het roer verlegd naar het andere boord. Ms Lofoten begint in haar vijftigste jaar van haar bestaan de zoveelste reis naar de Barentszzee. Eerst de machine langzaam vooruit, dan halve kracht, helder schroefwater wordt krachtig bruisend achterwaarts gestuwd, een spoor van schuimend water ontstaan vanaf de boeg en trekt zich langs de scheepshuid in het kielzog. Dit schip wil best vooruit, hoor ik mijzelf tot mijn vrouw zeggen, mensen wat loopt ze hard. Dik 16 knopen blijkt. Nog een trilling gaat er door het schip, er gaan nog een paar klappen erbovenop, met grote slagen doen de schroef en de schroevendraaier hun werk. We varen, koers noord, de middernachtzon tegemoet!

ms Lofoten, vlaggendek

Het is half juli, hoog zomer, drie weken na de langste dag. Op de noordelijke breedten blijft het praktisch het hele etmaal licht. Het nachtelijk duister is niet meer dan wat schemer, en hoe noordelijker we komen, des te lichter blijft het. En dat heeft zo zijn voordelen, want de schoonheid van de Noorse natuur is indrukwekkend en overweldigend. De reis voert door de Noorse Fjorden, het Alesundfjord, het Geirangerfjord, het Trondheimfjord. Als kind keek ik al naar de linnen schoolkaarten waarop de Noorse fjorden als een eindeloze rij vingers zich uitstrekten naar de Noord Atlantic. Toen al fascineerden de fjorden mij, maar de werkelijkheid is nog imposanter. Gletsjers, glashelder water, rotsformaties, rustieke nederzettingen met houten huizen en vissersboten, uitzicht over zee. Vier en twintig uur van de dag trekt het voortdurend aan ons voorbij, wordt de omgeving digitaal vastgelegd en opgeslagen in het menselijk geheugen. En iedere aankomende bergpassage wekt nieuwsgierigheid op, op welk uitzicht zullen we wederom worden getrakteerd? Hoeveel foto’s heb ik gemaakt? Veel! Heel veel! Maar ook de aangedane havens zijn aangenaam: Tromsø met de beroemde witte kerk naar het model van een ijsschots. Tromsø waar voormalige NRS sleepboot Banjaardsbank wordt gespot. We doen Koningsstad Trondheim aan met voor de kust het kloostereiland, de noordelijke havenplaats Honigsvag vanwaar een slingerweg leidt naar de Noordkaap. We meren af in Hammerfest, de Arctische grote stad van Noorwegen, en aan tientallen andere grotere en kleinere aanlegplaatsen, waarvan er drie a vier per dag worden aangedaan voor het laden en lossen van vracht, post en van en aan boord gaan van passagiers. We doen de eilandengroepen Lofoten en de Vesteralen aan. Want ms Lofoten is een vrachtschip, een postschip en een passagiersschip ineen. De lijndienst is een levensader voor de bewoners langs de Noorse kust. Zo worden er kano’s en rioolbuizen geladen en gelost, reddingsvlotten en boeien, skeletten voor houten huizen. Een jaren zeventig motorfiets, mountainbikes van backpackers, oliedrums en afvalcontainers en grote rollen papier. In de grotere havens blijft het schip een dagdeel liggen, bij kleine nederzettingen soms slechts twintig minuten. Steeds kun je van boord, maar zorg dat je op tijd weer aan boord bent, want er wordt niet gewacht. Een signaal op de scheepshoorn is de laatste waarschuwing. Eenmaal hebben we hard moeten rennen.

ms Lofoten, zicht op het voordek bij het aanlopen van de Noorse stad Honningsvåg.

De hoofdmotor van de Lofoten is een zeven cilinder Burmeister en Wain tweeslag langspoeling dieselmotor van 3600 paardenkrachten bij 200 omwentelingen per minuut uit 1964. Één centrale uitlaatklep en twee verstuivers telde ik staande op het bordes. Twee turboblowers en een elektrische fan voeden de spoelluchtkasten. De hoofdmotor loopt op Marinefuel, die het midden houdt tussen lichte gasolie en de zware Crude Oil. De meester legt uit dat Marinefuel verpompt en verstookt kan worden zonder voorwarming. Op de manoeuvreerstand een koperen machinetelegraaf naar de brug met aanduidingen in het Noors: Forover en Akterover. De krukas drijft direct een verstelbare schroef aan met vier bladen, oorspronkelijk vanuit de machinekamer bedient, maar tegenwoordig vanaf de brug. Twee vijftig jaar oude hulpkarren staan er ook nog, maar in de praktijk voorziet een jongere generator in de energiebehoefte aan boord. Een havengenerator staat verdekt aan dek. Zo gemoedelijk is de sfeer aan boord van de Lofoten: een rondleiding door de vetput is op afspraak bij de receptie mogelijk. Of een bezoek aan de brug.

