Afstand bepalen met de sextant

De sextant is ook bruikbaar in de kustnavigatie, wanneer we de hoogte van een te peilen object weten, bijvoorbeeld uit de zeekaart of een almanak, dan kunnen we met behulp van een hoekmeting en een tangensformule en -tabel onze afstand bepalen tot het gepeilde object.

Rekenvoorbeeld 1

Stel, uit de zeekaart lezen we af dat de vuurtoren die we vanaf het water zien staan een hoogte heeft van 25 meter boven het wateroppervlak. We meten met de sextant de hoek tussen het vuurtorenlicht bovenop de vuurtoren en de voet van de vuurtoren op het wateroppervlak. En we meten dan een hoek af van 22,5 booggraden. Uit de tabel maken we op dat de Tangens van 22 graden 0,404 bedraagt en de Tangens van 23 graden 0,424. Omdat we gemeten hebben gaan we middelen, 0,404 plus 0,424 maakt 0,414. We weten de hoogte van de vuurtoren: 25 meter. De Tangens van de gemeten hoek bedraagt 0,414, de Tangens is gelijk aan de overstaande (25 meter) gedeeld door de Aanliggende (in onze situatie de Afstand): Onze bedraagt 25/0,414 is  60,38  meter tot de voet van de vuurtoren.

Rekenvoorbeeld 2

Stel, we peilen een vuurtorenlicht dat staat opgesteld op een klif, uitrijzend hoog boven zeeniveau. Uit de zeekaart maken we op dat het licht zich bevindt op 43 meter boven de zeespiegel. We meten de hoogte in booggraden met de sextant en meten 10 booggraden. De tangens van 10 booggraden bedraagt 0,176 lezen we uit de tabel. Tangens is de overstaande gedeeld door de aanliggende, 0,176 is 43 gedeeld door de afstand: de Afstand tussen ons en de voet van de vuurtoren is 43 meter gedeeld door tangens 10 graden (0,176) maakt 244,3 meter.

Sinus, Cosinus, Tangens tabel, bruikbaar bij astronomische – en kustnavigatie.

Bij de hoogtemeting, zowel bij een hemellichaam als een object op aarde, zal de ‘ooghoogte’ van de waarnemer zich per definitie hoger bevinden dan de zeespiegel. Een hoogtemeting vanaf het wateroppervlak is in theorie alleen denkbaar ‘zittende op de bodem van een vlot’. En dan nog zal het oog van de waarnemer zich zo’n halve meter boven het wateroppervlak bevinden. Het andere uiterste is het zeeschip waarvan het brugdek vier, vijf of zes dekken boven het hoofddoek bevindt. Dat zou zomaar een hoogte van de waarnemer van 20 meter boven het wateroppervlak kunnen zijn. Bij een zeiljacht van rond de negen meter zal de ooghoogte van de waarnemer ongeveer anderhalf a twee meter kunnen zijn. Waarbij de horizon of kim in meer of mindere mate vanwege de ronding van de aardbol lager waargenomen zal worden. Als correctie kunnen de onderstaande waarden worden gehanteerd.

Hoogte boven zeespiegel

5 voet / 1,5 meter correctie 2 boogseconden
10 voet / 3 meter correctie 3 boogseconden
15 voet / 4,5 meter correctie 4 boogseconden
25 voet / 7,5 meter correctie 5 boogseconden
40 voet / 12 meter correctie 6 boogseconden

BRON: David Master Sextants Mark 15 Mark 25

Sluit Menu