Van Veere naar Lelystad

We passeren de havenmond van Veere aan het Veerse meer, dat voor de aanleg van de Deltawerken nog in open verbinding met de Noordzee stond.

Zeiljacht ophalen

De vraag of er een zeiljacht opgehaald kon worden. Een LM 81 ofwel Mermaid 270 Zeewaardig, goed onderhouden, compleet uitgerust met de nodige navigatiehulpmiddelen. De vraag is aantrekkelijk genoeg om vrije dagen voor te nemen: vanuit de winterstalling in Veere naar een ligplaats in Lelystad. Een vaartocht door de Zeeuwse Delta, langs de ‘staande masten route’ , door Amsterdam en over het IJsselmeer. Een andere optie is langs de kust over zee. Sneller dan over rivieren en kanalen en uitdagender bovendien. Maar ook met meer voorbereiding, gebruik makend van stroomrichting en rekening houdend met de wind. Alle opties worden opengehouden, wanneer het scheepje vaarklaar wordt gemaakt, dat wil zeggen het innemen van brandstof, drinkwater, levensmiddelen, en het plannen van de reis aan de hand van zee- en waterkaarten, stroomatlassen en getijdegegevens. Terwijl de datum van tewaterlating nadert, tekent het weer zich steeds gunstiger af; een dagenlang aanhoudende oostenwind wat betekent een aflandige wind langs de Noordzeekust, en een bestendig hogedrukgebied boven Engeland en Ierland. Weinig golfopbouw op zee dus. Alleen het getij houdt in een vertrek bij nacht, willen we ons mee laten nemen met een noordstaande getijdestroom. De zon zal opkomen rond half zes in de morgen, dat weten we ook.

De eerste gepasserde sluis van de reis, de Zandkreeksluis bij Kats waarmee we het Veerse Meer verlaten en de Oosterschelde opvaren.
Een spiegelgladde Oosterschelde met aan de horizon de vijf kilometer lange Zeelandbrug.
Varende op de Oosterschelde, de Zeelandbrug achter ons latend.
De Krammersluizen waardoor we de Oosterschelde achter ons laten en de Krammer en de Volkerak bereiken. We gaan van stromend zout naar stilstaand zoet water.

Deltawerken en kunstwerken

Het wordt een route langs tal van waterbouwkundige kunstwerken. Door de Zandkreeksluis verlaten we het Veerse Meer, dan varen we langs de Zeelandbrug. Daarop volgen de Krammersluizen en de Volkeraksluizen, de Haringvlietbrug waar we met staande mast onderdoor kruipen, de sluis van Stellendam en het sluizencomplex van IJmuiden, de Oranjesluizen bij Amsterdam aan het IJ en als laatste de Houtribsluis bij Lelystad. Naast al deze kunstwerken varen we ook door de twee openstaande sluiskolken van Oude Tonge.

Aanlopen van het Zuidhollandse Oude Tonge, de stad welke bij de Watersnoodramp van 1953 het meest geleden heeft, ondanks de dubbele keersluizen die we passeerden om de stad te bereiken.
De haven van Oude Tonge is te bereiken via een smalle doorvaart en is gelegen achter twee dijken die in vroeger tijd het zeewater buitendijks moesten houden. Nu is het een authentiek stadje aan binnenwater gelegen, tussen de sluizencomplexen van de Krammer en de Volkerak.
De Flyer afgemeerd in Stellendam.
De Haringvlietdam tussen Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten.

Kustreis

Om kwart over drie ’s nachts loopt de wekker af. En een half uur later, na boterhammen gebakken ei en een kop koffie liggen we voor de sluis van Stellendam. Een heldere nacht in het donker. Om half vier varen we de havenkom van Stellendam uit en het Slijkgat in, dat zich in ruime bochten een weg naar zee baant. Volgens verwachting is de stroom tegen en ontmoeten we thuisvarende vissersschepen, het is vrijdagmorgen. We lopen een platbodem voorbij met zwakke navigatieverlichting, een olielamp? We vragen het ons af. Maar de reis gaat voorspoedig van rood licht naar rood licht, een enkele onverlichte boei passerend. Om kwart over vijf zijn we buiten, de stroom buigt zichtbaar om van oostelijk naar noordelijk, de vaart over de grond loopt op van aanvankelijk drie en een halve knoop naar tegen de acht knopen, het daagt in het oosten en rond half zes zien we de zon daadwerkelijk opkomen achter de Maasvlakte. Binnen mum van tijd zien we een helder oranje bal naar de hemel stijgen.

Zonsopkomst boven de Europoort en de Maasmond.
De Maasmond bij Hoek van Holland in de vroege ochtend.

Oversteek van de Maasmond

Bij de Maasvlakte Kardinale Boei melden we ons aan sector Maasmond en ontvangen we de instructies: uitluisteren op VHF kanaal 3, het aanhouden van het aangegeven oversteekgebied voor kleine schepen, en goede uitkijk houden. Het is rustig wat betreft scheepvaart, wachtende met oversteken op de van zee komende ferry. Daarna zetten we in op de oversteek van de Maasmond, achter de binnenlopende ferry en daarna achter twee uitgaande zeeschepen langs. De ebstroom van de rivier en de kruisende schepen maken het vaarwater onrustig, maar eenmaal de Maasmond voorbij is de zee weer als een binnenmeer bij een zachte bries. Alleen de tijnaad laat weten dat we op getijdewater zijn.

Varen in het goudgele ochtendlicht.

