Noordelijk langs de Afsluitdijk

Uitzicht vanaf de vuurtoren van Urk, noordwaarts gezien.

Al een aantal dagen staat er een oostenwind kracht 3 a 4 Beaufort. Een mooie wind om van zuid naar noord het IJsselmeer te bezeilen en zo je wilt weer terug. Maar de getijdetafels laten weten dat het overmorgen hoog water in Harlingen is rond de middag. Dus waarom niet direct naar het Friese Makkum gezeild en daar de Waddenzee opgaan? De weersverwachtingen zijn gunstig, de oostenwind houdt komende dagen aan, misschien zelfs kunnen we over een paar dagen een naar verwachting ruimende wind gaan benutten bij het zuidwaarts gaan wanneer deze uit het westen gaat waaien; dan is Noord Holland hogerwal en kan er gezeild worden over vlak water. Alles zit mee naar het zich laat aanzien! En daarom zeilen, Stavoren, Hindeloopen, Workum voorbij, koers noord naar Makkum! De Waddenzee lonkt.

Het eten rond het middaguur, dit is wat er prima ingaat, donkerbruin brood met oude kaas en jus’d orange. Goed eten tijdens een dag zeilen is belangrijk omdat de aandacht voor het zeilen, navigeren en uitkijk houden voortdurend aandacht vraagt. Aandacht die niet mag verslappen door een lege maag.
De stuurautomaat is bij het solozeilen een trouwe metgezel. Heeft zelfs een naam gekregen, Wicky, naar Wicky de Viking, zingende in het liedje ‘Hij stuurt zelf het schip’. Een helpend handje om koers te houden, beter uitkijk te houden en gelegenheid gevend voor een kop koffie of een maaltijd. En behulpzaam bij het zetten en strijken van de zeilen.
Aan boord koken, bakken en verwarmen wij op een Origo spirituskooktoestel. Tijdens het zeilen een voedzame maaltijd bereiden op een tweepits kooktoestel, met een beetje creativiteit komt er iets heerlijks op het bord. Zoals dit maal: in olijfolie gebakken champignons en knoflookteentjes als aanvulling op tortelini met kaas. Niet op de foto de gekookte boontjes. Heerlijk!

Bij het solozeilen doet de schipper alles alleen. Aan en afmeren, zeilen zetten en strijken, navigeren en uitkijk houden, zorgen voorde inwendige mens en rust nemen. Een goed zeilende zeilboot kan met wat touw en elastiek aan het roer langere of kortere tijd op koers worden gehouden, maar een stuurautomaat zoals deze al wat oudere Autohelm 1000 doet dat met een bijzonder gemak en nauwkeurigheid. We nemoen hem ‘Wicky’ naar de kinderserie ‘Wicky de viking’ waarbij in de het titelliedje de zinsnede voorkomt ‘hij stuurt zelf het schip’.

We schutten door de kleine sluis van Kornwerderzand.

De Waddenzee lonkt met een ebstroom die met de wind in de rug langs Texel zal voeren om dan rond het tijdstip van laag water en opkomende vloed weer richting Den Oever te gaan; wat houdt dan nog tegen om zoet en stilstaand water te verlaten en om zout getijdewater op te gaan? Dit: een actuele kaart met waterdiepten, vaargeulen en betonning. Laat die nu net niet aan boord zijn. En dus stond de schipper rond openingstijd op de stoep van de watersportzaak, omwille van de benodigde zeekaart. Rond koffietijd werden de broodjes gesmeerd en een grote kan koffie gezet, want ook de inwendige mens vraagt aandacht. Om rond het middaguur zout te proeven en het water te horen bruisen, want dat is echt anders dan zoet. Een andere solozeiler zet zeil en wij volgen zijn voorbeeld: kop in de wind en de zeilen omhoog. Afvallen en mee met de stroom, achter de zeilen aan.

Zeilend in de Texelstroom.
Tweemast tjalk in de Texelstroom

En toen begon het grote genieten, voor wie van varen en zeilen houdt. Na het verlaten van de Kornwederzandsluizen en het passeren van de draaibrug wordt al spoedig de Doove Balg bereikt, boei na boei wordt gepasseerd, wat gaat dat vlug, wennen is het om goed in de vaargeul te blijven want we worden soms wel dwars weggezet door de ebstroom. Opmerkelijk het verschil in vaart door het water op het log en de snelheid over de grond weergegeven door de GPS. Het verschil laat de stroomsnelheid weten. Ook alert sturen wanneer een zeiljacht hoog aan de wind onze koers gaat kruisen, hoe anders dan op stilstaand water benader je elkaar. Maar het komt goed, als je elkaar maar niet uit het oog verliest.

