Boeienlegger ss Langeoog

Betonningsvaartuig ss Langeoog in nog volledige uitrusting, duidelijk dieper in het water liggend dan toen zij ontdaan was van stoomketel en stoommachine, ingericht als korpsschip.
Tonnenlegger ss Langeoog, het latere korpsschip Lemaire en Spica. In vergelijk met de foto’s is er op de tekening een kleinere achterkant te zien, welke ook meer naar voren lijkt te zijn geplaatst. Ook laten de foto’s een extra luchthapper zien. Bron: Duits Scheepvaart Museum
Dekplannen van ss Langeoog. Bron: Duits Scheepvaart Museum

Technische gegevens

ss Langeoog
Gebouwd door Beliard Brighton, Oostende, België
Tewaterlating 9 september 1942
Lengte over alles 47,47 meter
Breedte over alles 8,75 meter
Diepgang 4,00 meter
Voortstuwing 500 iPk Triple Expansie Stoommachine
Bunkercapaciteit 100 ton kolen
Maximum snelheid 9,5 Kn

Levensloop van ss Langeoog

Terwijl ook België werd bezet door Nazi Duitsland vond de afbouw en de tewaterlating plaats van boeienlegger ss Langeoog. Waarna het nieuwe schip direct onder gezag van de Duitse Loods- en Betonningsdienst en het naar Noordduitsland dirigeerde. Na de capitulatie van Nazi Duitsland werd het schip door de geallieerden aangetroffen en ter beschikking gesteld aan het Wasser- und Schiffahrtamt de WSA (de equivalent van de Nederlandse Rijkswaterstaat) met als standplaats Bremerhaven. In de periode van 1942 tot 1969 deed ss Langeoog waarvoor het gebouwd was: het leggen, opnemen en onderhouden van de betonning in de kustwateren. Daartoe was het schip uitgerust metbeen zware en degelijk verstaagde mast op het voorschip, waaraan door middel van spieren en stoomlieren boeien vompleet met ketting en ankergewicht in- en uit het water gehaald konden worden en aan dek konden worden vervoerd. Mogelijk dat ss Langeoog ook ondersteuning heeft geboden aan de Duitse Loodsdienst.

Uit de vaart en in gebruik genomen

In 1969 werd het schip uit de vaart genomen en verkocht om te worden gesloopt. Maar het werd van de sloop gered en overgedragen aan het Zeekadetkorps Maassluis waar het, inmiddels ontdaan van de Triple Expansie stoommachine, de stoomketel en stoomwerktuigen aan dek zoals de anker- en hijslieren, voortaan dienst zal doen als korpsschip met de naam Lemaire, vernoemd naat Lt. Ter Zee W.C. Lemaire. Het schip nam daarmee de taak over van de ex Mijnenveger Hr.Ms. ss Abraham van der Hulst, van 1962 tot dan toe het korpsschip van het Zeekadetkorps Maassluis. Wat de Hr. Ms. Abraham van der Hulst betreft, daarbij heeft een naamswisseling plaatsgevonden aangaande twee zusterschepen, daar verwijst de website ‘Onze Vloot’ naar. Voor deze Abraham van der Hulst had het Zeekadetkorps de beschikking over voormalige loodsboot Polaris. Bij een dokbeurt eind jaren zestig bleek de romp van de Van der Hulst in zo’n slechte staat dat het alleen de sloop restte. Bij het schoonspuiten van het onderwaterschip vielen de gaten erin. Wat Hr.Ms. ss Abraham van der Hulst verder betreft, over dit schip valt hier te lezen. In 1979 kreeg het Zeekadetkorps Maassluis de beschikking over loodsboot Rigel en werd de Lemaire overgedragen aan Zeekadetkorps Schiedam, die het als korpsschip Spica in gebruik heeft genomen tot 2016. Waarna het schip als ‘afgeschreven’ is beschouwd.

Korpsschip Lemaire van het zeekadettenkorps Maassluis, oorspronkelijk boeienlegger ss Langeoog. Dit schip heeft een rol gespeeld in de TV-serie ‘Hollands Glorie’ naar het gelojknamige boek van Jan den Hartog als zijnde vrachtvaarder ‘Neeltje’. Later is de Lemaire omgedoot tot Spica toen het korpsschip werd van het zeekadetkorps Schiedam.
Korpsschip Lemaire op sleeptouw genomen van haar ligplaats in de havenkom van Maassluis, waarschijnlijk voor een zomerkamp. Het schip is ontdaan van stoomketels, stoommachines, stoomlieren en gedeeltelijk van haar tuigage. De ‘spier’ werd door het zeekadettenkorps wel gebruikt om sloepen en jollen aan dek te hijsen, op ‘ellenbogenstoom’.
Wapenschild Zeekadetkorps, ‘Wijst de jeugd de weg naar zee’.
Sluit Menu