Stuurhuis ms Lofoten met authentieke en moderne navigatiemiddelen naast elkaar opgesteld.

De brug is een combinatie van authentiek en modern. De oorspronkelijke stuurstand, kompassen, machinetelegraaf, roerstandaanwijzers, slingerruiten, radioapparatuur, het is er allemaal nog, ook de schakelborden voor de dek- en navigatieverlichting. Maar daarnaast ook moderne radarschermen, bochtaanwijzers, GPS, een joystick voor het roer. Maar varen kunnen ze wel, de bemanning van deze klassieker! Er is geen boegschroef; gevaren en gemanoeuvreerd wordt er met één schroef voor een flink roer, en met de beide boegankers, ook in de kleinste havens. Kalm, beheerst, zonder grote klappen voor of achteruit maar rustig en gedisciplineerd. Natuurlijk, het uitlopen van de ankerketting heb ik gehoord, maar van het weer indraaien heb ik nooit iets gemerkt, ondanks onze hut in het voorschip. Steeds weer zag ik hoe het schip zachtjes naar de wal gleed, soms afgestopt op anker of voorspring. Een aantal maal ook werd afgedraaid op de achterspring. Ouderwets zeemanschap. Wat mij ook opviel was de minimale bebakening in de Noorse wateren. Hier en daar een enkel rood, groen of wit bakenlicht, dat is al. En dat terwijl het wemelt van de rotspartijen vlak onder of net boven de zeespiegel.

Sloependendek ms Lofoten, noordwaarts varende in Arctische wateren, de poolcirkel gepasseerd.

Een persoonlijk hoogtepunt was voor mij het passeren van de poolcirkel. De evenaar ben ik nooit van mijn leven gepasseerd, de nulmeridiaan een keer te voet, in Greenwich. In de vroege morgen ben ik aan dek gegaan om het moment van de poolcirkelpassage bewust te beleven. De scheepshoorn markeerde de emotie, de Poort naar de Arctische wateren passerend. De komende dagen blijft de zon het gehele etmaal boven de horizon. We treffen strakblauwe luchten, Gods schepping is groots! Een traantje weggepinkt, en na het ontbijt de Doopceremonie, Neptunus en zijn zeemeermin op het vlaggendek, ijsklontjes in de nek, een toast van het gezag, een certificaat tussen de deurkruk van onze hut. Een ander gedenkwaardig moment was het aandoen van de eilandengroep Lofoten met hoge bergen en witte stranden, diep blauw water, zeearenden en papegaaiduikers, houten vissershuizen, kans op spotten van walvissen en traditionele kabeljauw- en stokvisdrogerijen. Maar ook een plaats van verhalen van de zee, van vissers die op zee zijn gebleven, van lange donkere dagen in de winter, van eilanden waarachter tijdens stormweer werd geschuild. Één van de mooiste monumenten die ik heb gezien staat aan de havenmond van Svolvær. Een krachtige uitzwaaiende vrouw tegen weer en wind. Tot wederzien …

Standbeeld van een vissersvrouw aan het havenhoofd van Svolvaer op de Lofoten, Noorwegen.

Twaalf dagen na vertrek lopen we het sfeervolle Bergen weer aan met het beroemde rijtje kleurrijke houten huizen van menig ansichtkaart, de Bryggen. We zijn dan ook in Kirkenes geweest, dicht bij de Russische grens. We genoten het mooiste weer van de wereld. Geen zuchtje wind, strakblauwe luchten, oversteken met een eindeloos uitzicht en even een glimp van een ademhalende walvis. Met weemoed gaan we van boord, van de Good Old ms Lofoten. Iedere dag zijn we een beetje meer van haar gaan houden. En van haar bemanning, met wie we tijdens de reis een band hebben gekregen.

Schoorsteen en sloependek ms Lofoten.

Voor we de terminal ingaan om onze bagage af te halen blik ik nog eenmaal achterom. De grijze dekluiken van de Lofoten staan open, het relingwerk is tijdens de reis keurig wit geschilderd, de binnenzijde van de verschansing crème, het voordek is vrij gebikt van roest en nu keurig groen getjet, meters blank teakhout is er geschrapt en gelakt, de bootsman en de rederij kunnen tevreden zijn. Ms Lofoten wordt goed onderhouden. En heimelijk hopen we het nog eens te beleven. Met ms Lofoten. Als het nog kan. Tot wederzien …

Voor meer foto’s van Verschillende Hurtigruten schepen

Klik hier voor andere reiservaringen

Sluit Menu