Met de stroom mee

En zo varen we verder. Te weinig wind om te zeilen maar de getijdestroom mee maakt het ruimschoots goed. Met een vaart over de grond van ruim zeven knoop langs globaal de vijftien meter dieptelijn gaan we noordwaarts, langs Terheide, Kijkduin, Scheveningen, Katwijk, Noordwijk, Zandvoort. Jammer dat het toch wat nevelig is, het zicht is goed maar van de blanke top der duinen zien we slechts de contouren.

Helderblauwe lucht boven de Noordzee.

Alles onder controle, de Kustwacht

Een ander contour dat zichtbaar wordt is dat van de Visarend, één van de patrouillevaartuigen van de Nederlandse Kustwacht. Controlerend op onder andere smokkelwaar en illegale grensoverschrijding. We zien de Visarend naderen en begrijpen dat ook onze gangen worden nagegaan, aan de hand van de nodige vragen. Na de constatering dat alle zaken overeenkomstig de Nederlandse wet en regelgeving zorgvuldig zijn nageleefd kunnen we ons voor gaan bereiden op de aanloop van IJmuiden, waar we ook hier inspelen op een binnenlopende Urker viskotter vol verse vis.

Patrouillevaartuig Visarend van de Nederlandse Kustwacht
Havenlicht op de zuidelijke pier van IJmuiden.
Bedrijvigheid in de IJmond.
Het sluizencomplex van IJmuiden behoort tot de grootste ter wereld. Wanneer we dit schrijven is er nog een sluiskolk in aanbouw, groter dan alle anderen. Wij maken gebruik van de kleine sluis.
De kleine sluis ligt achter ons, varende richting Amsterdam op het Noordzeekanaal.
Bouw van de nieuwe grote zeesluis van IJmuiden. Te zien is het stalen vlechtwerk dat ingestort gaat worden in beton. Het geheel zal meters diep in de grond worden afgezonken.
Op het Noordzeekanaal tussen IJmuiden en Amsterdam ontmoeten we dit naar zee vertrekkende cruiseschip.

Eindelijk onder zeil

Wanneer we de Noordzee hebben verlaten vervolgt de route zich via het Noordzeekanaal en het IJ naar het Markermeer. De navigator gaat onder zeil, dat wil zeggen slapen, de schipper vaart verder over het binnenwater. Na de Oranjesluizen gaat ook het jacht onder zeil, eindelijk een beetje wind, nog wel uit de goede hoek. Heerlijke rust met de motor stil. Na Stellendam brengen we nu de nacht door in de jachthaven van de Block van Kuffeler, moe maar voldaan en terugblikkend op een kustreis volgens planning. De volgende dag nog een paar uurtjes, om het scheepje neer te leggen op de bestemde ligplaats.

Wachten op de brugopening bij Schellingwoude.

Alles onder controle, de Stelling van Amsterdam

Het vuurtoreneiland bij Durgerdam, waarop niet alleen een lichtbaken staat om de scheepvaart naar het IJ te begeleiden, maar het vuurtoreneiland maakt ook deel uit van de verdedigingslinie ‘Stelling van Amsterdam.’

Vuurtoreneiland bij Durgerdam

We varen langs het vuurtoreneiland bij Durgerdam, waarop niet alleen een lichtbaken staat om het scheepvaartverkeer van en naar het IJ te begeleiden, maar dat ook onderdeel is van de ‘Stelling van Amsterdam’ met een lengte van 135 kilometer en voorzien van 45 forten, aangelegd van 1880 tot 1920 in een ring van 15 tot 20 kilometer rond het hart van Amsterdam. Aan stuurboord van ons houden we forteiland Pampus. De bedoeling was om in geval van vijandelijkheden het gebied rond Amsterdam te inunderen (onder water te zetten) door op strategische plaatsen dijken te breken en sluizen te openen tot een waterdiepte van ongeveer een halve meter op het land, om zo de hoofdstad over land onbereikbaar te maken. Te veel water om doorheen te waden met paard en wagen of te voet, te laag water voor schepen om te bevaren.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

Het concept van een dergelijke verdedigingslinie dat ook toegepast werd bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie welke naar verluid mede ertoe heeft bijgedragen dat Nederland niet is binnengevallen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een Duitse spion zou verslag hebben gedaan aan zijn superieuren dat de Nederland naar zijn inschatting onneembaar zou zijn. De Nieuwe Hollandse Waterlinie liep van de Zuiderzee (het IJsselmeer) vanaf het vuurtoreneiland van Durgerdam en het forteiland Pampus tot aan Werkendam en de Biesbosch en de Bommelerwaard als een geheel van 45 forten, 6 vestingen en 2 kastelen te weten het Muiderslot en slot Loevestein en een lengte van 85 kilometer om de steden Utrecht waarmee ook de historische vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Gorinchem en Woudrichem een wezenlijk functie hadden in de verdediging van ons land tegen vijandelijkheden. De nog bestaande forten zijn tegenwoordig ingericht als informatiecentrum, overnachtingsgelegenheid, scoutinggebouw of bezienswaardigheid. Ook als ‘landmark’ zijn delen van de waterlinies herkenbaar. Zoals ook het vuurtoreneiland bij Amsterdam aan het IJmeer.

Het ruime water van het Markermeer.
We brengen de nacht door in De Blocq van Kuffeler.
Het aanlopen van de Houtribsluizen bij Lelystad. Recht vooruit de van verre zichtbare zendmast, rechts daarvan de Bataviawerf met de door Willem Vos gebouwde replica van het VOC-Retourschip ‘Batavia’. We zijn er bijna.
De replica van VOC Retourschip Batavia met op de achtergrond het spantenraam van de Zeven Provinciën.
Met open armen worden we ontvangen door de Houtribsluizen van Lelystad. Welkom thuis.

Klik hier voor andere reiservaringen

Sluit Menu