Wieringer visserman met de netten boven water

Een visserman stoomt voorbij, de netten boven water, meerdere zeiljachten volgen dezelfd weg. Een paar uur later wordt de Texelstroom bereikt, waar serieuze waterdiepten worden gemeten, 15 tot 20 meter diepte, stroomsnelheid ruim twee knopen. Oudeschild aan stuurboord, meldpost Brandaris laat weten dat de haven vol ligt, geen punt voor ons, we zijn hier om te zeilen, Den Helder komt eerder dan verwacht in zicht. Heimelijk wordt het plan gekoesterd om nog even op de ebstroom het Marsdiep in te gaan, even de neus op de Noordzee te laten zien, maar de Brandaris meldt buien in het zuiden van het land, met mogelijk een staartje noordelijker. De lucht betrekt, de wind trekt wat aan. Toch maar niet, toch maar koers gezet richting het Vissermansgaatje. Het is nog even wachten op de vloedstroom, maar in de lij van een voor anker liggende zandzuiger worden de zeilen gestreken en gaat de diesel aan het werk. Niet veel later valt er een druppel regen en gaat de navigatieverlichting aan, de vloed begint te stromen, de solozeiler van Kornwederzand komt aanstuiven via een kortere weg die wij niet durfden, zeehonden liggen nu nog hoog en droog op een plaat. Half in de avond passeren we de Lorentzsluizen en meren moe maar voldaan af in Den Oever. In de thermoskan rest nog een bodempje koffie, de krentenbollen smaakten best, de gevulde koeken ook. De avond wordt besloten met een laatste flesje Orangino, een limonade met vruchtvlees die eigenlijk het lekkerste smaakt op een Zuideuropese camping. Maar zeker niet minder na deze tocht, noord langs de dijk van Kornwerd naar de Oever.

Schutten in de sluis van Den Oever van zout Waddenzee- naar zoet IJsselmaarwater.
Hebben hier lang gelden vrachtvaarders van de Verenigde Oostindische Compagnie en eerder vikingschepen gelegen? Hoogstwaarschijnlijk wel. Het eiland Wieringen blijkt een plaats geweest zijn waar de Noormannen voet aan land zetten en waar de schepen van de VOC wachtten op gunstige wind en tij en water en voedsel insloegen voor de verre en lange reis naar Batavia.

Vikingen op Wieringen

Kijken we hier naar een plaats met een bijzondere geschiedenis? Er wordt verteld van wel. En ook land en waterkaarten laten het weten. Nu ligt dit stukje wallekant aan de overzijde aan een plasje beschut water, een opening aan de oostzijde verbindt het water nog met het IJsselmeer. Maar langer geleden betrof dit het ‘Waddeneiland’ Wieringen, vermoedelijk tegelijk met het eiland Texel ontstaan tijden de Allerheiligenvloed van 1170. En zo lag Wieringen aan de ingang van de Zuiderzee, waar bij laag water droogvallende platen lagen en waar men vreesde voor het hoge water bij vloed en stormgetij, want dat zou de tol van landoogst en mensenlevens kunnen eisen, afgelegen als Wieringen lag van het vaste land.

Historisch stukje waterkant?

Ooit voeren de schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie langs Wieringen, en Fluit- en Koggeschepen die de Hansesteden aandeden. Maar in de kern waren de Wieringers vooral landbouwers. De bewoners in de vroege de Middeleeuwen zouden afkomstig zijn van het Gelderse land. Maar omgeven door water werd er ook geleefd van de visserij. En zullen er timmerlieden en nettenboeters en smeders en bakkers hun brood hebben verdiend. En al zou je anders kunnen vermoeden, de eilandnaam Wieringen heeft weinig met ‘wier’ te maken, alhoewel de Wieringers wel zeewier gebruikten om dijken te versterken, maar dat is een ander verhaal. ‘Wieringen’ is verwant aan het Oudfriese woord ‘wir’ wat ‘hoogte’ betekent, waarmee het een droge plek was in een natte omgeving. En dan is er nog het raadsel van een zilverschat gevonden op Wieringen van Deense afkomst, gezien als een bewijs dat de Vikingen rond het jaar 850 huis hebben gehouden op Wieringen. Maar waarom ze dan toch hun zilveren munten hebben achtergelaten? Eens lag Wieringen in een uitgestrekt veengebied, met vanaf omstreeks zevenhonderd permanente bewoning, het worden tot een eiland bracht daarin geen verandering. Maar hoe dan ook, in het jaar 1924 kwam er een einde aan de status van het eiland zijn. Wieringen werd met dijken verbonden aan Noordhollands vasteland. En zo kwam het eiland Wieringen aan de rand van de Wieringermeerpolder te liggen samen met Hyppolitushoef en ontstond het Amstelmeer. Maar de Historische Vereniging van Wieringen vertelt dat er nog boeiende oude stukken dijk zijn te vinden op ‘het eiland’ waarmee de Wieringers de strijd aangingen tegen het zoute water dat de landbouw bedreigde. Een bijzonder stukje land waar je zomaar aan voorbij snelt over de Afsluitdijk. Het nodigt uit om er eens een wandeling te gaan maken. En de oude verhalen te beleven.

Havenkantoor van de jachthaven ven Den Oever gelegen aan de IJsselmeerzijde.
Met de boeg naar de wal gemeerd in de jachthaven van Den Oever, het grootzeil onder de huik, de rolgenua onder de hoes.
De aanloop van de thuishaven. Nog een paar mijlen te gaan en de zeilen kunnen weer gestreken worden.

Klik hier voor andere reiservaringen

Sluit Menu